Ouderlijk gezag

De ideale scheiding ziet er als volgt uit: een van de twee ouders, laten we voor het gemak de vader nemen, pakt z'n boeltje bij elkaar, zoekt een appartement binnen een straal van twee kilometer van de ex-echtelijke woning en begint daar voor zichzelf. Er worden afspraken gemaakt over de hoeveelheid tijd die de kinderen bij hun vader zullen doorbrengen.

Los daarvan hebben kinderen en vader onbeperkte telefoonrechten. Bovendien overleggen de ex-echtgenoten regelmatig over praktische en meer ideële zaken die de kinderen aangaan. Vakanties worden op elkaar afgestemd, er wordt over schoolkeuze gesproken, alsook over wat er wel en niet aangemoedigd wordt in de vrijetijdsbesteding. Voortdurend zetten de ouders hun wederzijds antagonisme tussen haakjes ter wille van de kinderen.

Sinds 1 januari 1998 is deze ideale situatie verplicht gesteld. Beide ouders behouden nu bij een scheiding het volle ouderlijk gezag. Voor de meeste scheidenden zal deze wetswijziging weinig uitmaken. Uit hoeveel ruzie en ellende zo'n scheiding ook is voortgekomen, de meeste ouders houden hun verstand nog net genoeg bij elkaar om te beseffen dat hun kind behoefte heeft aan een moeder èn een vader en zij ondernemen dus geen poging om elkaar het ouderlijk gezag te bestrijden, al betekent dat niet dat het nieuwe gescheiden bestaan zo soepeltjes en harmonieus verloopt als hierboven geschetst. De wetswijziging is dan ook niet bedoeld voor deze groep, die met alle onvermijdelijke ergernis en aanvaringen de schade beperkt probeert te houden, maar voor de ongeveer 15 procent gescheidenen die ernstige problemen hebben met de omgangsregeling, meer in het bijzonder de sabotage daarvan. De actiegroep der Dwaze Vaders treedt op als spreekbuis van dit ongenoegen.

Het merkwaardige verschijnsel doet zich voor dat enerzijds de trend bestaat om echtscheiding te dejuridiseren (met als argument: het komt tegenwoordig zoveel voor, laten we het voortaan op het stadhuis afwikkelen zonder rechterlijke instanties, maar met een eventueel hulpverlenende echtscheidingsambtenaar), terwijl aan de andere kant deze wetswijziging uitzicht biedt op een potentiële vloed van rechtszaken. Niet alleen dwaze vaders, maar ook de zo goed en zo kwaad als het kan aanmodderende gescheidenen kunnen nu naar de rechter stappen, omdat zij belemmerd worden in de uitoefening van hun ouderlijk gezag.

De conflicten liggen voor het oprapen. Iedereen die serieus met zijn of haar ex van mening verschilt over het belang van hun kind, kan nu naar de rechter stappen, als zijn of haar wensen genegeerd worden. En dat laatste gebeurt natuurlijk voortdurend, omdat de ouder bij wie het kind woont er veel meer zicht op heeft en aan de lopende band allerlei beslissingen neemt, waar de ander het misschien helemaal niet mee eens is.

Formeel gesproken is het heel eigenaardig om door middel van wetgeving een ideale situatie als norm te stellen in plaats van een minimum aan te geven. Alsof je automobilisten verplicht een maximaal twee jaar oude, superveilige Volvo erop na te houden, terwijl altijd gold dat elke auto goed was, mits APK-gekeurd. De minimumeis voor een 'goede' echtscheiding is een omgangsregeling en een bijdrage in de opvoedingskosten. Al het andere is praktisch onafdwingbaar. De bedoeling van de nieuwe wet is om ouders (meestal vaders) die door hun exen gedwarsboomd worden een juridisch steuntje in de rug te geven. Maar zij hadden altijd al een machtsmiddel: het inhouden van alimentatie. Een volkomen terecht wapen in mijn ogen. Wie zijn kinderen niet mag zien, betaalt verder niet - meestal draaien exen dan wel bij.

Behalve dan degenen die niet bijdraaien en hun ex vertellen dat hij naar de hel kan lopen. Zal de nieuwe wetgeving deze onverkwikkelijke situatie helpen opklaren? Ik vrees van niet. Dat is heel zielig en onrechtvaardig voor de dwaze vaders, maar zij moeten bedenken dat het machtszwaartepunt niet voor niets bij moeders ligt. Een man kan moeiteloos een nieuw nest kinderen maken, al is hij 50 jaar. Een tweede serie kinderen voortbrengen is voor een vrouw geen realistische optie.