Geesink pakt voorzitter aan; Huibregtsen weg in belang van de sport

ROTTERDAM, 19 FEBR. Wouter Huibregtsen heeft besloten af te treden als voorzitter van de sportkoepel NOC*NSF om “vrij baan voor de sport te maken”. Hij wil voorkomen dat de Nederlandse sportwereld zal lijden onder zijn geschade reputatie na zijn geruchtmakende uitspraken over kroonprins Willem-Alexander in de Volkskrant. Huibregtsen ontkende nogmaals de prins een judas, een lafaard en een saboteur te hebben genoemd. “Maar ik weet dat heel Nederland klaar staat om mij neer te sabelen”, zei de geëmotioneerde Huibregtsen gisteravond in het tv-programma Studio Sport.

Huibregtsen (58) zal bij de eerstkomende algemene ledenvergadering van NOC*NSF officieel aftreden. Tot die tijd zal vice-voorzitter Jan Loorbach de taken waarnemen. In 1990 trad zakenman Huibregtsen aan als voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité (NOC) dat onder zijn bewind fuseerde met de Nederlandse Sport Federatie (NSF). “Ik heb me acht jaar lang, 12.000 uren, belangeloos en zonder enige ijdelheid ingezet voor de Nederlandse sport.”

Het besluit om het voorzitterschap op te geven nam Huibregtsen al een week geleden in Nagano, een dag na verschijning van het artikel. “Ik realiseerde me meteen dat niet alleen mijn sport- , maar ook mijn maatschappelijke carrière ondergeschoffeld zou worden”, vertelde Huibregtsen op RTL 5.

Huibregtsen keerde maandagavond terug van de Olympische Spelen in Nagano. Dat was eerder dan gepland. Huibregtsen vond het de hoogste tijd om te reageren op “het communicatiegeweld” in Nederland. “Ik vind dat ik vooral de dure plicht heb de reputatie van de Prins van Oranje in bescherming te nemen.” Achteraf constateerde Huibregtsen dat hij een fout heeft gemaakt om, mede op aandringen van staatssecretaris Terpstra, de Winterspelen niet te verstoren en na het geven van een korte verklaring verder zijn mond te houden. Daar is hij nu ook op teruggekomen.

Huibregtsen heeft gisteren een uitgebreide brief aan de voorzitters van de Nederlandse sportbonden gestuurd. Daarin geeft hij zijn versie van de affaire. Aan het slot kondigt hij zijn vertrek aan. “De vreugde van deze functie is te gering ten opzichte van de lasten”, schrijft Huibregtsen. “Ik meen mijn steentje te hebben bijgedragen.”

Huibregtsen overweegt juridische stappen te ondernemen tegen Hans van Wissen, de Volkskrant-journalist die het beruchte artikel heeft geschreven. De NOC*NSF-voorzitter zei hem als een vriend en een bewonderaar te hebben beschouwd en sprak over “broedermoord”, een vergelijking trekkend met popster John Lennon die door een van zijn fans werd vermoord. “Daarom kan alleen een psychiater hier iets zinnigs over zeggen.” Hij verwijt Van Wissen “twee streken”. De journalist zou hem niet hebben verteld dat het korte telefoongesprek tussen de twee een interview betrof én hij zou hem verkeerd hebben geciteerd. Huibregtsen erkende wel, met spijt, het woord 'sportjudas' te hebben uitgesproken, “maar dat was niet tegen de Prins gericht”.

De aangeslagen Huibregtsen zei er slecht aan toe te zijn. “Ik had dolgraag een mes tussen mijn ribben gehad. Dan was ik er aanzienlijk beter aan toe geweest. Zoiets vreet dag en nacht aan je. Het is zó onrechtvaardig. Mijn goede naam en reputatie zijn geschaad. De indruk wordt gewekt dat ik een anti-monarchist ben en een slecht verliezer. En dat is pertinent niet waar!”

Volgens Huibregtsen is hem bij zijn aantreden als NOC-voorzitter in 1990 door mensen al voorspeld dat hij zou worden beschadigd. “Uw naam zal door het slijk worden gehaald, zei iemand. Maar dan zet ik juist een tandje bij.” Op de vraag of hij ooit weer een publieke functie zal kunnen aanvaarden, antwoordde de aftredende voorzitter: “Dat is aan Nederland.”