De midlife-crisis van een hypochonder

Willem Bilderdijk: Liefde en ballingschap. Bezorgd door Marita Mathijsen. Arbeiderspers, 250 blz. ƒ 45,-

Willem Bilderdijk was niet alleen een bezeten schrijver, hij tekende ook. Vanaf zijn twaalfde jaar kreeg hij al tekenlessen en in zijn bibliotheek bevonden zich de belangrijkste kunsttheoretische werken. Er zijn figuurstudies, portretten, architectuurtekeningen, landschappen, rebussen en trompe l'oeil-tekeningen van hem bewaard gebleven. Maar hij maakte ook illustraties voor zijn eigen (en soms voor andermans) boeken, zoals vignetten voor titelpagina's. Het Rijksmuseum Twenthe in Enschede heeft een tentoonstelling ingericht over deze onbekende kant van Bilderdijk, onder de titel 'Met veel smaak geordonneerd'. Willem Bilderdijk als boekillustrator. Tot en met 5 april.

De laatste jaren van de achttiende eeuw zijn voor Willem Bilderdijk, buitengewoon turbulent geweest door politieke en financiële problemen, afgewisseld met heftige liefdesperikelen. Op 25 maart 1795 hoort de meest kleurrijke en hartstochtelijke dichter uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis, van de voorlopige patriotse regering dat hij Holland binnen acht dagen moet verlaten wegens zijn prinsgezinde houding. Via Amsterdam, Groningen en Hamburg belandt hij berooid in Engeland, waar hij in zijn onderhoud probeert te voorzien als portrettekenaar, leraar Latijn en Italiaans. Als advocaat, zijn eigenlijke beroep, komt hij in Londen niet aan de slag. Schuldeisers belagen ondertussen zijn in Den Haag achtergebleven echtgenote Catharina, omdat Bilderdijk bij zijn vertrek ruim achttienduizend gulden aan schulden naliet.

Tijdens zijn ballingschap vat Bilderdijk, op dat moment 39 jaar oud, een vurige liefde op voor de twintig jaar jongere Wilhelmina Schweickhardt, die hij Italiaanse les geeft. Aanvankelijk tracht de dichter nog trouw te blijven aan zijn vrouw, hij probeert haar en hun twee kinderen er bijvoorbeeld toe te bewegen naar Engeland te komen. Maar Catharina past ervoor om haar man in zijn ballingschap te volgen. Bilderdijk bestookt intussen zijn nieuwe geliefde gedurende anderhalf jaar met wanhopige liefdesbrieven. De aan lager wal geraakte, veel oudere en bovendien reeds gehuwde banneling is voor het meisje geen goede partij, maar ten slotte laat Wilhelmina zich overhalen met Bilderdijk te vertrekken naar Duitsland. Dat wil zeggen uit de buurt van haar ouders die haar iedere omgang met de dichterlijke minnaar verboden hebben. Uiteindelijk zou Bilderdijk scheiden van zijn vrouw Catharina, en de rest van zijn leven slijten met Wilhelmina.

Het verloop van Bilderdijks midlife-crisis kan op de voet worden gevolgd in Liefde en Ballingschap, een nieuw deel in de Privé-Domeinreeks verzorgd door de Amsterdamse Neerlandicus Marita Mathijsen. Hiervoor selecteerde zij brieven die Bilderdijk schreef van 11 februari 1795 tot 16 juni 1797 aan zes personen die in deze periode voor hem van belang waren. De brieven aan zijn uitgever Pieter Uylenbroek, zijn vriend Outhuys en zijn zwager Ulter dienen vooral als achtergrond voor zijn veel persoonlijkere epistels aan drie vrouwen: zijn echtgenote Catharina, zijn schoonzus Petronella Ulter en later aan zijn geliefde Wilhelmina Schweickhardt. Mathijsen heeft alleen de brieven van Bilderdijk opgenomen. De brieven waarop hij reageert zijn vooraf, voor zover van belang, kort samengevat en in een enkel geval wordt een kort citaat gegeven.

De briefwisseling staat aanvankelijk in het teken van Bilderdijks overhaaste vertrek uit Den Haag. Terwijl hij in Groningen verblijft in afwachting van zijn paspoort om het land te kunnen verlaten, schrijft zijn vrouw hem dat er een half uur na zijn vertrek al schuldeisers op de stoep stonden en dat er dagelijks nieuwe schulden bij komen. 'Waar moet dat na toe en wat toch heb jij met dit alles gedaan,' klaagt ze. Bilderdijk denkt op dat moment nog dat 'deze omstandigheden van korte duur zullen zijn' en adviseert haar om eenvoudig te wachten met terugbetalen. 'Alles komt neer op één punt en dat is tijd winnen. De zaken zoveel mogelijk laten zoals ze zijn.' In werkelijkheid zou Bilderdijk pas in 1806, na de val van de Bataafse Republiek, terugkeren in Nederland.

Het is vooral de wispelturige, aan stemmingen onderhevige Bilderdijk die oprijst uit zijn brieven. Zo is hij zwaar gedeprimeerd door het gemis van zijn bibliotheek. Regelmatig verzoekt zijn vrouw, die hij steevast aanspreekt als 'lieve dierbare', om wat boeken te sturen. Wanneer zij hem laat weten dat zijn boekenbezit waarschijnlijk geveild moet worden om zich de schuldeisers van het lijf te kunnen houden, stemt dit hem uiterst droevig: 'Verlies ik de boeken, dan verlies ik alles wat ik verzameld heb in zoveel jaren studie, en de rest van mijn leven, zo God het mij spaart, is niets waard [...].' Aan zijn vriend Outhuys schrijft hij in 1796 vanuit London: 'Voor het overige kan ik hier met mijn volstrekte gebrek aan boeken, hersens en rust toch geen werk produceren dat van belang zou zijn en geleerdheid of denkkracht uitstraalt. Ook ben ik in heel korte tijd zo aan alles ontwend dat ik nauwelijks in staat zou zijn om een eenvoudige brief in goed grieks op te stellen.'

