Voorkeursbajes

“Of Veenhuizen een goeie bajes is? Morgen komt de selecteur over zijn overplaatsing praten en hij kan twee voorkeursbajesen opgeven. Vandaar. Het liefst was Paco hier gebleven, Spaanstaligen genoeg, ze worden dagelijks van Schiphol aangevoerd en soms zitten er ook nog Salvadoraanse landgenoten onder.

Maar hij mag niet in het Huis van Bewaring blijven, hij is een paar weken geleden afgestraft en moet binnenkort naar een gevangenis. Dus dat wordt twee jaar kniezen in een eenzame cel. Want hij spreekt geen woord Engels, laat staan Nederlands. Ik vraag het aan Frits, hij heeft al heel wat bajesen gezien en weet van wanten.

“Veenhuizen is een hele goeie, tennisbanen, sportzalen, de celdeur de hele dag open en er is nog een zwembad ook - schenking van de bende van Klaas Bruinsma, waarvan er een heeft gezeten”, meldt hij terzake kundig.

Als ik zijn woorden heb vertaald, begint Paco te grijnzen. “Misschien moet ik mijn vrouw ook maar laten overkomen, het lijkt wel een hotel.”

Hij wil weten waar het ligt. Voor hem is ons land een blinde vlek, hij was er nog nooit geweest en is direct na aankomst met drie kilo wit afgevoerd. De enige plekjes die hij kent zijn het bajeskamertje op Schiphol waar de cocaballetjes uit zijn lichaam zijn gepompt, het Huis van Bewaring en de rechtbank.

Op mijn bajesatlasje wijs ik Veenhuizen aan en als ik hem zeg dat het in een uithoek 150 km verderop ligt, haalt hij achteloos zijn schouders op. Bezoek zal hij toch nooit krijgen: hier kent hij niemand en zijn familie in El Salvador mag niet weten dat hij zit.

“Mag ik hem ook meenemen?” Hij wijst naar zijn kanariepiet in zijn cel verderop, het is de enige vriend die hij hier heeft en vaak hoor ik ze urenlang met elkaar kwetteren.

“Geen punt”, zegt Frits.

Een tijdlang staart Paco broeierig voor zich uit. “Vén-hausen, Vén-hausen”, mompelt hij opeens. Uit zijn mond klinkt het naar rum en meringue en heel ver weg.

Besluiteloos kijkt hij me aan. Wat te doen? De tijd dringt en als hij met geen enkele naam komt is hij morgen helemaal aan de willekeur van de selecteur overgeleverd.

Vertwijfeld pakt hij zijn pater-agenda, zoekt de bajeslijst op en begint de namen stuk voor stuk op te lezen. Uiteindelijk blijft er eentje over: die van Sittard. Want daar, zo is hem verteld, zou ook een Salvadoraan zitten. Maar of dat echt zo is...

Berustend haalt hij zijn schouders op en kijkt omhoog naar de asgrauwe lucht, het sneeuwt en de vlokken op zijn chocoladebruine gezicht zijn heel erg wit.

“Wie had dat ooit kunnen denken?” Hij wijst naar de sneeuw op zijn gezicht. Daarna zegt hij een tijdje niks.

“Nou, Vén-hausen en Sittard dan maar”, zegt hij opeens en haalt opgelucht adem. Hij heeft zijn keus gemaakt. Eindelijk. Het woord is aan de selecteur.