Tentoonstelling van kunstenaars uit Benin in Van Reekum Museum in Apeldoorn; Veertig procent is traditie, de rest is eigen

Vrijdag opent in het Van Reekum Museum een tentoonstelling van een groep kunstenaars uit Benin. Ze gebruiken veel afvalmateriaal. “Het maakte me ziek, toen ik zag wat hier allemaal weggegooid wordt”, zeggen Theodore en Calixte Dakpogan.

Tentoonstelling: Benin/Benin tussen Gisteren/Morgen T/m 4 mei Van Reekum Museum Apeldoorn, Churchillplein 2. Di t/m vr 10-17u.

“We nemen niet alles zo serieus als jullie Europeanen.” Romuald Hazoumé (1961) draagt een oude legerpet van de Franse cavalerie volgeprikt met speldjes en een Klaas Gubbels T-shirt. Hazoumé is samen met de broers Calixte en Theodore Dakpogan, Cyprien Tokoudagba Zonsou en een groep van drie kunstenaars - Aimidou, Kifouli & Lassi Dossou - uitgenodigd door het Van Reekum Museum Apeldoorn om de tentoonstelling Benin/Benin tussen Gisteren/Morgen voor te bereiden.

Anders dan de broers Dakpogan en Tokoudagba heeft Hazoumé zijn werk niet in Apeldoorn gemaakt maar is het ontstaan in Porto Novo in Benin, het kleine West-Afrikaanse land genoemd naar het legendarische volk Benin. Hazoumé is een veel gevraagd kunstenaar. Hij nam deel aan de biënnales van Johannesburg, Istanbul en Havanna. In Nederland exposeerde hij vorig jaar bij Galerie 20 x 2 van Felix Valk in Arnhem, een galerie gespecialiseerd in niet-westerse kunst.

In Apeldoorn toont hij zes grote schilderijen in aardkleuren met raadselachtige oude symbolen en een serie prachtige maskers gemaakt van afgedankte jerrycans en gieters waaraan hij bijvoorbeeld schelpjes en haar toevoegt. Op die manier brengt hij de dingen tot leven. Hij haalt gezichten uit voorwerpen, die er vervolgens wonderbaarlijk Afrikaans uit gaan zien. Zijn beelden komen voort uit de Voodoo-traditie in zijn eigen land. Zijn schilderijen zijn meer gebaseerd op aloude symbolen en bezitten geen Voodoo kracht. “Ze zijn gewoon mooi om naar te kijken, gewoon kunst dus”, vertelt Hazoumé, maar voegt hij er geheimzinnig aan toe: “Ik weet er wel dingen mee uit te halen waardoor ze wel magische kracht krijgen.” Zelf vindt Hazoumé dat hij in zijn werk veertig procent traditie is, zestig procent is eigen. “Ik kan nu de traditie nog niet helemaal loslaten, maar dat zal in de toekomst misschien wel gebeuren.”

Een van zijn koppen, gemaakt van een jerrycan, heeft de haardracht van een vrouw. “Niemand voelt zich beledigd bij het zien van dit kunstwerk. Mensen in Benin zien hier de humor wel van in.” Zijn er dan helemaal geen taboes? “Ik heb eens een keer een kop gemaakt waarin condooms verwerkt waren, maar ook daar nam men geen aanstoot aan. De mensen moesten er om lachen.”

Cyprien Tokoudagba (1937) heeft voor de gelegenheid zes grote schilderijen gemaakt. “Toen ik hier voor het eerst deze zaal binnenkwam, was ik onder de indruk van de omvang. Deze muren zijn voor mij geweldig hoog. Toen begreep ik dat ik ook groot moest werken.” Tokoudagba heeft op een witte ondergrond mens- en dierfiguren en voorwerpen geschilderd. Dat de betekenis van de voorstellingen het publiek zal ontgaan, vindt hij geen bezwaar. “Ik ben er van overtuigd dat iedereen de betekenis ondergaat zonder precies de verhalen te kennen die achter mijn symbolen schuilen”. Hij haalt meteen zijn gelijk als ik in een staf het koninklijk symbool van macht zie.

Net als Hazoumé maken de gebroeders Dakpogan beelden uit afvalmateriaal. Beide zijn te gast geweest in een afvalverwerkingsbedrijf in Apeldoorn. “Het maakte me ziek toen ik zag wat hier allemaal weggegooid wordt”, zegt zowel Theodore als Calixte. Theodore maakte van een fiets een vrouwenfiguur, getiteld 'La belle Hollandaise'. Zijn broer maakte van plaatwerk van verschillende auto's een agressieve hond. Calixte demonstreert dat de reu echt kan happen met zijn bek, gemaakt van twee achterlichten.

Terwijl ik op de half ingerichte tentoonstelling rondloop, laat Hazoumé me een jerrycan zien die een vier keer zo grote inhoud heeft gekregen. “In Benin ken ik een man die zijn geld verdient met het opblazen van plastic jerrycans, die daardoor wel vier, vijf keer zo groot worden zonder dat ze lek raken.” De wereld van Benin staat ver af van Apeldoorn. Aardig om in dit verband in herinnering te brengen is dat het Van Reekum Museum, dat inmiddels een paar maskers van Hazoumé heeft aangeschaft, ooit een directeur heeft gekend die gebruiksartikelen afkomstig uit onder meer de Hema en Blokker verzamelde. Nu weten ze niet meer wat ze ermee aanmoeten en worden collector-items als emmers soms weer gewoon in gebruik genomen.