De correspondentie met zijn vrouw, die eerst vrij zakelijk van aard is, krijgt een wending wanneer zij hem een paar maanden na zijn vertrek meedeelt dat hij niet meer bij haar hoeft terug te komen. Catharina voelt zich door haar man in de steek gelaten, maar blijkt ook wrok te koesteren over tien jaar huwelijksleven. 'Ik walg van ons vroegere leven', schrijft ze. Bilderdijk heeft van haar 'de ongelukkigste vrouw van de wereld gemaakt'. Hij reageert koeltjes: 'Ik heb je niet ongelukkig gemaakt, maar mij aan jouw ongeluk onderworpen om jou gelukkig te maken.' Zijn schoonzus Petronella neemt hij in vertrouwen nu 'de brieven van mijn vrouw hoe langer hoe wonderlijker worden'. Als antwoord op zijn liefde voor Catharina kreeg hij, zo schrijft hij, 'onverschilligheid, koudheid of ontzag in plaats van liefde en overvloedige hartelijkheid'.

Vanaf begin 1796 geeft Bilderdijk Italiaanse les aan Wilhelmina en langzaam wordt duidelijk dat hij zeer op dit meisje gesteld raakt. Ondertussen laat Catharina ondubbelzinnig weten dat zij aanstuurt op een echtscheiding. Gedurende enige maanden is Bilderdijk nogal tweeslachtig: aan Petronella schrijft hij in september van dat jaar dat echtscheiding, zoals Catharina wil, hem 'iets gruwelijks' lijkt. Ondanks alle verwijten van Catharina probeert hij de banden met haar tot april 1797, twee maanden voor hij met zijn geliefde eclipseert, aan te houden. Zo meldt Bilderdijk zijn vrouw in april bijvoorbeeld dat hij in Londen tegenover het paleis van de koning woont: 'Mijn ramen aan de voorkant kijken in de kleedkamer van de prinses van Wales. Een heel mooie vrouw, die oneindig veel op jou lijkt, maar zich nooit in die kamer kleedt.' Ondertussen maakt hij echter zijn geliefde Wilhelmina in hartstochtelijk proza het hof: 'Laten we van elkaar houden, mijn ziel!'

Zijn de brieven aan zijn vrouw aanvankelijk in de meerderheid, vanaf juni 1796 vormen de brieven aan zijn geliefde Wilhelmina ('mijn meisje', 'mijn alleraanbiddelijkst meisje', 'mijn godin') de hoofdmoot van Liefde en ballingschap. Ze tonen Bilderdijk in zijn somberste momenten: 'De verschrikkelijkste eenzaamheid omgeeft mij. Help me, haal me uit deze verschrikkingen. Kom me troosten of maak dat ik tenminste in jouw aanwezigheid mag sterven.' Later schrijft hij: 'O, gevoelloos, harteloos hart! Van half acht tot negen uur liep ik rondom je huis, en mijn zuchten bereikten je oren niet, mijn verdriet steeg niet op naar je hart! [...] Maar terwijl ik buiten mezelf ben en smachtend en moeizaam het zwakke leven in tranen en zuchten voortsleep, moet ik verdragen wat ondraaglijk is.' Bilderdijks toon wordt steeds dwingender en zijn met kolkende emoties gevulde liefdesbrieven worden op den duur toch wat eentonig. Daarom is het goed dat Mathijsen ze af en toe nog afwisselt met brieven aan zijn schoonzus, zijn zwager en zijn vrouw.

Marita Mathijsen promoveerde tien jaar geleden op De brieven van de Schoolmeester, de negentiende-eeuwse student-dichter die net als Bilderdijk, maar om andere redenen, moest uitwijken naar Engeland. Ze publiceerde verder Naar de letter, Handboek voor editiewetenschap, dat inmiddels geldt als een standaardwerk. Bilderdijks brieven heeft Mathijsen 'vertaald' naar hedendaags Nederlands, en daarmee heeft zij de lezers van nu onmiskenbaar een dienst bewezen, want zij hoeven de horde van tweehonderd jaar taalontwikkeling niet te nemen. Op deze manier brengt zij Bilderdijks zieleroerselen opnieuw pregnant onder de aandacht van de geïnteresseerde lezer. En dat zonder degenen die onderzoek willen doen naar de oorspronkelijke teksten tekort worden gedaan, want de brieven uit Liefde en ballingschap, zijn geselecteerd uit de wetenschappelijke teksteditie uit 1988 van J. Bosch, H.W. Groenevelt en M. Van Hattum. Door deze vertaling kunnen Bilderdijks brieven nu concurreren met buitenlandse auteurs uit vroeger tijden, die in de Privé-Domeinreeks ook opnieuw vertaald zijn. Door uitsluitend brieven aan een beperkt aantal personen op te nemen en ook in deze brieven te 'knippen', is Mathijsen erin geslaagd een evenwichtig verhaal te vertellen dat bijna leest als een biografie. En dat laatste is waar het kleurrijke leven van de dichter, schrijver, schilder, geleerde, advocaat, hypochonder, aarts-romanticus en privaat-docent Bilderdijk, nu om vraagt.