Gezocht: kandidaten

Op woensdag 4 maart kiest Nederland in 511 gemeenten circa 10.000 raadsleden. Wat zijn de bevoegdheden van de gemeenteraden en wat zijn de rechten en plichten van raadsleden en wethouders? pagina 2 Hoe is het de winnaars van de vorige verkiezingen, de lokale partijen, vergaan sinds 1994? pagina 3 Wie kent 'zijn' wethouders? pagina 4 Over de plaatselijke politiek van enkele grote partijen en honderden lokale lijsten.

Partijen hebben steeds meer moeite met het vinden van kandidaten voor de gemeenteraad. Het raadslidmaatschap kost veel tijd en biedt weinig aanzien. SGP-LID KLAAS BRAKKE werd twee jaar geleden voorgedragen als fractievoorzitter van de partij in Staphorst. “Een verzoek dat ik niet naast mij kon neerleggen”, zegt hij, “want het is een eer zo'n functie te vervullen.” Maar zelfs al zou de Staphorstenaar geen heil hebben gezien in een politieke loopbaan, dan nog had hij het ambt niet geweigerd. “Wanneer het zevenkoppige bestuur van de SGP-kiesvereniging een man op haar advieslijst zet”, legt Brakke uit, “is hij moreel verplicht aan die oproep gehoor te geven.” De lijst wordt immers samengesteld op basis van 'het grote inzicht en gevoel' van de kiesvereniging; die kent de dorpelingen door en door en houdt zich strikt aan de kerkelijke verdeling tussen oud-gereformeerden en hervormden. Van werving is volgens Brakke geen sprake (“het zaakje wordt onderling geregeld”), maar bij de SGP in Staphorst zijn er altijd kandidaten in overvloed.

Het gemak waarmee de SGP in Staphorst kandidaten voor de raadsverkiezingen werft, blijkt een unicum. De meeste partijen in Nederland hadden de afgelopen jaren moeite leden te vinden die zich verkiesbaar wilden stellen.

De moeizame rekrutering van gemeenteraadsleden houdt deels verband met de afnemende belangstelling voor het raadslidmaatschap. Dat blijkt uit een onderzoek van het bureau LSV & Associates vorig jaar (in opdracht van het Haarlems Dagblad) onder ruim 600 gemeenteraadsleden in de regio's Haarlem en Leiden. Mogelijke oorzaken voor het gebrek aan belangstelling zijn volgens de ondervraagde raadsleden het grote tijdsbeslag (vier vergaderavonden per week is eerder regel dan uitzondering) en het negatieve imago van het politieke ambt; anders dan voorheen behoort het raadslid volgens de onderzoekers niet tot de notabelen van de plaatselijke gemeenschap en is het raadswerk niet langer een garantie voor maatschappelijk aanzien.

Net als de onderzoekers van LSV & Associates, wijt Ruud Koole, docent politieke wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Leiden, de moeizame jacht op politiek talent aan “de onttovering van de politiek”. Koole: “Politiek houdt de gemiddelde burger steeds minder bezig. Zij is gaandeweg van haar voetstuk gevallen. Het raadslidmaatschap is een ondankbare taak, want de positie van de raad binnen de gemeente is voor een groot deel weggedefinieerd. Raadsleden lopen achter de feiten aan, wethouders en ambtenaren regelen veelal de zaakjes. Niet democratie, maar 'efficiency' en 'doelmatigheid' behoren tot het politiek jargon van de jaren negentig.”

Daarbij komt, zegt Koole, dat het rekruteren sinds de ontzuiling geen sinecure meer is. “Vroeger onderhielden de plaatselijke partijen nog sterke banden met zuilorganisaties; de PvdA wierf kandidaten bij NOVIB of bij vakbonden, de KVP bij katholieke ziekenhuisdirecties of kruisstichtingen. Tot op zekere hoogte gebeurt dat nog steeds - de voorman van de PvdA is tenslotte een oud-vakbondsman en Braks kon, omgekeerd, meteen bij de KRO aan de slag. Het zijn restanten uit vervlogen tijden. Het rekruteren van kandidaten is een stuk onoverzichtelijker geworden.”

“Onoverzichtelijker, maar wel professioneler”, meent politicologe Astrid van der Kooij. Vorig jaar begon zij een onderzoek voor het Instituut voor Publiek en Politiek naar de wervings- en selectiemethodes van de vijf grootste partijen voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Aanleiding voor het onderzoek, dat wordt gefinancierd door de ministeries van Sociale Zaken en van Binnenlandse Zaken, zijn de aanhoudende discussies over politieke vernieuwing en de stagnatie in de groei van het percentage vrouwen en migranten in de gemeenteraad.

Voorlopige conclusie van het onderzoek, dat pas na de gemeenteraadsverkiezingen openbaar wordt gemaakt, is dat steeds meer partijafdelingen hun kandidaten met zorg rekruteren. Van der Kooij: “Voorheen beperkten partijen zich tot een brief of huisbezoek aan leden of een oproep in het partijblad. Dat gebeurt nog steeds, alleen nu worden er tevens mensen van buiten aangetrokken die nog niet gepokt en gemazeld zijn in de partij.”

