Kamer en bonden tegen wijzigingen in Politiewet

DEN HAAG, 19 FEBR. Het grootste deel van de Tweede Kamer ziet weinig in het plan van het kabinet om het dagelijks beheer van de politie over te laten aan de korpschef. Ook het voornemen om alle burgemeesters in een regio samen het bestuurlijke gezag over de politie te geven, stuit op bezwaren bij een meerderheid.

Van de vier grote partijen steunt alleen de VVD de veranderingen van de Politiewet zoals de ministers Dijkstal (Binnenlandse Zaken) en Sorgdrager (Justitie) die voorstellen. De VVD vindt dat het kabinet duidelijker moet aangeven wie straks op welke verantwoordelijkheid is aan te spreken.

De functie van korpsbeheerder van de regionale politie, nu de burgemeester van de grootste stad in een regio, vervalt in de gisteren gepresenteerde voorstellen van het kabinet naar aanleiding van een evaluatie van de Politiewet. Dijkstal en Sorgdrager stellen voor de korpschef als 'directeur' te belasten met het beheer. Hij moet 'nadrukkelijk' gaan functioneren onder de verantwoordelijkheid en het gezag van het regionale college van burgemeesters.

D66 heeft ernstige bedenkingen tegen het voorstel. Kamerlid Scheltema ziet in de voorstellen een versterking van de positie van de korpschefs. “Daar heb ik veel bezwaar tegen.” De rol van de korpsbeheerders daarentegen wordt minder zwaar, “terwijl je die tenminste nog democratisch kunt controleren”. Ook de PvdA-fractie vindt het “ronduit teleurstellend” dat het kabinet geen voorstellen doet om de positie van de gemeenteraden bij de politiezorg te versterken.

De grootste oppositiepartij, het CDA, toont zich bij monde van het Kamerlid Gabor “buitengewoon teleurgesteld” over de plannen. Volgens Gabor wordt de bestuurlijke driehoek van de politieregio (korpsbeheerder, hoofdofficier van justitie en korpschef) onthoofd en de verantwoordelijkheid neergelegd bij een collectief.

De voorstellen bieden geen oplossing voor het zogenoemde 'democratisch gat' dat bij de introductie van de Politiewet is ontstaan, zo meent hij.

Ook de politiebonden hebben kritiek op de plannen van het kabinet. “Geklungel. Mij is volslagen onduidelijk wat dit moet opleveren”, zegt voorzitter H. van Duijn van de Nederlandse Politiebond over de voorgestelde herziening van de Politiewet. Van Duijn: “De structuur van politie wordt gewijzigd onder verwijzing naar de gebeurtenissen in Rotterdam en Groningen. Maar de kwesties in die beide steden hadden nooit voorkomen kunnen worden door een andere structuur. Als, zoals in Groningen, mensen elkaar niet verdragen, smerige spelletjes spelen en elkaar een loer draaien, dan helpt een andere structuur daar niets aan.”

Dat de positie van de korpschef wordt versterkt, is “op z'n zachtst gezegd eng”, meent Van Duijn. Het toezicht door de korpsbeheerder vervalt en daarvoor in de plaats komt een gezamenlijk toezicht van burgemeesters in de regio. “Maar die zitten ver weg. En de minister van Binnenlandse Zaken zit nóg verder weg. Het democratische gat blijft.”

De Nijmeegse burgemeester D'Hondt, voorzitter van het beraad van korpsbeheerders, is kritisch over het 'opgaan' van de korpsbeheerder in het regionale college. De afstand tussen het politiewerk en de controle daarop kan daardoor te groot worden. Hij kan zich wel vinden in de versterking van de positie van de korpschef.