Dertig jaar trouwe dienst; Gesprek met Mieke Vestdijk over het Vestdijk-jubileumjaar

Dit jaar is het Vestdijk-jubileumjaar - de schrijver werd honderd jaar geleden geboren. Mieke Vestdijk, die vijf jaar met Simon Vestdijk getrouwd was, heeft tot nu toe zijn literaire nalatenschap beheerd. Van de opbrengsten kan ze niet langer bestaan. “Ik ga de handschriften verkopen. Ik heb alles toch netjes uitgegeven?”

31 oktober 1965: 'Het eerste wat mij opviel toen hij het slecht verlichte trappenhuis van mijn flat binnenkwam, was dat hij heel oud geworden was. Nog net op tijd kon ik me inhouden en zei ik: 'Wat bent u toch lang' in plaats van een onbeleefde opmerking te maken over zijn verouderde uiterlijk. Eenmaal binnen viel het mee.'

Zo beschreef Mieke Vestdijk-van der Hoeven in haar boekje Afscheid van Simon haar weerzien met Simon Vestdijk, tien jaar nadat ze hem voor het eerst gezien had en twee maanden voor ze met hem zou trouwen. De eerste keer was Mieke een zeventienjarig meisje geweest, met haar oma's strooien hoed op tegen de zon. Ze geneerde zich voor die hoed. Ze was verlegen voor de beroemde schrijver die ineens naast haar op de tuinbank zat. Ondanks dat gebeurde er iets op die tuinbank. Eigenlijk gebeurde er niets. 'Maar er had zich intussen wel iets heel bijzonders voorgedaan. Het stemde mij feestelijk en verwachtingsvol, maar zoiets gebeurt snel als je zeventien bent.'

Ook de schrijver moet iets feestelijks gevoeld hebben. Hij heeft de hele tuinscène, 'gechargeerd' schrijft Mieke Vestdijk, gebruikt in zijn roman Het glinsterend pantser. Mieke is er veranderd in Adri Duprez, een al te jeugdige femme fatale, die de schrijver S. aankeek 'zoals niet veel meisjes mannen moeten aankijken, wil het goed blijven gaan op de wereld'.

Dat is lang geleden. Net als de winter die volgde op die tuinontmoeting, de winter van '55/'56, waarin Mieke geregeld bij Simon en Ans Koster op bezoek kwam om Simons portret te tekenen. De winter die uitliep in het gedicht 'Aan een jonge teekenares' dat een wel heel onverbloemde liefdesverklaring bevatte ('Dit ingehouden hunk'ren: leer mij leven,/ Dit smachten zonder klacht, zonder verklaring,/ Dit aan een meisje weg zich moeten geven'). De brieven die Simon schreef ('Lieve Mieke (-) Met het gedicht hoop ik je niet al te erg overvallen te hebben'). De woede van Ans en haar verbod aan Mieke om ooit nog in de buurt van Simon te komen. Mieke gehoorzaamde.

Ook de hernieuwde ontmoeting, tien jaar later, na de dood van Ans Koster: lang geleden. De nu wederzijdse verliefdheid, het huwelijk op 27 december 1965. Het einde van dat huwelijk door de dood van Vestdijk op 23 maart 1971, op 72-jarige leeftijd. Al 27 jaar leeft de grote schrijver niet meer, leeft de man van Mieke Vestdijk niet meer, al zo lang is zij 'de weduwe Vestdijk'.

Weduwe

“Dat ze me mevrouw Vestdijk of Mieke Vestdijk noemen vind ik niet erg, maar dat 'weduwe' vind ik zo vreselijk”, zegt ze nu, in het jaar dat Vestdijk honderd geworden zou zijn, het jaar waarin zij zelf zestig wordt.

“Ik dacht indertijd: laat Simon 85 worden, daar doe ik het voor. Daarna, dacht ik, word ik gewoon weer ik. Dat het zo anders zou lopen heb ik helemaal niet voorzien. Dat was een consequentie van het voorafgaande. Zo gaat het, je kiest niet zoveel in je leven.”

U koos wel, en ook heel snel, om met Vestdijk te trouwen.

“Ik dacht: als ik 'ja' zeg moet het ook maar snel, anders durf ik dat niet meer. Nee, dat was niet iets om lang over na te denken. Ik wist dat het een moment was dat mijn leven besliste.

Kort nadat ik 'ja' gezegd had belde Adriaan Roland Holst, die kreeg ik dus ook voor het eerst aan de telefoon, en die hoorde ik door die telefoon even later tegen Simon zeggen: 'je durft'. 'Nee' zei ik, 'ik durf.' ''

En daarna durfde u bovendien nog kinderen te krijgen.

