Soeharto trekt zich van niemand iets aan

De Indonesische president Soeharto lijkt zich niets aan te trekken van binnen- en buitenlandse druk om zijn beleid te veranderen. Indonesië manoeuvreert zich steeds meer in een isolement.

JAKARTA, 18 FEBR. Een isolement van Indonesië lijkt onafwendbaar nu de omstreden minister van Onderzoek en Technologie, B.J. Habibie, de meest aannemenlijke kandidaat geworden is voor het vice-presidentschap. Met de aankondiging vanochtend van scheidend legercommandant generaal Feisal Tanjung, die vrijdag zijn commando overdraagt aan zijn opvolger general Wiranto, dat de strijdkrachten van Indonesë nu ook de kandidatuur van Habibie voor het vice-presidentschap steunen, lijkt weinig Habibie meer in de weg te staan die post in een volgende regeerperiode te bekleden.

Habibie, de vliegtuigbouwkundig ingenieur die door medestanders als briljant wordt gekenschetst en door tegenstanders als megalomaan, zou als vice-president de beste kaarten hebben om president Soeharto (76) op te volgen wanneer deze zijn taken niet meer zou kunnen volbrengen. Tegelijkertijd bleek uit de scherpste koersdaling van de roepia in de geschiedenis - tot een dieptepunt van 17.000 roepia voor een dollar - toen Habibie's kandidatuur voor het eerst werd gesteld, dat hij in ieder geval niet de kandidaat is die het vertrouwen van de markt in de Indonesische economie teruggeeft. Dat heeft alles te maken met de Habibie's economische inzichten, die ook wel bekend staan als Habibienomics, die neerkomen op een grote voorliefde voor overheidssteun en protectie voor delen van het bedrijfsleven. Karakteristieken van de Indonesische economie die op de nominatie staan om te verdwijnen in het kader van de vorige maand hernieuwde afspraken met het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Maar president Soeharto, die de aanwijzing van zijn volgende vice-president persoonlijk heeft georchestreerd, lijkt zich weinig aan te trekken van de internationale en binnenlandse druk om Habibie niet als tweede man te laten benoemen.

Ook het monetair beleid van Indonesië kenmerkt zich door autisme van de Indonesische machthebbers, met als resultaat een ernstig conflict met het IMF, dat het land 43 milard dollar in het vooruitzicht heeft gesteld wanneer het volgens de normen van deze instelling orde op zaken zet. Recente voornemens van Soeharto om de koers van de roepia vast te zetten op een kunstmatig hoog niveau, via de constructie van een zogeheten currency board, heeft de waarschuwing van IMF-directeur Camdessus uitgelokt, dat Indonesië geen gelden zal ontvangen wanneer het deze plannen doorzet. Waarnemers stellen dat het omstreden voorstel voor een vaste koppeling aan de dollar vooral is ingegeven om de belangen van de aan de Soeharto-familie gelieerde ondernemingen te beschermen. Het plan is afkomstig van de Amerikaanse econoom Hanke, die door de Soeharto's is ingehuurd als adviseur.

Het systeem van een currency board vereist een sterke banksector die in staat is een te verwachten scherpe stijging van de rente op te vangen, en vereist voldoende grote buitenlandse deviezenreserve om de kosten van het systeem te kunnen dragen. Beiden ontbreken in Indonesië voorlopig. Achter de rug van Camdessus hebben zich ook de landen van de Europese Unie, de VS, Australië, Japan en Singapore opgesteld, in een afwijzing van het koppelingsplan.

Tegen de achtergrond van het conflict tussen Soeharto en zo ongeveer de hele rest van de wereld moest gisteren de gouverneur van de nationale bank, Soedradjad Djiwandono, het veld ruimen. Analisten gaan ervan uit dat deze zich verzette tegen de currency board, die de rol van de centrale bank op zijn minst ernstig zal uithollen. Djiwandono's opvolger, Sjahril Sabidin, heeft vandaag gezegd gewoon door te gaan waar zijn voorganger gebleven was: “We zijn bezig met de voorbereiding van de noodzakelijk infrastructuur om mogelijke negatieve effecten te ondervangen,” zo verklaarde hij na een vergadering met de zes directeuren van de Bank Indonesia.

Starheid kenmerkt verder het optreden ten opzichte van de duizenden burgers die de afgelopen paar weken uit protest tegen de door de crisis veroorzaakte prijsstijgingen de straat op gingen en winkels van voornamelijk etnische Chinezen plunderden en platbranden. Vorige week verklaarde Soeharto dat het leger “hard moet optreden” tegen dergelijke demonstranten. En afgelopen weekeinde voegden soldaten de daad bij het woord door het vuur te openen. Ten minste vijf mensen werden gedood en tientallen werden gewond. Een legerwoordvoerder in Oost-Java herhaalde deze week dat zijn manschappen bij ordeverstoringen opdracht hebben te schieten. Toch kwam het deze week in West-Java weer tot ongeregeldheden. Waarnemers verwachten dat een verharding van het optreden van de ordetroepen alleen kan leiden tot een verdere escalatie van de gewelddadigheden.

Slechts weinigen houden het voor mogelijk dat het inkzwarte scenario dat zich voor de nabije toekomst aftekent, ten goede gekeerd kan worden. De manier waarop de belangrijkste beslissingen al genomen lijken te zijn, nog voordat het Volkscongres begin volgende maand bijeen zal komen, doet vermoeden dat Soeharto niet zeker was van de loyaliteit van de 1000 afgevaardigden van dit lichaam. Immers, inmiddels hebben zich legio anderen aangemeld voor het hoogste en op-een-na hoogste ambt in het land. Voormalig PDI-voorzitter Megawati Soekarnoputri en moslim leider Amien Rais hebben hun kandidatuur enige weken geleden al bekend gemaakt. Deze week verscheen ook oud-minister Emil Salim op het tapijt, 'technocraat' en een van de architecten van de het economische succes van Indonesië.

Hoewel een anonieme Indonesische regeringsfunctionaris tegen een Singaporese krant heeft laten doorschemeren dat de currency board eigenlijk al weer van de baan is, lijkt Soeharto zelf van plan zich niets aan te trekken van alle internationale pressie.