Celstraffen geëist in omvangrijke oliefraude

DORDRECHT, 20 FBR. Tijdens de derde dag van de behandeling van een omvangrijke oliefraudezaak zijn voor de rechtbank in Dordrecht tegen drie verdachten celstraffen geëist van achttien maanden, waarvan zes voorwaardelijk.

De drie Dordtenaren staan terecht voor hun rol als transporteur en tussenhandelaar in de fraude met gasolie, benzine en kerosine. De 41-jarige J. van H. diens 39-jarige broer A.G.A. van H. en de 33-jarige M.W.S. maakten volgens het Openbaar Ministerie deel uit van een criminele organisatie.

Diverse getuigenverklaringen van onder meer werknemers van bunkerbedrijf Julianasluis alsmede telefoontaps en het FIOD-onderzoek overtuigden justitie daarvan.

Door valse facturen leek het alsof de oliën van een leverancier uit Dordrecht kwamen. Deze verklaarde echter dat hij nimmer een liter aan de verdachten had verkocht, maar geld ontving voor de geleverde nep-facturen.Naast de geëiste celstraf moet J. van H. het voordeel dat de zwendel hem heeft opgeleverd, ruim 6,5 ton, terugbetalen. Voor S. is dat een bedrag van bijna 400.000 gulden.

De Dordtenaren haalden de minerale oliën bij het Goudse bunkerbedrijf Julianasluis BV, waar de verduisterde oliën aan land kwamen, en transporteerden deze naar de grootste witwasser, het bedrijf Griffioen in Nigtevegt.

Tussen 1991 en 1995 zou er zo'n 63 miljoen liter zijn verhandeld. De schatkist zou voor 40 miljoen gulden zijn benadeeld. Tijdens de eerste twee procesdagen zijn tegen verdachten uit Vlaardingen, Nigtevegt, Lekkerkerk en Gouda voor hun aandeel in de oliefraude straffen van zes maanden tot drie jaar geëist.

Volgende week vrijdag is de laatste dag van de rechtszaak. Op 13 maart volgt de uitspraak. (ANP)