Boemerang

WANNEER AMERIKA ten strijde trekt, dient het volk te worden gemobiliseerd. President Roosevelt deed dat bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog in zijn wekelijkse radiopraatje, president Bush riep aan de vooravond van de bevrijding van Koeweit op tot de vestiging van een nieuwe wereldorde. Kennedy noch Johnson noch Nixon heeft ooit in vergelijkbare termen over Vietnam gesproken. Mogelijk heeft dat in die jaren de kloof geopend tussen regering en volk. Met desastreuze gevolgen.

President Clinton heeft in de betere Amerikaanse traditie gekozen voor een campagne om het volk duidelijk te maken waarom het gaat wanneer het tot een militaire actie tegen Saddam Hussein mocht komen. Maar het eerste optreden van het campagneteam bestaande uit de ministers Albright en Cohen en de presidentiële adviseur Berger ontpopte zich voor de camera's van CNN als een volslagen mislukking. Als plaats van handeling was de Universiteit van Ohio uitverkoren. In het Midden-Westen kreeg Clinton een paar weken geleden zijn eerste ovaties na het uitbreken van het Lewinsky-schandaal. Dit deel van Amerika is nationalistisch en gezagsgetrouw en leek daarom geschikt terrein voor een demonstratieve peiling van de stemming. Maar enkele dozijnen studenten hadden besloten van de bijeenkomst een pan te maken. De presidentiële afgezanten konden zich nauwelijks hoorbaar maken boven de anti-oorlogsslogans die de hecklers aanhieven. En zelfs het meer civiele gehoor toonde zich kritischer dan verwacht.

Voor de regering is dit een public relations-ramp van de eerste orde. Voor het oog van het land en de wereld werd de internationaal toch al zwaar omstreden Amerikaanse politiek tegenover Irak onderuitgehaald. Het Witte Huis zelf had op de bijeenkomst in Ohio ruim de aandacht gevestigd, en CNN had er dagenlang goede sier mee gemaakt. Het boemerangeffect is daarom veel sterker dan het geval zou zijn geweest als het om een 'gewone' ministeriële rede was gegaan.

INTUSSEN GAAN de voorbereidingen van de militaire operatie tegen Irak door. Leden van VN-teams verlaten het land vrijwel op het moment dat hun hoogste baas, secretaris-generaal Kofi Annan, in Bagdad op bezoek komt. Dat die visite Saddams laatste kans is om in te binden en een regeling te accepteren die voor alle permanente leden van de Veiligheidsraad acceptabel zal zijn, wordt met het vertrek van de teams onderstreept. Midden volgende week zal Annan naar verwachting in New York rapporteren, maar al eerder zal duidelijk zijn of zijn missie is geslaagd of mislukt.

Annans reis is meer dan een formaliteit. Hij heeft een zekere vrijheid van handelen, maar daar staat tegenover dat Washington zich op zijn beurt de vrijheid voorbehoudt om het resultaat van de missie onder de Amerikaanse maat te vinden. De secretaris-generaal heeft, anders dan zijn voorganger, het vertrouwen van de Amerikaanse regering. Dat verschaft hem samen met de overweging dat ook Washington een gewapend optreden hoopt te vermijden een zekere rugdekking. De twijfels in de Amerikaanse hoofdstad zijn groot. De ervaringen in Ohio verminderen die twijfels niet. In Amerika zelf dreigt het tij voor een militaire interventie langzaamaan te verlopen. Daarbuiten is een ingreep van het begin af impopulair geweest. Met het land van premier Blair als enige uitzondering.