Elektriciteitswet krijgt steun van merendeel Kamer

DEN HAAG, 19 FEBR. Minister Wijers (Economische Zaken) krijgt steun van een ruime meerderheid in de Tweede Kamer voor zijn nieuwe Elektriciteitswet, die meer marktwerking en concurrentie op de markt voor stroomvoorziening introduceert.

Dat bleek gisteren tijdens overleg tussen de minister en de vaste commissie voor Economische Zaken in de Tweede Kamer. PvdA, VVD en D66 zijn het eens met de hoofdlijnen van de Elektriciteitswet. Het ziet er naar uit dat ook het oppositionele CDA er mee zal instemmen. Over ruim twee weken wordt de behandeling in de Tweede Kamer met een kort plenair debat en stemmingen afgerond.

Wijers' wetsvoorstel 'vertaalt' de Europese richtlijn van begin 1997 over liberalisatie van de elektriciteitsmarkt binnen de Europese Unie in de Nederlandse regelgeving. Vanaf de datum van inwerkingtreding, waarschijnlijk 1 januari 1999, wordt de productie van stroom vrij en wordt de stroommarkt stapsgewijs opengesteld voor concurrentie. Dat geldt het eerst voor de grootste industriële afnemers die direct vrij zijn in de keuze van hun leverancier en ook voordelige importcontracten in het buitenland kunnen afsluiten. In Nederland worden landelijk en per regio aparte, onafhankelijke netwerkbedrijven opgezet die de geïmporteerde stroom moeten doorvoeren. Per 1 januari 2002 volgt een grote 'middengroep' van afnemers. De kleinverbruikers (huishoudens en kleine bedrijven) blijven het langst 'beschermde klanten' waarvoor de minister de tarieven blijft goedkeuren. De bedoeling is dat zij vanaf 2006 ook vrij zijn in de keuze van leverancier.

De nieuwe wet regelt ook een serie randvoorwaarden voor schaalvergroting aan de productiekant. Op korte termijn zijn finale beslissingen te verwachten over een fusie - per 1 april - van de vier regionale stroomproductiebedrijven tot één Grootschalig Productie Bedrijf (GPB). De distributiebedrijven en enkele provincie- en gemeentebesturen worden daarvan de aandeelhouders. Tot nu toe behoorden de productie- en distributiebedrijven tot de nutssector. Deze bedrijven ontwikkelden zich de laatste jaren in de richting van marktgeoriënteerde ondernemingen. In de nieuwe situatie worden het commerciële bedrijven die in een 'vraaggestuurde' markt moeten concurreren. De VVD-energiespecialist J. Remkes bleef zich gisteren “mordicus” verzetten tegen een wijzigingsvoorstel van de coalitiepartners PvdA en D66 om de minister de bevoegdheid te verlenen een nieuwe heffing op de transporttarieven in te stellen. Met de opbrengst daarvan willen de sociaal-democraat F. Crone en J. Jorritsma-Van Oosten (D66) activiteiten voor meer energiebesparing en duurzame energieprojecten bekostigen. Minister Wijers vindt zo'n aparte heffing niet nodig. Hij ziet meer in verhoging van de Regulerende energiebelasting (REB), die de regering al voorstelde in het Nationaal Milieu Beleidsplan 3. PvdA en D66 hopen volgende maand bij de stemming CDA-steun te krijgen voor hun voorstel.

Wijers stemde in met een amendement van de CDA'er A. Lansink om de regeling voor import van stroom eenvoudiger te maken. De Europese richtlijn maakt het mogelijk wederkerigheid van exporterende landen te eisen: Nederlandse energiebedrijven moeten net zoveel recht hebben naar klanten in die landen te exporteren. Als dat niet het geval is, kan de minister import in Nederland verbieden om marktverstoring te voorkomen.

In het voorstel van Lansink kan een importeur ontheffing krijgen als hij zelf aannemelijk maakt dat er geen marktverstoring optreedt. Die verstoring kan zich vooral voordoen als Frankrijk en België - nog niet zo ver met liberalisering als Nederland - aan Nederlandse afnemers hun overschotten tegen een lage prijs verkopen.

Wijers noemde voorts een amendement van de coalitiepartners om de onafhankelijkheid van de netwerkbedrijven te versterken “een verrijking van de wet”. Deze wijziging bepaalt dat de directieleden en de meerderheid van de commissarissen direct noch indirect binding mogen hebben met producenten, leveranciers of aandeelhouders van de netwerkbedrijven. Geen bezwaar maakte de minister tegen een 'paars' voorstel om de efficiëncywinst van de marktwerking in gelijke mate in verlaging van de tarieven voor kleinverbruikers als voor andere groepen tot uitdrukking te laten komen.