Meningen over kwestie-Docters lopen sterk uiteen

De Tweede Kamer debatteert vandaag met minister Sorgdrager (Justitie) over de kwestie-Docters van Leeuwen. Een lastige discussie, want de versies van het gebeurde lopen sterk uiteen. Een overzicht.

DEN HAAG, 19 FEBR. Is procureur-generaal A. Docters van Leeuwen deloyaal geweest aan minister Sorgdrager? Nee, zegt hij. Ja, zegt zij. De feiten zijn lastig te controleren; de ruzie heeft zich grotendeels achter gesloten deuren afgespeeld. Bovendien worden ze gekleurd door een onderling verschillende 'appreciatie' en 'interpretatie' van de voorvallen.

Aanleiding tot het conflict is procureur-generaal D. Steenhuis. De Leeuwardense PG raakte in opspraak toen bleek dat hij een betaalde bijbaan had bij het bureau Bakkenist. Dit bureau had de verstoorde verhoudingen tussen justitie en politie in Groningen onderzocht. Groningen valt onder de verantwoordelijkheid van procureur Steenhuis.

Een belangrijk verschil van inzicht betreft de appreciatie van Steenhuis' nevenfunctie. Sorgdrager meent dat “een dergelijke gang van zaken” nooit had mogen plaatsvinden. “Ook de schijn van belangenverstrengeling moet worden vermeden”, aldus de minister. Docters van Leeuwen, jurist in hart en nieren, is het daar niet mee eens. De schijn van belangenverstrengeling is gewekt, maar harde bewijzen ontbreken.

De bewindsvrouw zegt al op 14 januari, de dag waarop de bijbaan bekend wordt, tegen Docters van Leeuwen en Steenhuis dat het om een “ernstige” kwestie gaat. Ze wijst op de gevoeligheid van het Bakkenist-onderzoek en op de verantwoordelijkheid van Steenhuis als PG. Ex-Kamervoorzitter Dolman moet dan nog met zijn onderzoek naar de vermeende belangenverstrengeling beginnen.

Docters van Leeuwen en Steenhuis nemen afstand van het oordeel van de minister. Dit treft Sorgdrager. “Van de heer Steenhuis kon ik dat als rechtstreeks betrokkene nog billijken, van de heer Docters van Leeuwen als voorzitter van het college niet.” Die lijn, zo meent Sorgdrager, zet de super-PG in de periode daarna voort.

Een week later, donderdag 22 januari, wordt beide PG's gevraagd aan het begin van de avond op het departement te verschijnen om het rapport-Dolman in ontvangst te nemen.

Dat rapport zal nog dezelfde avond naar de Tweede Kamer gaan met een begeleidende brief van Sorgdrager. Daarin schrijft ze de hele kwestie zeer ernstig te vinden. Steenhuis krijgt een uur om het rapport te lezen en zijn reactie voor te bereiden. Hij accepteert dit niet en dreigt met een kort geding om zo meer tijd af te dwingen.

Docters van Leeuwen zegt zijn collega Steenhuis het kort geding te hebben ontraden. Sorgdrager zegt daar niets van te hebben gemerkt. Sterker, ze meent dat Docters van Leeuwen zich als “belangenbehartiger van de heer Steenhuis tegenover de minister heeft opgesteld”.

Inmiddels verschijnen de twee overige procureurs-generaal ook op het departement. “Voor onderling beraad”, zegt Docters van Leeuwen. Eerder had het college volgens hem afgesproken alleen samen te werken met Steenhuis, als van daadwerkelijke belangenverstrengeling geen sprake zou zijn. Uit het rapport-Dolman blijkt die daadwerkelijke verstrengeling niet te bewijzen, wel heeft Steenhuis de schijn op zich geladen.

Op haar beurt verwijt Sorgdrager Docters van Leeuwen niet te hebben tegengegaan dat het hele college van PG's bij het conflict wordt betrokken. Daardoor ontstaat volgens haar in de media het beeld van een gezagscrisis, van muiterij op het ministerie.

Die media staan inmiddels buiten het ministerie te wachten op de uitkomst van het overleg. Docters van Leeuwen zegt hun aanwezigheid niet te hebben opgemerkt: de PG's overlegden immers in een kamer met zicht op de binnenplaats. Onzin, meent Sorgdrager. “De raadsvrouw van Steenhuis voegde zich omstreeks 20.30 uur bij het gezelschap; zij heeft zich om het departement te betreden door een haag van journalisten moeten heenwerken.”

In ieder geval had Docters van Leeuwen de volgende dag contact met zijn minister moeten zoeken om het beeld van een gezagscrisis bij te stellen.

Andersom is dat overigens ook niet gebeurd. De voorzitter van het college van PG's verwijt Sorgdrager hem niet onmiddellijk op de hoogte te hebben gebracht van haar irritatie over zijn handelen én nalaten. Ook heeft Sorgdrager na afloop van het beraad op donderdagavond op de stoep van haar ministerie sussende woorden gesproken tegen de pers.

Sorgdrager vindt daarentegen dat de super-PG zelf had moeten beseffen “welke opstelling van hem wordt verwacht”. Ze schrijft: “Het gaat niet aan dat de minister (...) de voorzitter voortdurend op zijn verantwoordelijkheid moet wijzen, grenzen moet stellen aan zijn optreden.” De super-PG meent zelf dat hij mee heeft gezocht naar een oplossing. Immers, hij heeft voorgesteld PG Steenhuis te 'straffen' door hem over te plaatsen naar Arnhem.

Docters van Leeuwen kreeg twee dagen geleden zijn ontslag. Maar hij weigert op te stappen; hij wil een feitenonderzoek.

Sorgdrager ziet daar niets in. “Dergelijke verschillen kunnen niet worden verkleind door een nader onderzoek.”