'Versteende woud' van Italiaanse banken komt tot leven

Italië is klaar voor de Economische en Monetaire Unie (EMU). Maar de inefficiënte banksector, waarin de politiek altijd een rol heeft gespeeld, is dat nog lang niet. De privatiseringen en fusiegolf hebben dan alles met de EMU te maken.

ROME, 18 FEBR. Ook als Italië toetreedt tot de eerste fase van de Economische en Monetaire Unie (EMU), dan nog heeft het land een enorm blok aan het been dat het verhindert om ten volle profijt te trekken van monetaire integratie: een verouderd, inefficiënt en te duur bankstelsel.

Dit is minder bedreigend voor andere EMU-landen dan de hoge staatsschuld. Buitenlandse banken zien juist grote kansen op de Italiaanse markt, al probeert de Italiaanse centrale bank potentiële buitenlandse overvallers te ontmoedigen.Maar voor de Italiaanse economie vormen de slecht-functionerende banken een rem op de groeikansen.

“Uiteindelijk moeten we kunnen concurreren met Amerikaanse banken, maar op het ogenblik zijn we zelfs niet op Europees niveau, constateerde gisteren Giuseppe Guzzetti, president van de bank Cariplo. Net zoals Italië vorig jaar een enorme inspanning heeft gedaan om het overheidstekort in één jaar met bijna vier procent terug te dringen, zo leidt de deadline van 1999, wanneer de EMU moet beginnen, in de bankwereld tot hoge fusiekoorts. Oud-premier Giuliano Amato waarschuwde al jaren geleden dat de bankwereld een versteend woud is, maar nu pas realiseren banken zich dat de tijd dringt.

Premier Romano Prodi vindt een sterke concentratie nodig. Drie of vier grote bankgroepen zijn volgens hem genoeg voor Italië. “Er hoeven maar een paar leidende concurrenten te zijn, drie of vier, die worden gesteund door lokale banken die buitengewoon goed letten op de plaatselijke ontwikkelingsbehoeftes”, zei Prodi gisteren.

De afgelopen maanden zijn veel stappen gezet in die richting. Onder druk van de financiële liberalisering en de globalisering is het 'versteende woud' tot leven gekomen. Dat werd mede mogelijk doordat een reeks staatsbanken, tot voor kort drie kwart van de bankwereld, is geprivatiseerd.

Cariplo liep voorop, door samen met Ambroveneto de Banca Intesa te vormen. Dat was midden vorig jaar. Daarna heeft het kabinet een plan in gang gezet voor integratie van de Banco di Napoli, de Banca Nazionale del Lavoro en de verzekeringsmaatschappij Ina, alle drie nog staatsbedrijven. De geprivatiseerde Banca di Rome probeert de spil te worden van een regionaal netwerk rond de hoofdstad.

En een week geleden heeft de Banca di San Paolo een principe-akkoord gesloten voor samenwerking met de handelsbank IMI. Op het vinkentouw zitten de handelsbank Mediobanca, die vorige week heeft besloten tot een kapitaalinjectie van 1,4 biljoen lire (ongeveer 1,8 miljard gulden), en Credito Italiano uit Milaan, vergeleken met de andere spelers relatief klein, maar de best lopende bank van Italië.

De banken zijn klantonvriendelijk en duur, maken te weinig winst, hebben teveel mensen in dienst en worstelen met een hoog aantal moeilijk of invorderbare kredieten. De afgelopen jaren waren kostbare reddingsoperaties nodig voor de Banco di Napoli en de Banco di Sicilië. De gouverneur van de Italiaanse bank, Antonio Fazio, constateerde vorig jaar dat de staat zes biljoen lire, ruim zeven miljard gulden, heeft uitgegeven aan het redden van noodlijdende banken. Tientallen banken zitten in de problemen.

De banken onderhandelen nu met overheid en vakbonden over een personeelsplan. Er werken 330.000 mensen in deze sector. Dat zijn er zeker 30.000 teveel, volgens sommige schattingen zelfs 60.000. Bovendien verdienen ze relatief veel. Eerder deze maand heeft de Italiaanse bankassociatie Abi een plan op tafel gelegd om de flexibiliteit van bankpersoneel te vergroten. Zij pleit ook voor een loonstop van twee jaar.

Volgens de Assocredito, een associatie van spaarbanken, is een bankwerknemer in Italië zeker twintig procent duurder dan in Frankrijk. Dat verschil is nog groter in vergelijking met Duitsland of Groot-Brittannië.

De kosten die de bank aan zijn klanten in rekening brengt, liggen hoger dan elders in Europa. Particulieren moeten geld betalen voor overschrijvingen en het opsturen van rekeningafschriften. Met name kleinere bedrijven hebben grote moeite om betaalbare leningen te krijgen.

De banken doen er maanden over om een rentedaling door te berekenen. De bankassociatie Abi heeft voorgerekend dat na een daling van het disconto met één procent het gemiddeld twee jaar duurt voordat ook de rente voor leningen met één procent was teruggebracht.

“De banken hebben te lang in een systeem gewerkt dat niet competitief genoeg is, met het resultaat dat ze hun flexibiliteit zijn verloren en hun kosten hebben verhoogd”, constateerde Giorgio Fossa, voorzitter van de werkgeversorganisatie Confindustria.

Een hoofdprobleem is de politieke controle. Dat is verminderd nu een aantal banken is geprivatiseerd, maar politiek speelt nog steeds een belangrijke rol. De zittende president van San Paolo, Gianni Zandano, en Guzzetti van Cariplo hebben bijvoorbeeld veel van hun macht te danken aan hun uitstekende politieke contacten, vooral met de meeregerende Italiaanse Volkspartij, de voormalige christen-democraten.

De regerende coalitie zegt alleen maar te willen stimuleren, niet te sturen. “De incorrecte verhouding tussen politiek en banken ligt nu echt achter ons”, zegt Lanfranco Turci, economisch woordvoerder van de Democratische Partij van Links, de grootste regeringspartij. Het is een belofte om de banken de ruimte te geven voor groei naar een niveau waarop zij in ieder geval de Europese concurrentie aan kunnen.