Boterham met boter

“Vind je het niet vreselijk?”

“Nee, ik vind het niet vreselijk.”

Het zit zo. Ik ben van Amsterdam naar Koudum verhuisd. Ik had nog nooit van Koudum gehoord en was stellig van plan mijn hele leven in Amsterdam te blijven. Een mens kan toch alleen maar gelukkig zijn op een van de grachten, of in de Van Eeghenstraat?

Totdat ik mij ineens in Koudum bevond. De verhuizing ging snel, er was geen tijd om me een voorstelling van de toekomst te maken. Achteraf een voordeel, want zo kan het ook niet tegenvallen. Maar het is wel gek om je leven zo'n wending te geven zonder daarbij na te denken.

Ik voel me hier nu, in dit mooie, statige huis, de directiewoning van een oude melkfabriek, heel rustig en tevreden. Zoals ik als kind dacht dat grote mensen, met mijn oma van moeders kant als voorbeeld, zich hoorden te voelen. Dat is het rare, ik bekijk de wereld zoals ik er als kind naar keek.

De jongste zoon is meeverhuisd. Hij zit in groep 6, op de nieuwe school. Tussen de middag komt hij thuis, vanuit mijn werkkamer zie ik hem aankomen. Dan lijkt het wel 1958. Dan herinner ik mij een boterham met boter bij oma in de keuken, het spelen en weer naar school gaan. Het gevoel van tijdloosheid dat kinderen eigen is en dat ik op de hele wereld projecteerde.

Hoe zou het nou toch komen dat ik dat hier ineens weer heb?