De wc staat precies op de Groene Lijn in Nicosia

De Groene Lijn op Cyprus, de grens tussen het Turks- en Grieks-Cyprische deel van het eiland, loopt in Nicosia dwars door de stad. Voor vier pond mag de grens worden overgestoken.

NICOSIA, 20 FEBR. De Groene Lijn die Nicosia in tweeën deelt, wordt de laatste tijd door de Grieks-Cyprioten toeristisch uitgebuit. Er is een wandelroute uitgezet, die concurreert met de 'Middeleeuwse route'. Er is geen doorlopend pad langs de lijn. Soms loopt de route een eind stadinwaarts, dan weer door een straatje dat op een wachtpost doodloopt. Die is menigmaal leeg - de blauwhelmen van de Verenigde Naties zitten meer achterin, in het niemandsland - maar bij belangrijke wachtposten waken Grieks-Cyprische militairen.

Bijvoorbeeld aan het eind van Ledrastraat, de Kalverstraat van Grieks-Nicosia, waar een grote tekst is aangebracht: Niets wordt zonder offers gewonnen, de vrijheid niet zonder bloed. Toeristen mogen hier een stellage beklimmen om een eind in het desolate niemandsland te kunnen kijken, waar gras bezit heeft genomen van in de steek gelaten winkels en plaveisel. Aan de overkant, zo'n tweehonderd meter verder, wapperen Turkse vlaggen en is een minaret zichtbaar. Hier mag gefotografeerd worden, maar de stemming blijft bedrukt.

Even verderop, bij een andere wachtpost, is de cafetaria Berlin 2. Er zijn nóg twee tentjes op of langs de Groene Lijn. Eén heet Thermopylae, een uiterst primitief maar knus kroegje waar Takis de scepter zwaait. Takis is vroeger goudsmid geweest. De zaak die hij van zijn vader overnam toen hij uitsluitend dat beroep uitoefende is hier op enkele minuten vandaan, bij de Aya Sofia, een kerk die al in de zestiende eeuw moskee werd en twee minaretten kreeg. Takis kan daar nu niet meer komen. Naast goudsmid en kroegbaas is hij ook nog visser en bovenin de zaak hangen netten. “De wc is precies op de Groene Lijn”, zegt Takis met enige trots. De Thermopylae loop je zo voorbij, het kroegje is van buiten alleen aan het gedruis te onderscheiden.

De zaak van Andreas, die eigenlijk geen naam heeft, is drie minuten verder, aan een mooi straatje vol welvarende katten, doodlopend bij een wachtpost waarboven 'ik vergeet niet' staat plus de omtrek van Cyprus met een verdelingslijn waar het bloed afdruipt. (Elders stond een aandoenlijker tekst: Eens komt er een mooie dag). Andreas, nu ver in de zeventig, was er veel eerder dan Takis; zijn taveerne is ruimer en ook van buiten statiger. Binnen heerst een huiskamersfeer en zijn dochter bedient.

Drie jaar geleden werd de taveerne met sluiting bedreigd wegens een enorme achterstallige btw-schuld. “We hebben bij het ministerie bepleit”, zei de dochter, “dat we een nationale instelling zijn; maandenlang zijn wij de enigen geweest die zo dicht bij de Groene Lijn durfden te blijven. Bij de gevechten van 1964 en ook weer in 1974 gaven wij de soldaten te eten, gratis natuurlijk.” Andreas heeft zijn zaak bij de ombudsman aangekaart en intussen gewonnen.

De man die al zesentwintig jaar burgemeester van Grieks-Nicosia is, Lellos Dimitriadis, heeft op zijn beurt getracht de wijk bij de poort van Famagusta, die uitloopt op de Groene Lijn, nieuw leven in te blazen. Er is een cultureel centrum, een theater en een tentoonstellingsruimte, maar er wonen nog maar weinig mensen en er zijn bijna geen winkels. Dit geldt overigens voor het hele oude centrum van de stad, het gedeelte 'binnen de wallen', waar de mensen uit wegtrekken naar de buitenwijken. Sommigen zeggen dat Lellos, zoals hij algemeen wordt genoemd, te veel trottoirwegen heeft aangelegd - de Grieks-Cyprioot beweegt zich bijna uitsluitend nog per auto voort.

Om de Groene Lijn over te steken moet iedereen zich afmelden bij de Grieks-Cyprische autoriteiten, vlak voor het voormalige Ledra-hotel, nu hoofdkwartier van de VN-vredesmacht. De Griekse autoriteiten drukken je op het hart vóór vijf uur 's middags terug te zijn. Elk weekeinde staan er in het zwart geklede vrouwen, echtgenoten, zusters of moeders van de 1.618 'vermisten', die proberen mensen van het oversteken van de lijn af te houden. Er worden foto's getoond van barbaarsheden waaraan Turken zich schuldig hebben gemaakt: bombardementen, kerkvandalisme, primitivisme (waarvoor plaatjes uit de Turkse militaire propaganda van 1974 zijn gebruikt).

Op de vierhonderd meter naar de Turkse grenspost worden foto's getoond van Griekse gruwelen: massagraven, bestormde huizen. De entree tot de 'Turkse republiek Noord-Cyprus' kostte jarenlang één Cyprisch pond, maar dit blijkt deze dag juist veranderd in vier ponden (zestien gulden). Bij het vertrek uit het Turkse gedeelte van de stad, in de middag, moet nog eens drie pond worden betaald, omdat in de kwitantie nog sprake was van één pond.

Het leven in de Turkse zone, drie maal minder rijk dan de Griekse zone, voltrekt zich in een uiterste rust. Met de Griekse zone - nu een welfarestate - zijn slechts enkele overeenkomsten te vinden. Zowel in het noorden als het zuiden worden de caféstoeltjes als tafeltjes gebruikt. En dan is er ook nog de bedaagde oude fietser. In Grieks-Nicosia rijdt nog een enkele rond, in het Turkse deel nog vele. Op het Griekse en Turkse vasteland zijn oude fietsers verdwenen.

De Groene Lijn ziet er van de Turkse kant anders uit dan van de Griekse. Er zijn geen taveernes, maar het wordt niet minder druk naarmate de versperring dichterbij komt. De winkeltjes en bedrijfjes gaan laconiek door tot het niet meer kan. Daar staat dan, dwars over de straat, een hechte muur en die maakt het meer 'Berlijns' van sfeer dan de barricaden aan de Griekse kant. Bij de wachtposten, bemand door militairen die zich vervelen, staan teksten als: Onafhankelijkheid en vrijheid behoren tot mijn karakter, K. Atatürk.

Toeristen - ze zijn er niet - mogen het wel uit hun hoofd laten hier te fotograferen.

Verwijzingen naar Berlijn zijn hier natuurlijk ongepast. “De Berlijnse muur verdeelde één volk. Die van Nicosia scheidt er twee”, is het officiële Turkse standpunt. De Grieken hebben ook niet helemaal gelijk als ze poneren dat Nicosia de laatste verdeelde stad van Europa is. De Kroatische stad Mostar, die verdeeld is tussen Kroaten en Bosnische-moslims is in de praktijk niet veel beter.