Opposant wil in zee met socialisten MiloviEÉc

In Servië hoopt de regerende socialistische partij van Slobodan MiloviEÉc de opposant Vuk DraoviEÉc in te lijven. Op het economische front wijzen intussen alle tekenen op storm.

ROTTERDAM, 19 FEBR. Precies een jaar nadat de Servische oppositiecoalitie Zajedno, na maandenlange dagelijkse demonstraties, sterke man MiloviEÉc op de knieën kreeg en hem dwong de vervalsing van de gemeenteraadsverkiezingen terug te draaien, lijkt de toenmalige Zajedno-leider Vuk DraoviEÉc een ommekeer te voltooien. Maandenlang trok hij eind 1996 en begin 1997 dag in dag uit met Zajedno-collega's tegen MiloviEÉc de straat op. Maandenlang was hij doelwit van een haatcampagne in MiloviEÉc' media. Maar dat is verleden tijd: deze week is hij het met MiloviEÉc' socialistische partij SPS “in principe” eens geworden over deelname van zijn Servische Vernieuwingsbeweging SPO aan een door de SPS geleide regering.

Aldus kan in Servië eindelijk, vijf maanden na de parlementsverkiezingen waarbij de SPS met haar bondgenoten de meerderheid in het Servische parlement verloor, een nieuwe regering worden gevormd. Als de SPO inderdaad toetreedt - zeker is het nog niet: de zaak kan nog stuklopen op de niet geringe eisen van de SPO - kan die nieuwe regering in het parlement beschikken over een ruime meerderheid: de SPS en haar bondgenoten hebben 110 van de 250 zetels, de SPO heeft er 45. De derde partij van belang is de ultra-nationalistische Radicale Partij (SRS) van Vojislav lj. De democratische oppositie - het restant van Zajedno - boycotte de verkiezingen en is niet in het parlement vertegenwoordigd.

De nieuwe Servische president Milan MilutinoviEÉc is niet ingegaan op een belangrijke eis van de ambitieuze ex-opposant DraoviEÉc: DraoviEÉc eiste, naast veel invloed op het regeringsbeleid, de functie van premier van die nieuwe regering op voor zijn SPO. Maar over de hoofdpunten van het beleid zijn de trouwe dienaar van MiloviEÉc en de bebaarde en flamboyante schrijver het wel eens - óók over het probleem-Kosovo, waarmee de internationale gemeenschap volgens beiden zich liever niet moet bemoeien.

Geheel volgens verwachting werd vandaag de demissionaire premier van Servië, Mirko MarjanoviEÉc, herbenoemd: hij gaat de nieuwe regering vormen en leiden. Die herbenoeming was wel enigszins op de tocht komen te staan door een reeks economische maatregelen die veel verzet hebben gewekt bij de bevolking èn het zakenleven en die de handel in Servië zo goed als hebben stilgelegd. Zoveel verzet wekten de maatregelen dat ze ten dele worden ingetrokken.

De regering bepaalde in het decreet dat bedrijven voortaan moeten beschikken over bankrekeningen die duidelijk aantonen over hoeveel geld ze beschikken en dat ze, voordat ze betalingen verrichten, eerst hun belasting moeten betalen en hun bijdragen aan de pensioen- en ziekenfondsen moeten voldoen. Salarissen mogen niet langer contant worden uitbetaald. Ook voor auto's en onroerend goed mag niet meer contant worden betaald: alles moet via de bank, op straffe van ongeldigverklaring van de contracten. Burgers krijgen pas een paspoort of identiteitskaart als ze eerst bewijzen hun belastingen te hebben betaald.

Met de maatregelen wil de regering de zwarte en grijze sector van de economie - tot veertig procent van het bnp opgelopen sinds de periode van hyperinflatie van voor 1994 - in haar greep krijgen, bedrijven en burgers dwingen belasting te betalen, het begrotingstekort bestrijden en de deviezenvoorraden aanvullen. Ze moeten in totaal vier miljard dinar (bijna 700 miljoen dollar) aan belastinggelden opleveren, een kwart van de hele begroting. “De financiële discipline moet worden hersteld in het zakenleven”, zei minister van Financiën Borislav MilaEÉc bij de presentatie van de maatregelen. Joegoslavië, zei hij, heeft een binnenlandse schuld die de buitenlandse van tien miljard dollar verre overtreft: de Joegoslavische bedrijven zijn elkaar en de staat 114 miljard dinar schuldig, 18 miljard dollar. “Iedereen is iedereen geld schuldig, maar niemand erkent zijn schuld. We moeten dat ophelderen.”

De maatregelen treffen de bevolking en het zakenleven in het hart. Sinds 1993 - toen de door de overheid gemanipuleerde inflatie opliep tot 313 miljoen procent per maand - zijn de Serviërs collectief behept met een enorme angst voor inflatie en rekent men het liefst af in Duitse marken, de geheime munteenheid van Joegoslavië. Noch de dinar, noch de banken genieten enig vertrouwen. Onroerend goed en auto's worden steevast in marken afgerekend, en belasting wordt daar natuurlijk niet over betaald. In het door een permanente economische crisis geplaagde Joegoslavië is het bezit van en betaling in marken de enige manier om het hoofd boven water te houden: niemand is zo gek er veel dinars op na te houden. Het gebrek aan hervormingen en de uit begin jaren negentig stammende gewoonte van de regering bij tijd en wijle flink wat dinars bij te drukken - vorig jaar werden vóór de parlementsverkiezingen achterstallige lonen betaald en steeg de geldhoeveelheid binnen maanden met meer dan vijftig procent - versterkt het wantrouwen in de dinar en het vertrouwen in de mark alleen maar.

Het decreet heeft geleid tot paniek. Een woordvoerder van een vereniging van zestig Belgradose makelaars meldde gisteren dat die zestig leden de afgelopen twee weken niet één transactie hebben afgesloten.

Het ziet ernaar uit dat de regering door het verzet wordt gedwongen het grootste deel van de maatregelen in te trekken, met als uitzondering de verplichting dat auto's en onroerend goed niet langer contant mogen worden betaald. Het is een vooruitzicht dat niemand geruststelt. De zwarte markt in marken floreert: de dinar is daar in vergelijking met eind vorig jaar in waarde gedaald van 3,50 tot 4,80 à 5,50 per mark. De commotie kon wel eens een van de belangrijkste redenen zijn waarom de socialisten DraoviEÉc' SPO graag inlijven: de uitbreiding van de coalitie met de voormalige opposant kan leiden tot een zekere stabilisering van de situatie.