“Ja dat wilde Simon per se, dat was bijna een voorwaarde. Waarom hij dat toch zo graag wilde heeft mijn zoon Dick me heel vaak gevraagd. Dat weet ik niet. Dat heb ik later wel raar en stuitend gevonden: dat men veronderstelde dat ik Vestdijk om zijn geld zou hebben getrouwd, - en ik was zo onnozel, het kwam niet eens bij me op dat hij veel geld zou hebben, daar praatte je helemaal niet over; en dat er gezegd werd dat ik zo nodig nog kinderen van hem moest krijgen. Hij wilde het. We zijn zelfs nog naar een bevriende seksuoloog geweest, in de Bachstraat in Amsterdam, want Simon vond zichzelf niet potent genoeg.”

Het Sinterklaasgedicht dat Vestdijk voor Mieke schreef in 1965 spreekt duidelijke taal: “Om kinderzegen, zonder tal/ hoef ik niet extra nog te vragen./ Want Piet zegt: 'Ied're kindervrind/ Mag vader worden, ook de Sint'.”

De 'men' die achteraf van alles veronderstelde heeft vooral stem gekregen in de Vestdijk-biografie van Hans Visser, die in 1987 verscheen, na talloze moeilijkheden. Daarbij werd 'de weduwe' steeds weer als een schatbewaakster voorgesteld die zelf voor draak speelde, die bovenop de nalatenschap zat en weigerde wie dan ook toegang te verschaffen tot wat dan ook. “Kill the widow” zei Wam de Moor op een symposium over de biografie, waar Mieke Vestdijk op de eerste rij zat. En sommige kranten verzuchtten dat het toch jammer was dat weduwenverbranding in Nederland niet was toegestaan.

Wie de biografie van Visser heeft gelezen, kan wel begrijpen dat Mieke Vestdijk niet veel fiducie had in die onderneming. Visser is een enorm ijverig verzamelaar die een schat aan materiaal bijeen heeft gebracht. Maar hij kan geen hiërarchie aanbrengen, hij leest alles wat Vestdijk schreef autobiografisch en hij neemt kritiekloos elke opmerking, elke roddel of interpretatie over. Bovendien is hij een dramatisch warrig stilist, waardoor de Vestdijk-biografie vooral op een geschreven knoop lijkt.

Nu werkt Wim Hazeu aan een Vestdijk-biografie. Hij krijgt alle medewerking.

“Het is mijn verantwoordelijkheid niet”, zegt Mieke Vestdijk. “Dat heb ik moeten leren. Bovendien is het nu allemaal veel langer geleden. Die meneer Visser kwam op zo'n ongelukkig moment. De kinderen waren nog jong en ik vond het niet kunnen dat ze op school uit een biografie vol verzinsels zouden horen wie hun vader was.

“Maar Visser is weer bezig hoor. Hij werkt aan een herziening, ik hoorde hem laatst op de radio. Hij heeft uit de geboortehoroscoop van Vestdijk laten uitrekenen hoe laat hij geconcipieerd moet zijn. Daar kwam uit: half vier 's nachts. Zei hij: 'Midden in de winter om half vier 's nachts, als het koud is... Wat waren dat nu voor mensen die ouders van Vestdijk?' En dat boek van die man, die zo bot is, staat wel als enige biografie in alle kasten.”

Die biografie geeft ook een versie van de laatste maanden van haar huwelijk die haar helemaal niet bevalt, en die volgens haar weinig met de werkelijkheid te maken heeft. Onder meer om die 'grove onjuistheden' recht te zetten schreef ze in 1993 haar boekje met herinneringen.

Heeft u nu nog een duidelijk beeld van Vestdijk, als persoon?

“Nee. Dat is weg. Dick heeft laatst al het geluidsmateriaal gekopieerd dat in het Letterkundig Museum is. Toen hoorde ik Simon weer praten, na zo lange tijd. Het viel me op dat hij zo snel sprak, dat was ik vergeten. Maar de manier waarop hij dingen uitsprak wist ik nog wel. Hij sliste een beetje.”

Uit haar geschreven herinneringen blijkt ook dat het niet altijd zo'n vreugde was om getrouwd te zijn (geweest) met een beroemde schrijver die door veel mensen als persoonlijk eigendom beschouwd werd - en nog steeds wordt. Mieke Vestdijk wordt door sommige Vestdijk-liefhebbers als een indringster gezien, een sta-in-de-weg tussen henzelf en de schrijver.

“Mensen zijn vaak niet eerlijk tegen je, ze doen aardig omdat ze eigenlijk iets willen. En anderzijds is er een barrière die veel mensen op afstand houdt. Simon had mij daar niet op voorbereid destijds. Voor hem was het heel gewoon om zo beroemd te zijn, hij leek er ook niet veel van te merken. Wij leefden hier als God in Frankrijk, we scharrelden om en in het huis, we liepen door het dorp en iedereen vond dat gewoon. Althans, dat leek zo. Dat bleek later anders geweest te zijn.

