Veel geld en energie gaat verloren omdat ieder korps in de eigen organisatie investeert; Politie niet gebaat bij voorstellen van het kabinet

Drs. C.M.S. Glim is managing consultant bij Moret Ernst & Young. N.A. Laagland is in het kader van management development adviseur bij hetzelfde bedrijf en commissaris van politie. Het kabinet kondigde gisteren een aantal maatregelen aan teneinde de democratische controle op de politie te vergroten. Zo verdwijnt ondermeer de functie van korpsbeheerder van de regionale politie. Maar volgens C.M.S. Glim en N.A. Laagland leiden de voorstellen tot minder daadkracht en minder democratie.

Naar aanleiding van de evaluatie van de Politiewet heeft het kabinet enkele voorstellen gedaan om het bestuurlijk gezag bij de politie te versterken. Het kabinetsstandpunt behelst marginale wijzigingen, waaruit een grote mate van compromisvorming spreekt. Hierdoor laat het kabinet een kans voorbij gaan om de politieorganisatie weer met beide benen in de maatschappij te zetten.

Door de burgemeester van de centrumgemeente niet meer verantwoordelijk te stellen voor het beheer, maar deze verantwoordelijkheid over te hevelen naar een regionaal college, kan niemand meer op deze verantwoordelijkheid worden aangesproken. Grotere aantallen bestuurders gaan zich nu bezig houden met het beheer, wat de daadkracht van de politie zal verminderen. De gemeenteraad kan de burgemeester aanspreken op zijn inbreng in het regionaal college. Dit maakt de zo belangrijke democratische inbedding van de politie minder dan deze al was. De korpschef formeel 'als directeur' belasten met het dagelijks beheer is een goede maatregel, maar feitelijk verandert daardoor niets. Ook blijft onduidelijkheid bestaan over de wijze waarop met bovenregionale vraagstukken moet worden omgegaan. Waarom wordt niet de aansluiting gezocht bij een bestaande regionale bestuurslaag? Is de politie geen uitdaging voor de provincie?

De problemen binnen de politie zouden voor een deel kunnen worden opgelost door aansluiting te zoeken bij de huidige organisatie van het binnenlands bestuur. Na 150 jaar Thorbecke en vele bestuurlijke experimenten kan worden vastgesteld dat het drie bestuurslagenmodel van Thorbecke dit millennium en de komende decennia gaat overleven. Binnenlandse Zaken ziet niets in hernieuwde discussieronden over de structuur van onze bestuurlijke organisatie. De tijd is aangebroken om te investeren in de effectiviteit van het openbaar bestuur. Dit geldt ook voor de Nederlandse politie. Met de bestuurlijke hulpstructuren in de vorm van politieregio's, is voor een te uitgebalanceerd machtsevenwicht gezorgd, waardoor een zeer delicaat krachtenveld is ontstaan. Kenmerkend voor dit krachtenveld zijn stroperigheid in de besluitvorming en diffuse toedeling van verantwoordelijkheden. Onduidelijk is wie op welke wijze en door wie op verantwoordelijkheden kan worden aangesproken. Er is geen sprake van directe democratische controle. Dit maakt het systeem van de 'driehoek' niet goed bestand tegen conflicten en gevoelig voor 'ongelukken'.

De schaalgrootte van de vijfentwintig politieregio's past niet bij de aard van de problemen waarmee de politie wordt geconfronteerd. Kijk bijvoorbeeld naar de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit. Het blijkt moeilijk de krachten te bundelen en vanuit een gezamenlijke visie de misdaad aan te pakken. Bij samenwerking in internationaal verband is de politieregio geen serieuze partner en moet al gauw het ministerie van Justitie worden ingeschakeld.

Veel geld en energie gaat verloren omdat ieder korps investeert in zijn interne organisatie. Dit gaat ten koste van de uitvoering van de verantwoordelijkheden die de politie heeft in de maatschappij. Daarnaast werkt het verwarrend naar de buitenwereld toe. Of, zoals de Rekenkamer in 1997 opmerkte: “op dit moment is iedere winkel anders georganiseerd, waardoor naar de klant toe geen eenduidig verwachtingspatroon kan worden gecreëerd”. De huidige politie-organisaties gebruiken vier informatiesystemen. Men is het niet eens over de architectuur, over het gegevensbeheer, over standaardisering van processen en andere zaken die van belang zijn om te komen tot een adequate informatievoorziening. Het lijkt in retrospectief een gemiste kans dat begin jaren tachtig het model van de provinciale politie niet is doorgezet. Nu de discussie over de stadsprovincie vrijwel voorbij is, wordt duidelijk dat het nieuwe middenbestuur in Nederland zal worden gevormd door de provincie.

Rekening houdend met het toenemende belang van de internationalisering bij de politie en het openbaar bestuur, kan worden verwacht dat dit regionale bestuur in Europa steeds belangrijker wordt. Alleen van de verdere vernieuwing van deze bestuurslaag in onderlinge wisselwerking met haar omgeving, kan een nieuw elan worden verwacht. Zou het niet verstandig zijn de ontwikkeling van een effectieve politie-organisatie aan deze trend te koppelen?

Het concept van de provinciale Politiewet gaat uit van een heldere gezags-en beheersstructuur. De Commissaris van de Koningin wordt korpsbeheerder. De korpsbeheerder legt verantwoording af aan de leden van Provinciale Staten. Hiermee wordt de democratische controle weer duidelijk. Indien het huidige concept van concern-divisie model als uitgangspunt wordt behouden, is het mogelijk dat de rol van de burgemeester (gecontroleerd door de gemeenteraad) als verantwoordelijke voor de openbare orde blijft bestaan.

De politie dicht bij de burger: dat blijft het uitgangspunt. Vanuit de provincie zou in samenwerking met de gemeenten initiatief moeten worden genomen voor wijkteams in de gemeenten om de integratie van de politie in de samenleving te waarborgen. Daarnaast kan vanuit een provinciale visie worden vastgesteld welke projectteams nodig zijn om de aanpak van specifieke regionale problemen aan te pakken.

De provinciale Politiewet werkt de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit uit door een landelijke recherchedienst op te richten, ressorterend onder het ministerie van Justitie. De invloed van de nationale overheid zal daarmee vergroten. De minister van Binnenlandse Zaken gaat over bepaalde landelijke aspecten van de veiligheidszorg. De provinciale Politiewet zorgt daarmee dat aandacht wordt besteed aan die zaken die de gedecentraliseerde Nederlandse politie-organisaties aan elkaar verbindt. De provincie is voor het rijk een gemakkelijk aanspreekpunt.

De transformatie van de huidige regionale politieorganisaties naar een provinciale organisatievorm zal vele malen gemakkelijker zijn dan het moeizame fusieproces dat het gevolg was van de Politiewet 1992. Het operationele proces zal in geringe mate last ondervinden van deze volgende stap. De doorzichtige uitgangspunten en kaders inzake de besturing en beheersing van de politie die aldus ontstaan, zorgen ervoor dat de energie weer gericht kan worden op de primaire politiezorg, veiligheid dus. Als niet structureel wordt ingegrepen blijft de politie steeds meer kenmerken vertonen van een in zichzelf gekeerde organisatie. Daar is de samenleving absoluut niet mee gediend.