LUCTOR PONSE (1914-1998); Gedreven componist

AMSTERDAM, 19 FEBR. De pianist en componist Luctor Ponse, die dinsdag op 83-jarige leeftijd overleed, was de zoon van een Nederlandse vader en een Franse moeder. In 1936 koos hij ons land als uitvalsbasis voor zijn internationale carrière als concertpianist. Ponse's programma's met hedendaagse klaviermuziek hebben grote invloed gehad op latere generaties concertpianisten.

Hij introduceerde hier bijvoorbeeld menig werk van Béla Bartók. Aanvankelijk vond hij zijn muziek afschuwelijk, maar na verschillende uitvoeringen door Bartók zelf te hebben bijgewoond, veranderde hij in een bevlogen voorvechter van diens muziek.

Luctor Ponse werd geboren in Genève en studeerde aanvankelijk theorie, solfège en piano aan het Conservatorium van Valanciennes. Nadat hij met onderscheiding eindexamen had gedaan, nodigde de legendarische pianiste Marguerite Long hem uit, bij haar zijn spel verder te bekwamen aan het Parijse conservatorium. Door een ongelukkig toeval is dit er niet van gekomen. Van de twaalf pianoleerlingen in haar klas mochten er slechts twee van buitenlandse origine zijn, zo bepaalde een rigide reglement. En die plaatsen waren reeds vergeven.

Ponse besloot niet te wachten op een vrije plaats, en ging aan de slag als bioscooppianist. Vervolgens studeerde hij verder bij Johnny Auber aan het Conservatorium van Genève. Hier behaalde in 1935 de Prix de virtuosité. Luctor Ponse stapelde studie op studie.

In ons land zou hij compositieles nemen bij Henk Badings. Op latere leeftijd volgde Ponse nog cursussen elektronische muziek, waarna hij medewerker werd van de afdeling Sonologie van de Rijksuniversiteit Utrecht (1965-1979). In die jaren was hij tevens hoofdleraar piano aan het Conservatorium van Groningen, waar hij een studio voor elektronische muziek oprichtte.

Ponse was een gedreven componist en laat een oeuvre van vele tientallen werken na. Sinds de jaren veertig schreef hij twaalftoonsmuziek die gekenmerkt wordt door een grote helderheid van klank. Later legde hij zich in het bijzonder toe op het componeren van elektronische muziek, zoals het Concerto voor piano, orkest en geluidsband (1980). Ook componeerde Ponse veel balletmuziek.

In 1936 werd zijn Fantaisie pour orchestre onderscheiden bij het Henry Le Boeuf Concours in Brussel, en uitgevoerd onder leiding van Hermann Scherchen. Twee maal won hij prijzen voor composities op het Koningin Elisabeth Concours (Symfonie no.1, 1953; Concert voor viool en orkest no.2, 1965). En nog in 1995 werd Triptyque (1992) onderscheiden met de derde prijs tijdens de eerste internationale compositiewedstrijd van het Wereld Muziek Concours in Kerkrade.

Ponse's muziek is vaak lastig te doorgronden - voor de musicus, aan wie Ponse hoge eisen stelde, èn voor de luisteraar. “Een mens gaat meestal niet naar een concertzaal om zich in te spannen, maar om uit te rusten (...)”, schreef hij eens in een toelichting. “Ik houd daar eigenlijk geen rekening mee.”