“Ik ruimde eens een kast op en daar vond ik allemaal foto's in van Ans Koster. Ik wist niet wat ik daarmee moest, dus ik belde een vriendin van haar op om te vragen of zij een idee had. Toen kreeg ik me toch de wind van voren! Schandalig, smerig vond ze het, dat ik in dat huis woonde. Ze was de enige niet.”

Onopvallende veiligheid

Mieke Vestdijk woont nog steeds in het huis in het stille Doorn dat Vestdijk ooit met Ans Koster bewoonde en later met haar. “Er gaat van dit burgerlijk huis aan de bosrand ontegenzeggelijk een vorm van onopvallende veiligheid uit”, schreef Theun de Vries in zijn Hernomen confrontatie met S. Vestdijk. Het huis staat er nu vrijer en lichter bij dan vroeger. Beneden woont de poes, bij de vleugel en de bank, op zolder woont Mieke, bij de computers en de schildersezel. Er ligt een stapel vers ingenaaide boek-katernen, van Vestdijks roman Bericht uit het hiernamaals. Door Mieke Vestdijk zelf overgetypt, vormgegeven, ingenaaid. Gaat het zo slecht met Vestdijk dat zij zelf zijn boeken moet heruitgeven?

“Er zijn zo'n tien tot twaalf romantitels van hem in de boekhandel te krijgen. Meer niet. De poëzie is niet meer verkrijgbaar. Het plan om de verzamelde essays uit te geven is opgegeven: commercieel niet interessant. Nijgh & Van Ditmar had wel belangstelling voor de uitgave van de briefwisseling Vestdijk-Henriette van Eyk [de schrijfster met wie Vestdijk vlak na de oorlog een verhouding had, red.]. Ik heb die correspondentie onlangs beschreven: een chronologische lijst gemaakt, omvang van elke brief etc. Heeft me drie weken gekost. Ik heb de brieven niet ècht gelezen maar wel doorgekeken en ik wil niet dat ze worden uitgegeven. Je zou ze heel goed moeten annoteren en dan nog. Er staat niks 'smakelijks' in, wat men dan smakelijk vindt, het is allemaal van 'Mijn hartelapje, hoe is het met je, vandaag heb ik Ans goddank niet gezien' enzovoort. Bovendien zitten er brieven bij van toen Simon in het Zeister sanatorium zat, dus volkomen knettergekke brieven. Waar ik geen bezwaar tegen heb hoor, maar die geven wel een raar beeld. En dan denk ik: niet de verzamelde essays maar wel die 692 hartelapjesbrieven.

“Er werd ook verondersteld dat ik die hele correspondentie wel, gratis, zou overtikken, maar dat wil ik niet, ik word daar kotsmisselijk van. Dat is allemaal van voor mijn tijd. Ik wil niet over mijn eigen grenzen heenkijken. Ik heb het bij Wim Hazeu gedeponeerd, voor de biografie.”

Maar romans overtikken vindt u niet vervelend?

“Ik kies geen hele dikke. Ik heb er plezier in om die boekjes mooi uit te geven. En die raak ik wel kwijt, meestal zo'n 200 exemplaren. Ik ben erg moe van het gezeur bij uitgevers die vriendelijk glimlachen en niets doen, van dat eindeloze gevecht tegen de bierkaai. In zijn beste tijd heeft Vestdijk een keer een ton verdiend in een jaar, dat heb ik ook nog een keer gehaald. De laatste 5 jaar is de opbrengst van de auteursrechten teruggelopen van zo'n ƒ 50.000 gulden tot minder dan ƒ 10.000 per jaar.

“Nu ja, het heeft nóg lang geduurd. Ik weet nog dat ik in 1972 met Geert Lubberhuizen naar een beleggingsadviseur ging, om het geld van mij en de kinderen verstandig te beleggen. Ik dacht dat ik heel wat had, een spaarboekje met twee ton, plus de toekomstige opbrengsten van Vestdijks boeken. Maar die man zei: nou mevrouw, als u er 5 jaar van kunt leven dan is het mooi. Daarom ben ik gaan studeren, rechten. Maar toen ik was afgestudeerd liep het heel goed, zodat ik zelfs nog kon promoveren. En toen ik dat gedaan had, in 1991, hield het op. Ik was te oud om nog een baan te vinden.

“Ik heb altijd heel hard gewerkt voor het beheer van de nalatenschap, nu vind ik eigenlijk dat ik met pensioen mag. Ik wil nu leuke dingen gaan doen.”

Wat wilt u dan gaan doen?

