Opvang asielzoekers; Schmitz zet gemeenten onder druk

DEN HAAG, 19 FEBR. Staatssecretaris Schmitz (Justitie) zal vandaag twaalf burgemeesters van gemeenten waar asielzoekerscentra staan, persoonlijk verzoeken de opvangcapaciteit in hun gemeente tijdelijk uit te breiden.

Dat verklaarde de bewindsvrouw gisteren in een debat met de Tweede Kamer over de vastlopende opvang van asielzoekers.

Volgens Schmitz “werken vele gemeentes constructief mee”. De burgemeesters zullen Schmitz naar verluidt evenwel voorhouden dat de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen van 4 maart de uitbreiding van de asielopvang compliceert. Zij vrezen electorale schade als gevolg van mogelijke onrust bij de bevolking als het aantal asielzoekers in hun gemeente wordt uitgebreid.

Schmitz erkende dat ook de aanstaande krokusvakantie en daarna de grote vakantie de opvang van asielzoekers kan belemmeren. Omdat de asielcentra de toestroom niet meer aankunnen, wordt vaak de wijk genomen naar de bungalows van recreatieparken. De exploitanten daarvan hebben liever toeristen in hun accomodaties dan asielzoekers.

Volgens het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), dat de asielopvang op 200 locaties organiseert, is de “toestroom van vluchtelingen groter dan de uitstroom”. Een COA-woordvoerder spreekt van een simpel rekensommetje: “Per week komen er 300 asielzoekers meer bij dan er uitstromen. Om die op te vangen hebben we wekelijks een nieuw asielzoekerscentrum nodig.”

De drie zogenoemde aanmeldingscentra (Zevenaar, Rijsbergen en Schiphol), waar voor de eerste opvang van asielzoekers wordt gezorgd, slagen er niet in deze mensen binnen 24 uur naar de 'onderzoekscentra' te sturen. Deze centra, waar wordt onderzocht of een asielzoeker een verblijfsvergunning kan krijgen, kunnen de toestroom niet meer aan.

Tijdens het debat over de opvang van asielzoekers kwam VVD'er Rijpstra terug op zijn eerdere uitspraken dat Nederland een quotum voor het aantal asielzoekers moest instellen. Dit zou volgens het Kamerlid kunnen betekenen dat Nederland het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties uit 1952 zou moeten opzeggen. Het verdrag verplicht de VN-lidstaten opvang te bieden aan mensen die in eigen land te vrezen hebben voor vervolging.

Schmitz en de meeste andere Kamerfracties waren verbaasd en woedend over Rijpstra's suggestie. Kamerlid Middel (PvdA) verweet de woordvoerder van de coalitiepartner stemmingmakerij over het asielbeleid met de verkiezingen in aantocht. Ook VVD-leider Bolkestein maakt zich daar volgens Middel aan schuldig door buiten de Kamer “met veel bombarie” zaken rond het asielvraagstuk aan te kaarten die of al beleid zijn of die regelrecht in strijd zijn met internationale verdragen en nationale wetgeving. De VVD is volgens Rijpstra niet van plan een grens te stellen aan het aantal asielzoekers. Het Vluchtelingenverdrag wil de VVD evenmin opzeggen.