Steeds meer Britten vallen door sociaal vangnet

De Britse welvaartsstaat schiet tekort: een op elke vier huishoudens leeft onder de armoedegrens. En zij hebben weinig vertrouwen in het vermogen van de Labour-regering om hun lot in de probleemwijken te verbeteren.

SHEFFIELD, 19 FEBR. Pye Bank in Sheffield is zo'n troosteloze volksbuurt waar Groot-Brittannië patent op lijkt te hebben. Veel dichtgespijkerde huizen. Spijbelende jongeren die de laatste resten van een speelplaats mollen. Een dronken zwerver die ligt te slapen in zijn eigen vuil.

Twintig, dertig jaar geleden gold Pye bank nog als een trotse burcht van de arbeidersklasse, vertelt een buurtwerker in het Woodside Community Centre dat met prikkeldraad en tralies is beveiligd. Mensen waren niet rijk maar ze hadden werk. Ze voelden zich veilig in hun eigen buurt.

Dat was vóór de crisis in de staalindustrie die tot massale bedrijfssluitingen leidde. Naarmate de inkomens daalden ging het ook bergafwaarts met de buurt. Eerst verdwenen de lokale ondernemingen en winkels. Later legde ook de Studio Seven Cinema het loodje. Het laatste sloten twee kerken als om aan te geven dat Pye Bank toch niet meer te redden is.

Pye Bank is een maatschappelijk woestenij, ontvlucht door iedereen nog kon ontkomen. Achter bleven de verwarden, kleine criminelen, hopelozen. Mensen zonder loon, zonder zelfrespect, zonder vertrouwen in de toekomst. Driekwart van de volwassenen heeft geen werk; tweederde leeft alleen maar van de bijstand. De gemiddelde overlijdensleeftijd ligt negen jaar onder het landelijk gemiddelde. Het zelfmoordpercentage is drie keer zo hoog als in de rest van het land.

Premier Blair doelde op buurten als Pye Bank toen hij vorige maand verklaarde dat de Britse verzorgingsstaat tekort schiet. Hij sprak over “een schandelijke paradox” waarvoor hij de vorige Conservatieve regeringen verantwoordelijk stelde. De kosten van sociale zekerheid zijn de afgelopen tien jaar verdubbeld tot 93 miljard pond, ruim driehonderd miljard gulden. Als percentage van het Bruto Binnenlands Produkt stegen de lasten van 3,5 procent een halve eeuw geleden via achttien procent in 1971 tot 32 procent in het afgelopen jaar. “Desondanks is er meer armoe en sociale verdeeldheid dan twintig jaar geleden”, verzuchtte Blair.

Dat oordeel wordt gestaafd door de statistieken. Eén op de vier Britse huishoudens leeft onder de armoede-grens die wordt gesteld op de helft van het modaal inkomen. Viereneenhalf miljoen Britten, ouder dan zestien jaar, maken deel uit van een gezin waar niemand werkt. Honderdduizend kinderen in Engeland en Wales ontduiken de leerplicht en 150.000 mensen hebben geen thuis.

Blair zei ook nog dat de uitkeringen in toenemende mate terecht komen bij mensen die de steun niet echt nodig hebben. Nog geen derde van de sociale uitgaven gaat naar de armste twintig procent van de bevolking. In 1979 was dat nog 42 procent. Eentwaalfde van de sociale uitgaven vloeit naar de rijkste twintig procent van de bevolking die een jaarinkomen heeft van meer dan 30.000 pond.

Dat de uitgaven voor sociale zekerheid in het Verenigd Koninkrijk de pan uit rijzen is de 36-jarige Jackie Day nooit opgevallen. Zij heeft het idee dat de achtereenvolgende regeringen steeds sterker hebben bezuinigd op het sociale vangnet, totdat zij en honderdduizenden van haar landgenoten door de gapende mazen heen zijn gedonderd. Nadat zij met vijf kinderen het huis van haar gewelddadige partner was ontvlucht, kostte het haar een maand om voor zes mensen onderdak in één enkele hotelkamer te krijgen. Toen haar acht weken later een huurhuis toegewezen werd in Pye Bank, moest ze het stellen zonder keukengerei en meubels. Samen met haar kinderen sliep ze op een tapijt op de grond.

