Superinsecten in de Kunsthal; Kriebelen, zoemen, bijten en steken

De Super Insecten Show, 21 febr t/m 3 mei, Kunsthal Rotterdam. Westzeedijk 341. Open di-za van 10-17u, zo 11-17u. Catalogus 'Het bonte rijk der insekten' ƒ 24,50. Entree Kunsthal. ƒ 10. Tel 010-4400321

Insecten hebben een image-probleem: we kunnen ons moeilijk met hen vereenzelvigen. Ze hebben ook traditioneel een slechte pers. Voor een deel hebben ze dat aan zichzelf te wijten. Zo zou het woord beëlzebub komen van Baälzewuf, ofwel: Heer der Vliegen. In het gunstigste geval maken insecten hun aanwezigheid kenbaar met onschuldig gekriebel. Hun aanhoudend gezoem en gegons kan ons wild maken. Iets minder onschuldig zijn hun steken en beten, die zorgen voor jeukende bulten. Met hun knagen en wroeten ruïneren zij tuinen en ondermijnen huizen. Bovendien kunnen vlooien en muggen dodelijke ziektes als pest en malaria overbrengen. En de dood dreigt ook wanneer sprinkhanen velden met gewassen kaalvreten.

In Nederland valt de insectendreiging wel mee. Vorig jaar zomer hebben in Zuid-Nederland vermoedelijk meer dan 100.000 mensen last gehad van de eikenprocessierups. Elk beestje heeft zo'n 700.000 brandhaartjes, die huid, ogen en luchtwegen kunnen irriteren. Jaarlijks komt een enkeling in een dodelijke, anafylactische shock na een wespensteek. Vorig jaar kampte de binnenstad van Arnhem met de farao-mier en houtwormen bevolken nog steeds de nachtmerries van huiseigenaren in oud-Amsterdam.

Nee, de aan haat grenzende weerzin tegen kruipend, vliegend en rondrennend ongedierte zit diep en is begrijpelijk. Toch zijn zij meer waard dan weerzin alleen. Insecten zijn interessant. Interessant bijvoorbeeld wegens het verschil tussen het grootste en het kleinste insect. Het kleinste specimen kan door het oog van een naald kruipen, het grootste, een Indiase mot, heeft een spanwijdte van ruim twintig centimeter. Dit verschil in grootte geeft al een indruk van het aanpassingsvermogen van deze diersoort. In boomtoppen, diep onder de grond en in grotten; van poolstreek tot woestijn en van hooggebergte tot rivierbodem, overal leven insecten. Er is ongeveer een miljoen soorten insecten bekend en nog lang niet alle soorten zijn ontdekt. Zij bevolkten de aarde lang voor de eerste sauriërs. Samen wegen zij meer dan 'de kroon op de schepping', zelfs als die kroon met alle andere zoogdieren op de weegschaal gaat staan.

Gevoed met perslucht en verlicht door een lichtcomputer zullen vanaf 21 februari zes gigantische insecten de Kunsthal in Rotterdam vullen. De dieren, in opdracht van het Natural History Museum in Londen gemaakt door de Japanse firma Kokoro, bewegen en maken geluid. Behalve zes uitvergrote modellen van hele dieren zijn er ook zes vergrotingen van insect-onderdelen te zien, zoals de kop van een bij en de zuigsnuit van een mug.

De vergrote modellen in de Kunsthal van onder meer een libelle, een honingbij en een rups geven een beeld van de diversiteit in het insectenrijk. De 60 keer vergrote Chinese bidsprinkhaan is een wolf in schaapskleren. In het echt wacht hij tussen de bloemen op prooien die de kleur van het roofinsect aanzien voor sappig groen. Zijn ingevouwen onderarmen vormen met hun aaneengesloten rij scherpe uitsteeksels een flitsend uitschietende bek. Er zijn veel bidsprinkhanen die de vorm van hun omgeving aannemen en bijvoorbeeld op boomschors lijken. De rups van de zwaluwstaartvlinder, 90 keer vergroot, heeft het eveneens gezocht in onopvallendheid en de vorm aangenomen van een vogelpoepje. Maar er zijn ook schapen in wolfskleding, zoals zweefvliegen in wespentenu of vliegen die op springspinnen lijken.

Helaas ontbreken in Rotterdam vertegenwoordigers van de meest geslaagde insectensoort: mieren. Het vormen van hechte samenlevingen is een evolutionair wapen van de eerste orde geweest. Ze voeren ook regelrechte oorlogen met soortgenoten. Dat hebben wij mensen in elk geval wel met ze gemeen.