Sprookjesbokser voor vrede

The Boxer. Regie: Jim Sheridan. Met: Daniel Day-Lewis, Emily Watson, Brian Cox, Gerard McSorley, Ken Stott. In: 10 theaters.

De Engelse acteur Daniel Day-Lewis speelde al in twee films van Jim Sheridan een Noord-Ier. In My Left Foot was hij de gehandicapte schrijver Christy Brown, in In the Name of the Father zat hij veertien jaar onschuldig in een Engelse gevangenis. In zijn derde rol voor Sheridan is Day-Lewis een bokser uit Belfast en voor het eerst is een film van deze acteur met deze regisseur een sprookje. Danny is een Romeo die vijftien jaar - alweer onschuldig - in de gevangenis heeft gezeten voor een niet nader aangeduide IRA-aanslag. Zijn Juliet is jeugdliefde Maggie (Emily Watson), dochter van een IRA-baas die inmiddels getrouwd is met en een zoon heeft van een ander nog in het gevang verblijvend IRA-lid. Danny wil met terrorisme niets meer te maken hebben en vooral daarom mag Maggie haar oude liefde niet nieuw maken. Maar er zijn wel blikken en zuchten. Day-Lewis en Watson (de heldin uit Breaking the Waves) spelen samen fiks genoeg om van hun lippen op elkaar de vurigste wens van de kijker te maken - de scène waarin dat net niet gebeurt is een hitsige. De dialogen halen het niet bij de lichaamstaal. “I'm not a killer, Maggie, but this makes me want to kill”, wordt ook op de tong van Daniel Day-Lewis niet schrijnend. Zo stijf is veel in The Boxer.

The Boxer, die onlangs het Filmfestival van Berlijn opende, is geen boze film als In the Name of the Father, die in 1994 dat festival won. De woede over corrupte Engelse politie en rechters is vervangen door gelaten afkeer van het geweld van alle partijen in Noord-Ierland. Maggie's vader voert onderhandelingen met de Engelsen, maar een van zijn ondergeschikten is daar te bitter voor en blijft bommen plaatsen.

Boksen is in dit sprookje geen sport, maar een alle kanten op stuiterende metafoor. Het is voor Sheridan niet genoeg om boksen als gereguleerd geweld vrediger te laten zijn dan het geweld op straat en om Danny zowel katholieke als protestantse jongens te laten trainen in het buurthuis. Ook Danny's boksstijl moet de vrede dienen. In een gevecht in Londen delft Danny bijna het onderspit, om dan alsnog de kans te krijgen zijn tegenstander knock-out te slaan. Maar hij weigert. De setting van het Londense gevecht is de sprookjesachtigste van de film. Doet Sheridan veel moeite om Belfast als een van al het goede en gezonde verstoken stad neer te zetten, waarin de boksers weinig van hun publiek verschillen, in Londen staat de boksring in een restaurant, waar het champagne nippende publiek beleefd klapt voor de beesten tussen de touwen. Ook zulke loodzware gekkigheden kunnen van liefde en sport in The Boxer geen overtuigende uitweg uit de oorlog maken.