Bestuurlijke drukte

DE MINISTERS DIE zich met politiezaken bezighouden, Dijkstal (Binnenlandse Zaken) en Sorgdrager (Justitie), zijn op de valreep van hun ambtstermijn met een plan voor verbetering van het politiebestel gekomen. Het wordt getypeerd door de wijze waarop zij hun functie hebben vervuld: weinig overtuigend.

Met name Dijkstal heeft er de afgelopen jaren een gewoonte van gemaakt om te pas en te onpas te zeggen dat hij van goede wil is maar dat de nieuwe Politiewet van 1993 hem de handen bindt. Of het nu om de mobiliteit in de top gaat, meer blauw op straat of de prioriteiten in het politiewerk.

Dit beroep op wettelijk onvermogen is zwaar overdreven. Dijkstal is van meet af aan tegen het regionale politiebestel geweest en wil eigenlijk een provinciale politie - ook al wijst weinig in de richting van deze aarzelende bestuurslaag. Dat neemt niet weg dat het nieuwe politiebestel inderdaad niet goed in elkaar zit, zo blijkt uit een evaluatie-onderzoek dat het kabinet heeft laten doen. Het kernprobleem is dat de politiekorpsen nieuwe stijl in een “regionaal gat” zijn beland. Het regionale politiebestel was een voorschotje op een algemene reorganisatie van het binnenlands bestuur, maar deze is er niet van gekomen. Daardoor bungelen de korpsen nu in een democratisch luchtledig.

HET VORIGE kabinet meende dat dit niet zo bezwaarlijk was omdat de nieuwe regionale structuur slechts betrekking had op het beheer over de politie. De bevelsstructuur, het gezag over de politie, bleef onaangetast. En, zoals dat heet: “beheer volgt gezag”. In werkelijkheid zijn deze twee niet te scheiden: beheersbeslissingen over het aantal politiebureaus of de dienstroosters zijn in grote mate bepalend voor wat de politie uitvoert.

Het nieuwe politiebestel heeft “een ongekend grote hoeveelheid bestuurlijke drukte” gegenereerd, signaleren de onderzoekers. Het beheer dreigt het gezag te overwoekeren. Typerend voor deze drukte is een kloof tussen wet en werkelijkheid binnen het politiebestuur, met name de mate waarin de korpsen afhankelijk zijn van de persoonlijke verhoudingen in de top. Uitslaande bestuurlijke branden in Rotterdam en Groningen vormden een illustratie bij deze analyse.

De voorstellen van Dijkstal en Sorgdrager dragen weinig bij aan een oplossing. De centrumburgemeester moet verdwijnen als korpsbeheerder. Diens rol wordt toebedacht aan het al bestaande regionaal college van burgemeesters. Daar zitten al gauw twee, zo niet drie dozijn autoriteiten om de tafel. Effectief vergaderen is volgens de onderzoekers nu al vaak moeilijk. En de centrumburgemeester keert via een achterdeurtje toch weer terug als voorzitter van het dagelijks bestuur. Over bestuurlijke drukte gesproken.

DE KORPSCHEF wordt in de plannen van de ministers opgewaardeerd tot directeur van het korps, belast met het dagelijks beheer. Dat is niet direct een bijdrage aan de “ondergeschiktheid van beheer aan gezag”, die bij het opstellen van de nieuwe politiewet met zoveel woorden voorop werd gesteld. Het gevaar neemt toe dat democratisch oncontroleerbare politiemanagers hun eigen agenda hanteren. Tot dusver is dat gevaar ondanks enkele uitschieters (Nordholt als korpschef van Amsterdam) aardig bezworen. “De politie is niet verzelfstandigd”, zeggen de onderzoekers. Maar dat kan gauw afgelopen zijn wanneer Dijkstal en Sorgdrager hun zin krijgen.

Hun voorstellen zijn begrijpelijk met weinig enthousiasme ontvangen. Ze zijn ook slecht getimed. Een beslissing valt in de aflopende kabinetsperiode niet te verwachten en het politievraagstuk komt naar men mag hopen bij de volgende kabinetsformatie in volle omvang op tafel. Bovendien gaan de wensen binnen de regeringsfracties eerder in de richting van het aanwijzen van één minister die zich bezighoudt met politiezaken. Daar willen de twee betrokken ministers nu juist niet aan.

EEN DIRECTE remedie voor ruzie in regionale politietoppen is zo'n Haagse herverkaveling natuurlijk niet. Maar het kan wel aanmerkelijk schelen in de bestuurlijke drukte op nationaal niveau, waar een spreekwoordelijke stammenoorlog tussen de naburige doch immer rivaliserende kantoortorens van Binnenlandse Zaken en Justitie nooit geheel valt te onderdrukken. De wens van een fusie wijst in elk geval helemaal in de richting van de komende kabinetsformatie. De sterke arm ligt de Haagse politiek na aan het hart.