Mensen die aan de grond zitten, krijgen van de regering het absolute minimum aan steun, zo is Jackie Day's aan de praktijk ontleende overtuiging. Komen die mensen ook nog in problemen - sociaal, mentaal, financieel - dan zijn ze reddeloos verloren. De regering negeert hen. De maatschappij verstoot hen. Ze worden paria's, sociale nomaden. Daarom heeft Jackie Day haar zelfhulp-organisatie die bewoners van Pye Bank door de jungle van maatschappelijke hulpverlening helpt leiden, 'Nomad' genoemd.

“De verzorgingsstaat werkt niet”, zingen Blair en zijn minister van Financiën, Gordon Brown, in koor. “Miljoenen mensen dreigen uit de boot te vallen.” Bewindslieden trekken al een maand door het land om op de partijbijeenkomsten van Labour steun te werven voor een drastische hervorming van het stelsel van de sociale zekerheid. De modernisering van de welvaartsstaat is dé grote missie van de Labourregering, naast hervorming van de grondwet en verbetering van het armetierig onderwijs.

Maar niet iedereen is van de nobele opzet overtuigd. Hoe vaak de premier ook bezweert dat “mensen die echt nooddruftig zijn altijd kunnen rekenen op de hulp en steun van een Labourregering”. Met hoeveel klem hij ook beweert dat zijn belangrijkste oogmerk is een einde te maken aan de tweedeling van het land. “Een natie die in de val van de uitkeringen zit. Een natie die de rekening betaalt.”

Op een partijbijeenkomst in Londen kreeg minister van Financiën Gordon Brown een ei naar het hoofd toen hij durfde te pleiten voor de slechting van een dolgedraaide welvaartsstaat. Op een vergadering in Cardiff in Wales werd minister van Onderwijs David Blunkett door joelende demonstranten uitgejouwd. Grote groepen uitkeringsgerechtigden vrezen dat de modernisering van de welvaartsstaat alleen maar als dekmantel dient voor drastische bezuinigingen op de sociale zekerheid. Dat de Labourregering eind vorig jaar een toelage voor alleenstaande ouders heeft afgeschaft, zoals de Conservatieven nog voorgesteld hadden, zien ze als teken aan de wand. Uitgelekte plannen voor een sanering van de WAO hebben de onrust en scepsis nog vergroot.

William Hague, leider van de Conservatieven, heeft de hervorming van de verzorgingsstaat al het “Vietnam van Labour” genoemd. Een missie zonder richting, met een duister doel. Vaststaat dat de Labourregering zelf sterk verdeeld is over de operatie, niet over de noodzaak maar over de aanpak. Ook binnen het ministerie van Sociale Zaken openbaarde zich de afgelopen maanden een scheiding der geesten. Staatssecretaris Frank Field, de onconventionele denker die van Blair de opdracht had gekregen om alle gevestigde belangen te negeren, had in de herfst zijn blauwdruk al klaar voor de welzijnshervorming. Maar zijn minister, Harriet Harman, beoordeelde de voorstellen als onpraktisch en onhaalbaar. Publikatie van de aangepaste blauwdruk werd eerst uitgesteld naar december en is inmiddels opgeschoven tot na de begrotingspresentatie op 17 maart.

Contouren van de hervorming zijn wel al zichtbaar. De regering legt grote nadruk op het weer aan de slag helpen van langdurig werklozen, alleenstaande ouders, gehandicapten en langdurig zieken. “Werk is de beste welzijnsvoorziening”, luidt de leus. Uitkeringen moeten meer dan nu gericht worden op de mensen die onmogelijk zonder kunnen. Verder moeten de particuliere sector en vrijwilligersorganisaties een prominentere rol krijgen in de sociale zekerheid.

In hoeverre wijken als Pye Bank met zulke ingrepen gediend zijn, blijft vooralsnog onzeker. “Bestrijding van armoe en stedelijke verloedering in Groot-Brittannië”, erkende de premier deze maand nog, “is een project voor de lange termijn.”