Volgens de onderzoekster zien de partijen in deze externe zoektocht verschillende voordelen. “Door meer vrouwen, migranten of andere ondervertegenwoordigde groepen aan te trekken, wordt de lijst herkenbaarder voor de kiezer.

Dat plaatselijke partijafdelingen buiten hun eigen kweekvijver vissen, is volgens wetenschapper Koole een vrij recent fenomeen. Ze moeten wel, meent hij, want het ledenbestand van de meeste politieke partijen vertoont sinds het midden van de jaren tachtig een scherp dalende lijn. Zo liep het aantal PvdA-leden tussen 1985 en 1997 terug met bijna 40 procent, van 100.000 naar ruim 60.000. Ook de VVD en het CDA moesten sterk inleveren; hun ledenbestand slonk respectievelijk met 34.000 (ruim veertig procent) en 35.000 (bijna dertig procent).

Als voorbeeld van een innovatieve wervingmethode noemt onderzoekster Van der Kooij de in PvdA-kring populaire wervingsfestivals: samenscholingen van zowel leden als niet-leden, waarbij musici, cabaretiers, landelijke en plaatselijke politici geïnteresseerden een kijkje in de keuken van de gemeentepolitiek bieden. Bij de CDA-fracties zijn volgens haar vooral de 'huiskamergesprekken' in zwang - bijeenkomsten in dorpswijken waarop raadsleden in gesprek gaan met burgers over de plaatselijke politiek. De organisatoren van deze colloquia richten zich lang niet altijd op (actieve) leden. Van der Kooij: “De achterliggende gedachte is vaak: zo vinden wij niet alleen nieuwe mensen, maar ook kwaliteiten die we nog niet in huis hadden.”

Een cruciale factor bij het al dan niet slagen van wervingscampagnes lijkt het moment van aanvang: lang of kort voor de gemeenteraadsverkiezingen. De VVD in Maastricht meldde zich vorig jaar bij een headhuntersbureau voor vrouwelijke topmanagers en een opleiding 'hoger management voor vrouwen' met de vraag of ze vrouwen kenden die wat voelden voor de liberale beginselen. “Dat bleek niet het geval”, zegt afdelingsvoorzitter Jo Baltus, “maar ik ben ervan overtuigd dat deze contacten ons in 2002 een hoop geschikte kandidaten zullen opleveren.”

Een partij als GroenLinks, die sinds 1990 meer vrouwen en allochtonen probeert te werven in het kader van haar actie 'Denk pluriform, handel conform', plaatste op Vrouwendag vorig jaar een oproep in drie landelijke dagbladen voor vrouwen met politieke ambities die zich kandidaat wilden stellen voor (onder meer) een functie in de lokale politiek. Volgens een woordvoerster van GroenLinks in Utrecht werd het 'politiek proeflokaal' van de partij twee weken later bezocht door 250 gegadigden, van wie het merendeel nog steeds contact onderhoudt met de partij; op termijn hoopt GroenLinks een aantal van deze vrouwen te interesseren voor het raadswerk.

Omdat potentiële gemeenteraadsleden meestal niet over één nacht ijs gaan - vooral vrouwen zouden niet snel bereid zijn hun familieleven of zorgvuldig geplande carrière in gevaar te brengen voor een vergaderbaan - organiseren partijen steeds vaker cursussen. Zo kwamen tussen juli 1996 en mei 1997 wekelijks twintig Enschedeërs bijeen voor een speciale training gemeenteraadspolitiek, georganiseerd door de plaatselijke PvdA. Op het programma stonden onder meer enkele lessen gemeentebestuur, partijwerk en 'het jezelf presenteren en leren communiceren'. De 'leerlingen' werden vrijblijvend benaderd door de wethouder. Volgens afdelingsvoorzitter Jenne van der Velde is de PvdA-lijst in Enschede dankzij het klasje een stuk evenwichtiger geworden. “Van de eerste zestien kandidaten op de lijst is de helft vrouw, eenvijfde allochtoon en een kwart jonger dan dertig jaar. Zonder deze scoutingsactie zou de lijst er heel anders hebben uitgezien.”

Ook het CDA ging de afgelopen jaren op talentenjacht. Het Steenkamp-(scholings)instituut ontwikkelde een 'assessment-methode' om kandidaten voor (onder meer) gemeenteraden beter te kunnen selecteren. Een van de twee pilotprojecten begon vorig najaar in Rotterdam. Na een oproep in de CDA-partijkrant voor gemeenteraadskandidaten meldden een kleine zestig leden zich bij het partijkantoor voor een gesprek. Een kiescommissie stelde uiteindelijk een lijst samen van vijftien mensen die werden uitgenodigd voor een 'beoordelings- en presentatieweekeinde'. De kandidaten, onder wie een aantal zittende raadsleden, kregen uiteenlopende opdrachten, waarbij ze werden geobserveerd door een groepje 'assessoren'. Zo kreeg iedere deelnemer drie kwartier de tijd om een beleidsnotitie op te stellen en de CDA-belangen te verdedigen tijdens een groepsvergadering. Zes van de vijftien deelnemers werden door de commissie op een verkiesbare plaats gezet. Of zij de kans krijgen praktijkervaring op te doen, zal op 4 maart blijken, als een relatief kleine groep kiezers - naar verwachting zal de opkomst ongeveer zestig procent zijn - zijn stem uitbrengt.