'Goudgerand' blinkt niet altijd

Wanneer komt er een einde aan de 'goudgerande' rechtspositie van ambtenaren, vroeg VVD-leider Bolkestein zich deze week af naar aanleiding van de zaak-Docters van Leeuwen. Oude koek, vinden rechtsgeleerden. Er is nauwelijks meer verschil tussen ambtenaren en gewone werknemers.

AMSTERDAM, 19 FEBR. In films zie je iemand wel eens ontslagen worden. Hij of zij pakt een grauwe doos, doet daar wat mappen, foto's of puntenslijpers in en verlaat het kantoor. “Ging het maar zo makkelijk”, zegt het voormalig schoolhoofd. Hij heeft er meer dan een jaar over gedaan om ontslagen te worden. Terwijl híEÉj zijn ontslag had aangeboden en de gemeente, het schoolbestuur, dat dolgraag accepteerde. Alleen: op welke voorwaarden?

Het werd uiteindelijk een “vrij riante regeling”, vindt het schoolhoofd. Zijn advocaat heeft af en toe met een schuin oog naar de mores in het bedrijfsleven gekeken en het is ruim anderhalve ton geworden: een vol jaar salaris, het wachtgeld afgekocht, advocatenkosten en nog een schepje erbij. Is dat zo riant?

Niet als je de enorme bedragen leest die het bedrijfsleven aan gouden handdrukken uitkeert. Elf miljoen gulden voor enkele overbodig geworden topmanagers van BolsWessanen. Ruim zeven miljoen voor een directeur van Douwe Egberts. Miljoenen voor het management van Verenigd Streekvervoer Nederland.

Wèl als je vergelijkbare functionarissen in dienst van overheid of bedrijf neemt. Advocaat H. Schravenmade, van Schravenmade en De Koningh in Maarssen, geeft een rekenvoorbeeld waarin dezelfde persoon, met hetzelfde salaris, bij een bedrijf tot aan zijn pensioen ruim zes ton vergoeding kan krijgen, en bij de overheid zo'n twee miljoen. Door de systematiek van het wachtgeld (zeventig procent van het laatst verdiende loon, hoe hoog ook) kunnen ambtenaren die hun ontslag aanvechten een afvloeiingsregeling treffen die “een factor drie hoger ligt dan vergelijkbare werknemers in het bedrijfsleven”, aldus Schravenmade.

De Leidse bestuursrechtgeleerde mr. T. van Peijpe ziet dat in perspectief. Tot de jaren dertig van deze eeuw was de ambtenaar veel beter tegen ontslag beschermd. Sindsdien is ook de bescherming in het bedrijfsleven verbeterd. “Je kunt haast niet zien wie nu gunstiger uit is.”

Ambtenaren hebben van oudsher een bijzondere status. De overheid heeft betrouwbare en onkreukbare dienaren nodig. Die moeten dus worden beloond met een behoorlijke rechtspositie, die hen bovendien beschermt tegen politieke willekeur.

Maar wat misschien nog wel belangrijker is voor de ontwikkeling van die goede rechtspositie, zegt Van Peijpe, is de invloed van de bonden. De organisatiegraad onder ambtenaren is zestig, zeventig procent; in het bedrijfsleven misschien twintig procent. Dat overlegt iets makkelijker met de werkgever. Van Peijpe wijst erop dat een vergelijkbaar sterk-georganiseerde bedrijfstak als de grafische sector ook vergelijkbare arbeidsvoorwaarden heeft weten te bevechten.

In het algemeen worden de verschillen in de rechtspositie van ambtenaren vergeleken met 'gewone' werknemers overtrokken, zegt Van Peijpe. Als VVD-leider Bolkestein naar aanleiding van de affaire Docters van Leeuwen zegt dat er nu toch echt een einde moet komen aan de 'goudgerande' rechtspositie van ambtenaren, weet hij volgens de hoogleraar kennelijk niet waar hij het over heeft. “Dat raakt kant noch wal”, aldus Van Peijpe.

De status van ambtenaren wordt sinds de jaren tachtig namelijk 'genormaliseerd', dat wil zeggen dat er steeds minder van hun bijzondere positie overblijft. Dat heeft voordelen: ambtenaren mogen sindsdien officieel onderhandelen met de werkgever en actie voeren als ze niet tevreden zijn met de uitkomst. Het kan ook nadelig zijn: per 1 januari 1999 zal in principe de minder gunstige WW-regeling worden opgenomen in de wachtgeldregeling voor ambtenaren. “Wij horen in onderhandelingen steeds vaker het begrip 'marktconformiteit' ”, zegt bestuurslid N. Altenburg van de ambtenarenbond AbvaKabo.

In november heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken wordt gevraagd onderzoek te doen naar de voorwaarden waaronder de ambtelijke status kan worden afgeschaft. De motie van de regeringspartijen weerspiegelt een recente ontwikkeling waarbij de verschillende overheden in toenemende mate een beroep doen op flexibele arbeidskrachten.

W. Zijlstra, productmanager overheidssector van uitzendbureau Randstad brengt steeds meer uitzendkrachten naar overheidsdiensten. Dat wil zeggen: werknemers met arbeidsvoorwaarden uit de cao van het uitzendwezen doen het werk van een ambtenaar. “Eerst vooral in de lagere functies, de laatste tijd ook meer en meer op beleidsniveau.”

Zijlstra is zelf overgestapt van de overheidsdienst (Sociale Zaken) naar het bedrijfsleven. Daarbij heeft hij “de indruk van een redelijk zekere rechtspositie opgegeven”. De indruk. Want toen hij zijn nieuwe rechtspositie moest vaststellen, merkte hij dat er buiten de overheid ook heel behoorlijke regelingen zijn.