'Alles wat ik nog lees gaat over vernieuwingen'

Leraren op middelbare scholen in oost- en midden-Nederland staakten vandaag voor het laatst deze week uit protest tegen de hoge werkdruk. De oorzaak daarvan zijn volgens hen de onderwijsvernieuwingen.

HOOFDDORP, 19 FEBR. M. Dambrink en J. Bakker nemen nog snel een slok koffie voordat ze naar de presentatie van de nieuwe schoolboeken gaan. De klas van Dambrink maakt een proefwerk onder toezicht van een collega, Bakker was al 'uit'. Ze hebben lang gewacht op de nieuwe boeken voor de Havo en het VWO, na alle vergaderingen en cursussen over de vernieuwing van de hoogste klassen. Dambrink: “Alles wat ik nog lees in mijn vrije tijd gaat hierover.”

De onderwijskundige vernieuwingen op middelbare scholen behoren tot de oorzaken van de hoge werkdruk waar leraren de afgelopen vier dagen tegen hebben gestaakt. Na de invoering van de Basisvorming in de brugklassen, bereiden ze zich nu voor op de 'tweede fase' die Havo- en VWO-leerlingen in de hoogste klassen beter moet voorbereiden op een vervolgstudie. Ze moeten zelfstandiger leren leren, zoals op de universiteit, en één van de vier vakkenpakketten kiezen die inhoudelijk aansluiten op studies in het hoger onderwijs. Daarnaast worden het Voorbereidend Beroepsonderwijs (VBO) en de Mavo vernieuwd, die leerlingen beter moeten opleiden voor met name het MBO. Ook daar ligt de nadruk op 'studievaardigheden', zoals presentaties houden, en het individuele leertempo. Nu ligt het accent op de klassikale behandeling van feitelijke kennis zoals over de Koude Oorlog.

De tweede fase, ook bekend als het 'studiehuis', moet op alle scholen zijn ingevoerd voor augustus 1999. Ook de nieuwe examenprogramma's voor VBO/Mavo moeten dan beginnen. De inhoud van de vakken en het totaal aantal 'studielasturen' (jargon voor lessen, proefwerken, huiswerk, projecten en practicum) per vak, is bepaald door minister Ritzen en staatssecretaris Netelenbos (beiden Onderwijs) en de Tweede Kamer.

Leraren moeten voortaan maanden vooruit plannen, vertelt R. van Riel, leraar wiskunde en tweede-fasecoördinator op het Solyvius College in Hoofddorp. Nu is bijvoorbeeld de hele klas bij hoofdstuk vijftien in het wiskunde boek. Straks is de één bij hoofdstuk twee en de ander al bij hoofdstuk veertien, afhankelijk van onder meer zijn ijver. “Wij moeten vastleggen welke stof iedereen voor een bepaalde deadline onder de knie moet hebben. Binnen die periode mogen ze zelf weten wanneer ze wát leren”, zegt Van Riel. Die langetermijnplanning kan de leerling niet zelf maken, omdat hij de stof niet kent.

Elke leraar, ook op andere scholen, zucht voordat hij beantwoordt of de tweede fase een succes wordt. De ene leerling heeft discipline, is het antwoord, de ander niet. Zo zitten tijdens de les Handel voor Havo-4 van leraar N. Kramer 25 leerlingen in groepjes verspreid door het lokaal. Als Kramer de vragen aan de andere kant van het lokaal beantwoordt, gaat het gesprek bij het raam prompt over de komst naar Nederland van de Amerikaanse rapper Usher. Nanke heeft vrijkaartjes en maakt haar vriendin daar gek mee, omdat die hier de échte Usher-fan is.

Toch heeft Kramer vertrouwen in de tweede fase. “Alleen worden we geacht te veel te snel te veranderen”, vindt hij. Zijn rector kan dat verklaren: “Dit soort vernieuwingen is bedacht in Den Haag en moet altijd binnen vier jaar worden ingevoerd.”

De vereiste discipline voor het studiehuis is eigenlijk een selectiemiddel, volgens Van Riel, want daardoor worden Havo en VWO moeilijker dan nu. “Leerlingen die je nu meesleept, zullen dan afvallen.” Zij zullen daardoor geen tijd (en geld) van een hogeschool of universiteit verspillen. In elk geval komen ze er niet op jonge leeftijd.

De boeken die de uitgevers nu presenteren, zijn onmisbaar voor de invoering van de tweede fase, vertellen leraren. Lerares geschiedenis, M. Dambrink, zou het liefst alle boeken lezen, bespreken met collega's en zelfs testen voor de klas voordat ze een keuze maakt. “Want je hangt vier jaar aan zo'n boek.” Maar het blijft bij bestudering, omdat de boeken laat zijn uitgegeven. Ook zij ziet een beetje op tegen de tweede fase: “Geschiedenis is een praatvak, maar we zullen de leerlingen veel minder zien in de toekomst, omdat ze zelfstandig studeren.” En J. Bakker, lerares Frans: “Ik klaag niet, maar omdat de leerlingen straks allemaal hun eigen spoor volgen, moet ik veel vaker toetsen om te kijken of iedereen zijn werk bijhoudt.”

Scholen zijn sinds 1996 ook financieel zelfstandig. Ze krijgen zo'n 8.700 gulden per leerling en mogen dat naar eigen inzicht besteden. De school is zo een bedrijf en de leerling een klant. Negatieve publiciteit kan leiden tot verlies van leerlingen, geld en dus banen, waardoor scholen actief moeten werken aan een goed imago. De leraren op het Solyvius College waren blij met aandacht voor hun hoge werkdruk, maar minder blij met de mededeling van dinsdag in deze krant dat die werkdruk mede wordt verhoogd doordat leerlingen op hún school 'met een walkman op in de klas' zitten. De school treedt al twee jaar op tegen walkmans, petten en jacks in de klas, naar eigen zeggen met succes. Het Solyvius College is zoals alle scholen verwikkeld in een concurrentiestrijd. Beeldvorming is van groot belang.