Bij CSM heerst permanent oorlog

Invloed geven aan beleggers op de beurs vindt voedingsbedrijf CSM maar niets. Zeker niet als het bedrijf een aantrekkelijke prooi voor rijke concurrenten is. De beleggers denken daar anders over en willen wel invloed. Wie wint?

AMSTERDAM, 20 FEBR. “U heeft het over stakeholders. Zijn dat de bietenstekers?”

De aandeelhoudersvergadering van voedingsbedrijf CSM was gisteren het forum voor menig nieuwsgierige belegger om alles te vragen wat hij altijd al had willen weten. CSM is van een Nederlandse monocultuur (suiker) een echte multinational geworden: de grens van 4 miljard omzet wordt dit jaar overschreden, meer werknemers buiten (3.397) dan in (2.889) Nederland. De waarde van CSM op de effectenbeurs is meer dan 4 miljard gulden. Aandeelhoudersver- gaderingen staan dit jaar in het teken van veertig aanbevelingen van de commissie Peters (met beleggers, managers en experts), voor onder meer meer grotere zeggenschap van beleggers op het reilen en zeilen van bedrijven. CSM is in dit opzicht een buitenbeentje. Het merendeel van de aandelen plus stemrecht zijn geconcentreerd bij een administratiekantoor. Beleggers op de beurs moeten zich behelpen met zogeheten niet-royeerbare certificaten. Die geven wel didvidend, maar geen stemrecht.

De certificaathouders, inclusief pensioengigant ABP, die vijf procent van de effecten bezit, kregen gistermiddag op de aandeelhoudersvergadering geen poot aan de grond met hun pleidooien voor een ommezwaai conform de adviezen van de commissie Peters. “Een regenteske houding”, luidde het commentaar van drs. P. de Vries van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). Niet alleen CSM volhardde gisteren in zijn 'njet'.

Ook de Nederlandse professionele beleggers, die door de commissie Peters zijn opgeroepen om actief mee te doen aan de discussies op de aandeelhoudersvergaderingen lieten het, met uitzondering van pensioenfonds ABP, massaal afweten. Volgens CSM is bijna 60 procent van de certificaten in handen van professionele beleggers.

In plaats van een forum voor serieuze discussie over het beleid van de onderneming was de aandeelhoudersvergadering een uitwisseling van standpunten. CSM lijkt een gesloten systeem dat doet denken aan de beste jaren van de Sovjet-economie.

Extern kapitaal hoeft het bedrijf niet aan te trekken: het percentage van de winst dat aan beleggers wordt uitgekeerd (een derde) is mager en het grootste deel daarvan wordt bovendien in eigen aandelen uitgekeerd. Zo houdt CSM de meeste winst in eigen bedrijf en kan zij daarmee op overnamepad gaan zonder hinderlijke pottenkijkers.

Alle macht bij CSM is geconcentreerd bij een administratiekantoor dat het stemrecht op de aandelen heeft. Beleggers kunnen op de beurs geen echte aandelen kopen, maar wel certificaten: die geven echter geen stemrecht. Een mislukte vijandige overname op CSM in de jaren zeventig heeft een vergelijkbaar trauma veroorzaakt als de Duitse inval in de Sovjet-Unie in 1941. De sovjets vonden daarin later een passend argument voor permanente paraatheid van hun militair-industrieel complex. CSM wil in weerwil van Peters zijn belegger ook in vredestijd, als er geen vijandige overname dreigt van het concern, geen zeggenschap geven. “Wie bepaalt of er sprake is van vredestijd”, vroeg directievoorzitter J. Vink twee weken geleden retorisch toen CSM's jaarverslag aan de media werd gepresenteerd. Het almachtige administratiekantoor zweeg in alle talen.

In naam van de aandeelhouders blijken in het recente en verre verleden opmerkelijke beslissingen bij CSM te zijn genomen, waar beleggers gistermiddag tevergeefs kritiek op hadden. Zo is de spreektijd op hun eigen verzoek tot vijf minuten beperkt. Tien jaar geleden had de aandeelhoudersvergadering de beloning van commissarissen gekoppeld aan het dividend van de aandeelhouders. Dat levert de commissarissen inmiddels 96.250 gulden op, plus een vaste beloning van 10.000 gulden. President-commissaris ir. F. Fentener van Vlissingen (die als voorzitter 10.000 gulden extra krijgt) noemde de beloning zeer fatsoenlijk. Tegen de zaal:“Het is goed dat ik uw mening weet.”

Hij verdedigde de koppeling met een beroep op het internationale karakter van CSM. In de Verenigde Staten wordt de commissarisenbeloning juist meer en meer gekoppeld aan de aandelenkoers. Deze vergelijking schoot De Vries in het verkeerde keelgaat. “De open dialoog die u voorstaat is niet open. Als alle grote internationale bedrijven kwartaalwinsten rapporteren en u niet, moet u voor een oproep daartoe toch gevoelig zijn. U eet van twee walletjes. Tegen de internationale trend in hebben beleggers hier geen enkele zeggenschap.”