Rem op ongebreidelde groei blijkt moeilijk te vinden

Bij de aanleg van de tweede Maasvlakte, de verdieping van de Westerschelde, de bebouwing van IJburg en de aanleg van een bedrijventerrein bij Den Bosch woedt steeds een strijd tussen economie en milieu. De ecologische hoofdstructuur (EHS) zou soelaas moeten bieden, maar dat lukt nog niet erg.

DEN BOSCH, 19 FEBR. De hogere verdiepingen van het provinciehuis in Den Bosch bieden een goed uitzicht op het Brabantse land. Het meest dichtbij ligt de A2 die in de loop der jaren steeds meer verkeer heeft moeten verstouwen en die daarom een derde rijstrook krijgt. Meer in noord-oostelijke richting verrijzen aan de overkant van de autoweg de eerste gebouwen van het al ontsloten bedrijventerrein De Brand.

Iets dichterbij ligt, ook aan de andere kant van de A2, het nog ongerepte boerenland. Dat is het gebied de Kloosterstraat. De gemeente Den Bosch heeft het gekocht van buurgemeente Sint-Michielsgestel en wil ook daar een bedrijventerrein van maken. Zo vlak naast de autoweg wordt dat straks opnieuw een prima zichtlocatie, zoals dat in het jargon heet.

Toine Cooijmans van de Brabantse Milieu Federatie (BMF) kijkt er met gemengde gevoelens naar. “De Kloosterstraat maakt deel uit van de Bossche Broekzone, een natuurgebied rond de stad. Uit onderzoek van het bureau Oranjewoud is gebleken dat de natuurlijke rijkdom dusdanig groot is dat het gebied best tot de ecologische hoofdstructuur kan worden gerekend. Den Bosch, daarin gesteund door de provincie, wil het echter gaan volproppen met bedrijven. Daardoor worden natte en droge natuurgebieden van elkaar afgesneden en zullen populaties verdwijnen.”

In 1993 is in het structuurschema Groene Ruimte van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bepaald waar in Nederland de ecologische hoofdstructuur (EHS) komt te liggen. Waardevolle natuurgebieden moeten worden gehandhaafd en deze moeten met elkaar worden verbonden. Waar de EHS niettemin dreigt te worden aangetast door bijvoorbeeld woningbouw, agrarische activiteiten of infrastructuur, moet dat elders worden gecompenseerd. Plaatsen voor die compensatie zijn echter zo moeilijk te vinden, dat minister Van Aartsen er aan denkt dit per wet te regelen. In 2018 moet de ecologische hoofdstructuur gerealiseerd zijn.

R. Hijdra, stafmedewerker van Natuurmonumenten: “Als het aan Natuurmonumenten ligt, zal Nederland er dan uitzien als een heel milieu- en natuurvriendelijke samenleving, maar voordat het zover is zal er nog heel wat strijd geleverd moeten worden. De EHS is een zwakke plek ten opzichte van allerlei economische mechanismen.” B. Sprengers van de stichting Natuur en milieu: “Terwijl organisaties als Natuurmonumenten en de provinciale Landschappen terrein opkopen om die ecologische hoofdstructuur mogelijk te maken, zie je dat de verschillende overheden er aan de andere kant steeds meer van afsnoepen.” Toine Cooijmans van de Brabantse Milieufederatie kan in Noord-Brabant zo al twintig gebieden aanwijzen waar de ecologische hoofdstructuur onder druk staat. Cooijmans: “Het is kenmerkend voor het beleid in deze provincie die uitsluitend denkt in termen van economische groei.” De BMF vecht het besluit over de Kloosterstaat aan bij de rechter. Cooijmans: “De discussie is nog pas in het begin. Het pleit is dus nog lang niet verloren.” Hijdra van Natuurmonumenten: “We dringen er bij de overheden op aan om voldoende instrumenten en middelen in te zetten, want bij alle wegen die er worden aangelegd komt de ecologische hoofdstructuur onder druk te staan of wordt die daadwerkelijk aangetast zoals bij de A73 in Noord-Limburg. Hetzelfde geldt voor de aanleg van de tweede Maasvlakte en voor de Vinex-locaties, de plekken bij de steden waar woningen worden gebouwd. Op andere plaatsen, zoals bij de Grensmaas in het Maasdal tussen Nederlands en Belgisch Limburg gaat het echter goed. De EHS is een vliegtuig dat bijna af is maar nog altijd niet wil vliegen.”

