Onafhankelijk OM(1)

In NRC Handelsblad van 12 februari heeft prof. Cliteur uiteengezet waarom hij van mening is dat een onafhankelijk OM uit den boze is. Toch zijn er ook mensen die van oordeel zijn dat het OM maximaal onafhankelijk dient te zijn van het politieke bestuur van dit land. De argumenten van deze laatste categorie krijgen onvoldoende aandacht.

De scheiding van de wetgevende, rechterlijke en uitvoerende macht is in ons democratisch bestel heel fundamenteel. Deze scheiding beperkt machtsmisbruik en corruptie en is een bescherming van de burgers in dit land tegen willekeur en knevelarij.

Anders dan in vroeger tijden is nu geen 'terrein des levens' meer denkbaar zonder nadrukkelijk handelen door of bemoeienis van de overheid. Die overheid vaardigt wetten uit over zaken waarin zij niet alleen 'regelaar' is, maar ook zelf deelneemt. In zo'n situatie is de overheid de eerste die geacht mag worden zich te houden aan de eigen regels, ook de strafrechtelijke. De enige instantie die dat onafhankelijk kan controleren is het OM en daarom moet het onafhankelijk zijn van het politieke bestuur.

In principe kan ook de overheid zich 'misdadig' gedragen. Denk daarbij aan onder meer het milieu, de ruimtelijke ordening en het arbeidsrecht. De zittende magistratuur mag dan onafhankelijk zijn, doch als er geen instantie is die de overheid voor de rechtbank daagt, is er geen zaak om onafhankelijk te beoordelen. Wel kan men civielrechtelijk wat ondernemen, doch de burger is als regel geen partij voor de moloch die de overheid is.

De overheid moet wel aanwijzingen kunnen geven om te vervolgen, doch aanwijzingen om zichzelf niet te vervolgen zijn uit den boze. Dit is zeker van belang waar wij in Nederland het zogeheten opportuniteitsbeginsel hanteren. Hier is sprake van een keuze om wel of niet te vervolgen.

Die keuzevrijheid mag nooit liggen bij een instituut dat gecontroleerd wordt door een overheid die ruimschoots meespeelt in het maatschappelijke verkeer en dus tevens 'partij' is.