Bariton Hampson lijkt in operarollen meer op een tenor

Concert: Thomas Hampson, Jerry Hadley en Roberta Alexander m.m.v Metropole Orkest o.l.v. Eric Stern. Gehoord: 17/2 Concertgebouw Amsterdam. Tv: 3/4 18.55 uur Avro Ned. 1; radio: 30/5 14 uur Avro Radio 4.

Concert: Thomas Hampson en Carol Vaness m.m.v. Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Lawrence Renes. Gehoord: 19/2 Concertgebouw Amsterdam. Tv: 26/2 18.55 uur Avro Ned. 1; radio: 6/6 14 uur Avro Radio 4.

De 'carte blanche' die de Amerikaanse bariton Thomas Hampson van het Amsterdamse Concertgebouw kreeg bij het programmeren van een serie van zeven concerten, leidde deze week tot twee uitersten: een dinsdagavond met musicalmuziek en een donderdagavond met Verdi-opera, die beide door de tv zullen worden uitgezonden.

Hampson profileerde zich daarmee als een representant van de 'crossover', waarbij de getalenteerde 'klassieke' kunstenaar zich op verschillende stilistische terreinen beweegt. In Nederland gebeurt het zelden, de operazangers Marco Bakker en Henk Poort gingen vrijwel geheel over naar het lichte genre, liedzangeres Elly Ameling zong slechts een enkele keer Gershwin.

In Amerika gebeurt het vaker: Hampson kwam op zijn musicalavond aan met tenor Jerry Hadley en sopraan Roberta Alexander, overigens een halve Nederlandse. Helemaal Nederlands was het Metropole Orkest, maar dirigent Eric Stern was weer erg Amerikaans. Stern deed ook nog in zijn eentje aan een ander soort crossover, door vanachter de piano Fascinating rhythm te zingen.

De Grote Zaal baadde in zwoel licht als ware het Concertgebouw even verplaatst naar Las Vegas, maar de sfeer bleef keurig en afstandelijk. De zangers stonden op een verhoogje achterop het podium en bleven daar ook zingen onder het orgel, terwijl een catwalk tot achter in de zaal hier passender was geweest. Gershwin, Weill, Rodgers & Hammerstein, Berlin, Sondheim, Bernstein en Wright - het was een waterval van muziek die ontsproot aan de drie croonende kelen. Maar de onbeholpen danspasjes toonden dat het echte showelement hier hopeloos ontbrak en waren het bewijs voor het aloude 'ieder zijn vak'.

Want, zo bleek ook gisteravond, er ligt een wereld van verschil tussen het klassieke en het populaire werk. Het lichte genre, hier zelfs versterkt ten gehore gebracht, kost zulke zangers geen moeite en is daarom ook niet spannend. Het serieuze repertoire dwingt de zanger fysiek en interpretatief tot het uiterste te gaan, waarbij de hoorbare uitkomst niet geheel is te voorspellen. En zo bood de Bolero uit Les vêpres siciliennes, waarmee Carol Vaness gisteren het operaconcert opende, al meer echte zangkunst dan de hele musicalavond.

De uitnodiging aan Carol Vaness, die hier met stormachtig succes haar Nederlandse debuut maakte, was ongeveer het beste dat Hampson tot nu toe in zijn serie deed. De beroemde sopraan beschikt over een groot inlevingsvermogen, een enorme theatrale présence, een fraaie egaal opgebouwde stem en een soepele techniek om die van luchtige trillers tot aangrijpende uitbarstingen om te zetten in echte opera. Daartoe stonden, naast wat losse nummers, ook enkele lange scènes op het programma, al was het jammer dat de goed begeleidende dirigent Lawrence Renes de opgebouwde spanning soms teloor liet gaan, door middenin een scène te stoppen en applaus uit te lokken.

In de Traviata-scène tussen de oude Germont en Violetta en in de confrontatie tussen Renato en Amelia uit Un ballo in maschera kwam Vaness tot roerende uitbeeldingen van vrouwen in nood. Hampson zelf maakte indruk, maar overtuigde, na een niet optimaal in het Frans gezongen Rodrigue-monoloog uit Don Carlos, ook in de duetten niet ten volle. Hij is een bariton, maar hij heeft de habitus van een tenor, die wil plezieren en verleiden. Hij zou liever de jonge Germont zijn dan de oude, die Traviata zo verdriet. Hij is liever een hartstochtelijk minnaar dan als Renato tot Amelia te moeten zingen: 'Jouw bloed! En mijn dolk zal het uit je ontrouwe hart doen stromen.'

Pas de toegift, het duet Là ci darem la mano uit Mozarts Don Giovanni, bracht de ware Hampson op het podium: de hartenveroveraar.