Voorbeelden waarbij het echt misging zijn de bebouwing door Amsterdam van IJburg en de aanleg van een opslagplaats voor gas in de ecologische hoofdstructuur in het Drentse Langelo. Volgens de Noord-Brabantse gedeputeerde voor ruimtelijke ordening, de planoloog P. van Geel (CDA) is het “beslist onwaar” dat in deze provincie alles aan de economie wordt opgeofferd. “Maar ik kan niet ontkennen dat de druk vanuit de economie op het punt van ruimteclaims wel erg groot wordt. Dat conflict zal altijd blijven bestaan. Wat dat betreft kan ik nooit het maximale maar slechts het optimale doen.”

Toch wil gedeputeerde Van Geel met enige nadruk wijzen op het zijns inziens “unieke compromis” dat werd gesloten met betrekking tot de Kloosterstraat. Van de verkoop van de 100 hectare grond aan bedrijven wordt 10 miljoen gulden gereserveerd voor het aanleggen van een ecologische zone, wat overigens iets anders is dan de ecologische hoofdstructuur. Van Geel: “Daarbij laten we het niet bij het planten van wat boompjes als begrenzing. Neen, het gaat om een duurzame ecologische aanhechting van dit gebied voor de toekomst.”

De gemeenteraad van Sint-Michielsgestel, inclusief de partij die tot dat moment stug vasthield aan de maagdelijkheid van het gebied, de Politieke Partij Alliantie, is door de knieën gegaan. Cooijmans: “We dachten dat de wethouder die het compromis met Den Bosch had gesloten, zou sneuvelen maar tot onze stomme verbazing ging de hele raad overstag.” Volgens hem kan met de 10 miljoen gulden nog niet de helft worden betaald van de 300 meter brede zone die de provincie voor ogen staat.

Gedeputeerde Van Geel: “De BMF zag liever dat het hele gebied tot ecologische hoofdstructuur wordt verklaard en ik vind het er ook schitterend. Maar we moesten een afweging maken tussen de belangen van bedrijven, verstedelijking en het groene”. Bovendien kan Den Bosch volgens hem verder geen kant meer op, ingesloten als het ligt tussen natuurgebieden als Bossche Broek, Pettelaar en Gement. In het noorden is de stad al tot de Maas volgebouwd.

De Brabander wordt geboren met een steen in zijn maag en een troffel in zijn hoofd, zo luidt het gezegde. “Diejen mens houdt van bouwen”, zegt Van Geel die in hemdsmouwen het woord doet. Op de arme zandgronden ontstonden overal kernen waarin de loopafstand werd bepaald door het aantal schapen en koeien dat men had. Die moest je niet te dicht bij elkaar zetten, omdat ze dan niks meer te vreten hadden. Dat was in de tijd dat een boer in zijn tuin een kippenhok zette, dat dan uitgroeide tot een huis waar de getrouwde dochter in ging wonen. Door de hoge en droge zandgronden kon overal worden gebouwd.

Van Geel: “Die drang om overal maar te bouwen moeten we zien te stoppen. Doe je dat niet, dan krijg je vervlokking. Dan hoef je er nog maar een schepje bij te doen zoals tussen Helmond en Eindhoven, en dan klapt het hele zaakje dicht en zit je hier met het Ruhrgebiedeffect.”

Mensen gebruiken steeds meer ruimte voor hun huis, en in hun vrije tijd gaan ze recreëren op voetbalvelden, atletiekbanen of golfbanen. En dan is ook het oppervlak voor bedrijven nog sterk toegenomen. Van Geel: “Het ruimtebeslag verdubbelt per generatie per persoon. Op die ongebreidelde groei moeten wij een rem zetten. Eerst pas inbreiden en dan pas uitbreiden en de dorpen niet sneller laten groeien dan de eigen aanwas vereist. De tijd dat we zeiden: 'als de ene wei vol staat met huizen, dan nemen we toch de volgende', hebben we achter ons.”