“Oh, in mijn tuin werken. En reizen, ik wil zo dolgraag eens naar Delphi, ook al omdat ik De verminkte Apollo zo'n mooi boek van Simon vind. Maar wil ik dat kunnen betalen dan moet er echt eerst iets gebeuren. Ik heb de Pijper-brieven [de brieven van Willem Pijper aan Vestdijk over het ontstaan van de opera Merlijn, red.] ter verkoop aangeboden aan antiquaar Bubb Kuijper. Die gaan 6 tot 8000 gulden opbrengen. Ik ga ook andere handschriften verkopen. Ik heb alles toch netjes uitgegeven? Alles is beschikbaar, het is nu alleen nog maar een hoop papier.”

Waarom biedt u de Vestdijk-collectie niet aan het Letterkundig Museum aan?

“Dat heb ik gedaan. Maar het museum had er niet meer dan een habbekrats voor over. Onder meer omdat die handschriften toch al in het museum waren. Maar dat is wel allemaal in bruikleen. Eén briefje en ze zijn daar niet meer.

“Had ik ook nooit gedacht, dat ik aan al dat werk niet eens een pensioen zou overhouden. Meer dan dertig jaar trouwe dienst. Maar ik heb er geen seconde spijt van hoor. Wie kan zich zo uitvoerig met het werk van een schrijver bezighouden? En wie weet is er over tien jaar weer belangstelling voor Vestdijk. In Lille wordt binnenkort een symposium aan zijn werk gewijd.

“Ik vind het gênant dat uitgevers die schatten aan Vestdijk verdiend hebben er nu helemaal niets meer aan doen. Zelfs in dit jubileumjaar niet. Ze geven liever iets nieuws uit. Nu ja, er worden drie Vestdijkromans verfilmd, Het glinsterend pantser, De ziener en Ivoren Wachters, die romans worden geloof ik dan wel uitgebracht.”

Begrijpt u waarom er nu nog maar zo weinig belangstelling voor Vestdijk is?

“Een poosje geleden zette ik na lange tijd weer eens iets van Mahler op. Toen dacht ik: verdomd, het is net Simon. Je moet eerst tien minuten wennen voordat je het mooi kunt vinden. Het tempo is nu anders, dat van Simons werk ligt lager, in dat opzicht is het gedateerd. Als hij nu had geschreven zou hij het vast anders gedaan hebben.

“Op het ogenblik ben ik de essays aan het lezen, die lees ik met rode oren. In het essayistische werk vind je zo helemaal Simons manier van overwegen. Wat D66'ers nu als verwijt te horen krijgen: iets van alle kanten bekijken en niet ècht tot heel duidelijke conclusies komen. En wie heeft die breedte, die belezenheid nog?

“Ik heb een keer Het wezen van de angst meegenomen met vakantie maar ik kende Kierkegaard niet - toen kon ik het niet uitlezen. Dan moet je eigenlijk thuis blijven en dat opzoeken. Het staat hier allemaal in de kast. Dat vond ik zo heerlijk toen ik hier kwam wonen: al die boeken! Ik dacht: nu hoef ik nooit meer een boek te kopen. Maar ik krijg het niet eens meer allemaal uitgelezen.”

Ze vertelt over de 'Vestdijk fiets- en wandelroute' die net verschenen is en waaraan ze meewerkte. Het is een route in en rond Doorn, langs plekken waar romanscènes spelen, langs huizen waarin personages gesitueerd zijn. Daar werd door sommigen verontwaardigd op gereageerd. Die vonden dat ontheiliging van het oeuvre. Zoiets deed je niet met Vestdijk. Mieke Vestdijk vindt dat onzin. Ze kan niet geloven dat Simon daar bezwaar tegen gehad zou hebben. Bovendien is het tenminste weer iets, iets dat belangstelling zou kunnen wekken.

“Laatst vroeg iemand: 'Wat verwacht u van dit jubileumjaar?' Ik zei: 'Ik denk dat het een aardige afsluiting is.' ”

Ze laat zien waar ze zit te werken aan haar eigen uitgaves. En hoe mooi het uitzicht is over de bossen in de verte. “Ik heb het hier echt naar mijn zin. Het klinkt pathetisch, maar ik denk wel vaak: dat neemt niemand me af.”

(Simon Vestdijk, uit de reeks 'Madonna met de valken')

De gevangenschap

LXII

Gevangen zat ik maanden, mijn viool

Snaarloos en glansloos in een hoek gesmeten;

Maar nooit was ik mijn smart zoo snel vergeten

Zoo 'k niet mijn ziel tot zingen had geschoold.

Daar kwamen al mijn lied'ren aangedoold

Elk schrijlings op de vensterrand gezeten

Door ijz'ren tralies naar hun maat gemeten.

En met de morgenzon als aureool!

Ik zag ze komen, elk lied een juweel

Dat door een wreede pijn was gladgeslepen;

Zij maakten mij voor heel de toekomst blind.

Een zanger zingt - zingt - en verbrandt zijn schepen;

En als het koord hem met de grond verbindt

Snijdt hij het door, en kiest het beet're deel.