Inbreng D66 in Paars onmiskenbaar; Rancune over de verloren formatie zit diep bij Hillen

Look who's talking'', zal menigeen gedacht hebben bij het lezen van Hans Hillen (chef de cuisine van de propaganda-keuken van het CDA) over de successen van Paars. Hij stelt dat de 'gloriejaren van D66' geen blijvende herinnering zullen achterlaten aan vernieuwing of verandering. Volgens hem krijgt D66 'het falen van de pretenties van Paars' op z'n bordje. Het is kolderiek om dit te vernemen van een oudgediende die weet dat van de achterban van zijn eigen partij circa 60 procent tevreden is over Paars en daar wel mee door wil. De frustraties liggen hoog opgestapeld.

Als Hillen het heeft over de 'gloriejaren' van D66, dan heeft hij gelijk. Deze jaren waren echter allerminst vrijblijvend. D66 heeft medeverantwoordelijkheid gedragen voor het meest succesvolle kabinet van na de oorlog. Dat kabinet heeft vernieuwingen doorgevoerd die onder het CDA jarenlang onmogelijk waren. De winkeltijden zijn verruimd en lijken nu eindelijk een beetje op wat in Europa gangbaar is. De concurrentiekracht van Nederland is fors versterkt, mede door de nieuwe Mededingingswet. Het midden- en kleinbedrijf floreert. De kleine criminaliteit is gedaald, evenals het aantal heenzendingen. Onder vorige kabinetten was cultuur een sector die er maar wat bij hing, ook financieel. Dat is aanmerkelijk verbeterd. De miljarden die onder dit kabinet zijn vrijgekomen voor het grotestedenbeleid worden goed besteed: aan economische bedrijvigheid, leefbaarheid, veiligheid, onderwijs en zorg. En met projecten als de 'elektronische snelweg' en 'duurzaam bouwen' hebben D66-bewindslieden een blijvende bijdrage geleverd aan de modernisering van Nederland.

Niets is minder vrijblijvend dan vanuit een ongearticuleerde oppositierol roepen dat D66-ideeën bij het oud papier zijn gezet. En dat op een moment waarop het referendum, één van de voornaamste vernieuwingsvoorstellen van D66 door de Eerste Kamer wordt aangenomen. De rancune bij Hillen over de verloren kabinetsformatie zit diep en het lijkt erop dat deze fervente pleitbezorger van de 'samenbindende visie' grote moeite heeft om zelf de open en eerlijke houding op te brengen die bij zo'n nobele visie past.

Curieus is het om bij Hillen te lezen dat Paars nu de corporatistische relicten uit het christen-democratisch erfgoed zou omhelzen. Niets is minder waar. De adviesorganen van de rijksoverheid, van oudsher bolwerken van christen-democratische consensuspolitiek, zijn drastisch gesaneerd en in aantal teruggebracht. De Sociaal-Economische Raad, voorheen een orgaan dat over ieder wissewasje advies gaf en dat vaak na ellenlange procedures, is van zijn verplichte nummers verlost en vormt tegenwoordig een waardevol platform dat zich voluit kan richten op de écht belangrijke onderwerpen. Het primaat van de politiek is hersteld en dat is precies waar het D66 om ging. Hillen komt niet verder dan een versimpelde beeldvorming. Daar is D66 wars van.

Als er één partij is die een antenne heeft voor de veranderingen in de samenleving, dan is dat D66. Ruim voordat de andere partijen met hun programma's uitkwamen, pleitte D66 al voor meer investeringen in de maatschappelijke infrastructuur. In de afgelopen jaren sprak D66 zich bij de algemene beschouwingen bij herhaling uit voor meer geld voor onderwijs. De klassenverkleining werd door D66 op de agenda gezet, hoezeer anderen er ook mee adverteren. In de volgende kabinetsperiode wil D66 tussen de 1,7 en 2,3 miljard gulden investeren in onderwijs. Daarnaast willen we de samenleving verder democratiseren, de economische infrastructuur versterken, meer kinderopvang en meer technologisch hoogstaande en milieuvriendelijke productiemethoden.

De nieuwe tijdgeest vraagt om nieuwe antwoorden. Hillen citeert echter Kierkegaard - een erkende somberaar en vrouwenhater - om aan te tonen dat het niet goed is om met de tijdgeest mee te gaan. Dat Hillen geen toonbeeld van progressiviteit is, was al bekend. Of deze houding echter ook goed valt bij zijn achterban, is maar de vraag. Ook CDA-leden zien dat de samenleving zich ontwikkelt en dat normen en waarden niet zozeer verdwijnen, alswel van karakter veranderen. Een partij die krampachtig vasthoudt aan oude maatschappelijke, bestuurlijke en staatsrechtelijke verbanden, zal nooit de frisheid opbrengen om sturend om te gaan met ontwikkelingen als de globalisering van de economie en de komst van nieuwe communicatietechnieken.

In december nam ik het initiatief om een convenant te sluiten met de campagneleiders van de andere grote partijen om in de komende verkiezingsstrijd niet te vervallen in 'Amerikaanse toestanden', waarbij met name in tv-commercials op andere partijen wordt afgegeven. Het CDA heeft zich met de bijdrage van Hillen over D66 van zijn slechtste kant laten zien. Ewout Cassee is campagneleider van D66.