Uitlaatklep voor virtuele haat

INTERNET. Eergisteren sloeg CNN alarm: extreem-rechts heeft Internet bestormd. Het aantal 'hate-sites' neemt wereldwijd toe. Naar schatting zijn er enkele honderden, zoals die van de Ku Klux Klan: “All African niggers are savage, bloodthirsty, Satanic beasts.”

Mein Kampf is op het net gegooid, historisch revisionisten gaan on-line om de 'Auschwitz-Lüge' te verspreiden en in Scandinavië is skinhead-muziek via Internet te bestellen. De Centrumdemocraten, CP'86 en VNN, Volksnationalisten Nederland, hebben eigen sites. Daar treft de surfer hun partijprogramma's, hun oproepen of, zoals bij VNN, een cartoon van een Marokkaan in een met bloed besmeurd gewaad.

Extreem-rechtse nieuwsgroepen floreren. Op het Open Forum van de beruchte Stormfront-site buigen deelnemers uit allerlei landen zich over de vraag welk volk moet worden uitgeroeid. “The German soldiers did make a mistake! Instead of killing the Jews they should've killed all the fucking blacks in Africa”, e-mailt een van de deelnemers. Een ander bestrijdt dat: “The gypsies should be liquidated by all Europeans.” Een derde: “The Jews are our only and real enemy.”

In de Verenigde Staten houdt de Anti-Defamation League de hate-sites nauwlettend in de gaten. Donald Cohen, directeur van de afdeling Michigan van deze organisatie, meent dat racistische groeperingen dankzij Internet een legitiemer karakter hebben gekregen. Ze zijn, bij wijze van spreken, vanuit de marge naar het eerbiedwaardige leven opgeklommen. Niet gehinderd door boycot of neerbuigendheid van de media, vinden zij, eindelijk, wereldwijd gehoor. Cohen noemt Internet een geweldig middel voor 'haters', vooral omdat zij anoniem kunnen blijven.

Niet alleen in de Verenigde Staten, ook in Zweden zijn hate-sites een item aan het worden. Daar vragen media zich af wat de massale gang op Internet voor de kracht van extreemrechtse groeperingen betekent. Zullen zij daardoor meer mensen op de been kunnen brengen? En wat zijn de gevolgen voor mensen, vooral voor jonge mensen die op racistische teksten stuiten?

Wie wil dat zijn kind al surfend stuit op: “White people lets join together now before niggers and jews DESTROY our race with their brainwashing ideals?” Dat kan ieder kind overkomen; toch blijft het stil in Nederland. Zelfs de spraakmakende digitale elite heeft de hate-sites nog niet in het vizier. Omdat kinderporno op het Internet méér tot de verbeelding spreekt? Of is de virtuele haat het gidsland simpelweg ontgaan?

Niet dat er niks gebeurt. Sinds vorig jaar heeft Nederland een Meldpunt Discriminatie Internet, een meldpunt dat 2,3 klachten per week ontvangt. Met de afhandeling van de aangiften maakt de politie weinig haast.

De Nederlandse politiek en media beperken zich tot de vraag of en welke wetgeving racisme op het net kan beheersen. Verwacht niet teveel, waarschuwt Justitie alvast in haar nota Wetgeving voor de elektronische snelweg. De meeste racistische teksten doen Nederland namelijk aan via, nauwelijks te vervolgen, buitenlandse providers. In het buitenland mag méér, vooral in de Verenigde Staten. Daar is de vrijheid van meningsuiting heilig.

Steven Krom studeert aan Albion College in de Verenigde Staten. Op zijn campus vond hij weinig gehoor voor zijn 'White Pride'-ideeën. Eenmaal on-line ging er een wereld voor hem open. Krom vindt steun en begrip bij geestverwanten. Hij noemt dat één van de goede kanten van Internet. Sinds kort heeft Krom een eigen site waarop hij mensen uitdaagt om over White Power na te denken.

Vorig jaar berichtte The Detroit News over een moeder die ontdekt had dat haar dertienjarige zoon een 'nazi' dreigde te worden. Via zijn computer was het jongetje in aanraking gekomen met web-sites van nazi's. Het sprak tot zijn verbeelding. Nadat de familie verhuisd was naar een andere plaats in de buurt van Detroit bleef de jongen, via Internet, zijn geestverwanten opsporen. Het blijft de vraag of Internet verantwoordelijk is voor de beïnvloeding van het jongetje. Heeft hij misschien vriendjes op school die hem op de hate-sites hebben gewezen? Toch zijn wetenschappers bezorgd: ze vragen zich af of een jongere onderscheid kan maken tussen een site die historische feiten brengt en eentje die stelt dat de Holocaust nooit heeft bestaan. Een behoorlijk percentage van jonge Internet-gebruikers is ontvankelijk voor de Holocaust-ontkenning, aldus voorlopige bevindingen van onderzoek in Zweden en de Verenigde Staten.

Waar blijft Nederland in dit verhaal? Wat doen wij met virtuele haat? Zou Binnenlandse Zaken niet over een Who's Who-lijst van hatersland moeten beschikken? Hoe kunnen we onze kinderen hiertegen beschermen? Hoe effectief op te treden, of misschien wel niet: kan van de branche zelf-regulerend gedrag worden verwacht? Hoe kan het net benut worden voor het nodige weerwerk? In het buitenland zijn al talloze 'hatewatch'-nieuwgroepen ontstaan. Zij waarschuwen voor en ageren tegen haters op het net.

Plots blijkt hoe kwetsbaar de anti-racismewetgeving is. Het hangt van het medium af of de wetgeving van toepassing is: Mein Kampf mag niet in de boekhandels, maar wel, via een buitenlandse provider, op het net.