Vermeenditis

Het schijnt niet best te gaan met de vaderlandse filmindustrie. Mismoedig stellen cineasten vast dat kapitaalkrachtige beleggers onvoldoende bereid zijn hun geld in nieuwe producties te steken. Dat zal een goede reden hebben. Het rendement van andere investeringen is vermoedelijk hoger.

Zouden marktkrachten de doorslag geven, dan verschrompelde de bedrijfstak. Goede regisseurs, cameramensen en acteurs wijken uit naar het buitenland. Bioscoopgangers blijven verschoond van kennelijk ongewenst vertier. Het schijnt dat de overheid zich al jaren terugtrekt. Maar met de zegen van de verantwoordelijke bewindslieden heeft een groepje ambtenaren besloten dat het anders moet. Nederland dient een eigen filmindustrie te houden. Als gevolg van een succesvolle lobby in Den Haag kregen filmbazen onlangs uitzicht op aanzienlijke overheidssteun voor het maken van rolprenten van eigen bodem. Geldschieters kunnen straks rekenen op een belastingvrijstelling voor revenuen uit hun investering in nieuwe filmproducties. De verwachting is dat het vooruitzicht van belastingvrij rendement mensen met een hoog inkomen lokt extra geld te steken in risicovolle filmprojecten. Nieuw is deze constructie niet. De belastingwetgeving kent al extra vrijstellingen voor inkomsten uit 'groen' beleggen, uit tante-Agaath leningen en voor dividend dat wordt uitgekeerd door participatiemaatschappijen die startende bedrijven van risicodragend kapitaal voorzien.

Het voorbeeld van de nieuwe vrijstelling voor beleggingen in de filmindustrie illustreert dat 'Vermeenditis' nog steeds slachtoffers maakt. Staatssecretaris Vermeend van Financiën is een groot voorvechter van dit soort bijzondere tegemoetkomingen. Beleidsmakers die lijden aan het Vermeenditis-syndroom zijn er rotsvast van overtuigd dat economische problemen en sociale kwalen veelal het beste kunnen worden bestreden met behulp van fiscale instrumenten. Milieuvervuilers worden onder druk gezet met groene heffingen. Een hele reeks nieuwe fiscale tegemoetkomingen geeft burgers en ondernemers financiële prikkels om te dansen naar het pijpen van Den Haag. Invoering van zulke fiscale voorrechten voor bepaalde groepen is echter in strijd met het uitgangspunt dat belastingplichtigen die in dezelfde omstandigheden verkeren gelijk moeten worden behandeld.

De voordelen voor belanghebbenden zijn inmiddels duidelijk. Overheidssteun aan een bedrijfstak staat tegenwoordig in een kwaad daglicht. Het mag ook niet van de Europese Unie, als uitvloeisel van spelregels die beogen vervalsing van concurrentieverhoudingen tegen te gaan. Maar sluiksubsidie in de vorm van fiscale voordelen valt nauwelijks op. Zulke subsidies komen doorgaans heelhuids door bezuinigingsronden. Er prijkt immers geen bedrag voor op de rijksbegroting waar een dikke streep door kan worden gezet. Als gevolg van dit type subsidie vallen wel de belastingopbrengsten lager uit. Maar in de begrotingsstukken valt niet te lezen hoeveel de schatkist door allerlei 'belastinguitgaven' derft. Deze vorm van financiële overheidshulp is dus onzichtbaar en niet vatbaar voor rechtstreekse parlementaire controle.

Wie van fiscale subsidies profiteert, geniet ook een psychologisch voordeel. Aan een geldelijke uitkering van de overheid kleeft vaak het odium van bedeling. Valt daarentegen de aanslag lager uit, dan appelleert dat aan het gevoel dat de burger een overwinning heeft geboekt op de als te inhalig ervaren fiscus.

Het recente advies van de studiegroep Begrotingsruimte bevat onder andere de aanbeveling de met belastinguitgaven gemoeide bedragen in de toekomst uitdrukkelijk in de begroting op te nemen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door in de Miljoenennota eerst een bruto raming van de belastingontvangsten te geven. Zij geeft aan hoeveel de schatkist zou ontvangen wanneer alle fiscale voorrechten worden afgeschaft. Vervolgens worden post voor post de van kracht zijnde fiscale steunmaatregelen vermeld: voor de zeescheepvaart, voor zelfstandigen (zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek, meewerkaftrek), voor werkgevers die laagbetaalden in dienst nemen, voor instellingen die werkzaam zijn in het algemeen belang (giftenaftrek in de inkomstenbelasting). Na correctie voor al deze regelingen resulteert een raming van de netto belastingopbrengsten. Dat zijn de bedragen die de minister van Financiën daadwerkelijk denkt binnen te krijgen.

Voorlopig lijkt schatkistbewaarder Zalm weinig te voelen voor systematische onthulling van fiscale subsidies. Integendeel, het gaat van kwaad tot erger. Het kabinet studeert op mogelijkheden om de bodemsanering met behulp van fiscale tegemoetkomingen te versnellen, zo deelde minister De Boer van Milieu onlangs mee.

Ruim een maand geleden werd duidelijk dat schoolboeken voor het voortgezet onderwijs aanzienlijk in prijs zullen stijgen. Ze worden kleurrijker om snel afgeleide zap-generaties leerlingen bij de les in het leerhuis te houden. Het slechte nieuws had de krantenpagina's nauwelijks bereikt of minister Zalm en staatssecretaris Netelenbos van Onderwijs lieten weten dat het kabinet studeerde op de mogelijkheid om schoolboeken onder een extra laag btw-tarief te brengen. Dat zou een wel heel dwaas voorbeeld worden van het rondpompen van geld.

Het onderwijsbeleid jaagt burgers eerst op hoge kosten en vervolgens geeft de overheid subsidie via een verlaagd btw-tarief om de koopkrachtschade te beperken. Het ligt meer voor de hand dat de overheid garandeert dat in het onderwijs de financiële drempels voor ouders zo laag blijven dat geen tegemoetkoming nodig is.