Opties voor Saddam

NEW YORK. Na de toespraak van de Amerikaanse president hebben alle partijen respijt. Secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, kan nog in vredestijd naar Bagdad gaan om Saddam van de Amerikaanse ernst te overtuigen en zijn eigen status wat te versterken. Saddam kan zich laten overtuigen en zijn gezicht redden, of kan dat niet doen en daarmee een bemiddelaar van zich vervreemden.

De twijfelende Arabische staten hebben in het laatste geval een rechtvaardiging minder voor hun weigering om definitief partij te kiezen. Misschien zal daarna ook in Parijs en Moskou anders over een interventie worden gedacht.

Intussen heeft de Amerikaanse generale staf nog wat tijd gewonnen om de strijdkrachten verder op te bouwen, en de president zelf om zich te verzekeren van de steun in het Congres waaraan het hem nu nog mankeert. Op deze manier wordt de diplomatie ruimte gelaten terwijl de politieke en militaire druk op Saddam wordt opgevoerd. De president heeft dus een verstandige toespraak gehouden, geen poging gedaan om een historisch 'Te wapen, ten strijde!' ten beste te geven, maar een kalme uiteenzetting gegeven van de voorwaarden voor het bewaren van de vrede en de noodzaak tot militaire actie.

Maar de twee fundamentele vragen zijn er niet mee beantwoord. Hoe, ten eerste, moet men zich een situatie voorstellen - zelfs onder de gunstigste politieke omstandigheden - nadat met een militaire actie de doelen zouden zijn bereikt die Washington zich heeft gesteld? Niet alle verboden fabrieken, laboratoria en wapens zijn vernietigd (want dat is niet mogelijk) en Saddam heeft het er levend vanaf gebracht. De wereld is intussen getuige geweest van drie weken Amerikaans kunnen. Dat zal respect hebben afgedwongen, maar vooral in de Arabische regio geen onverdeelde sympathie wekken; wel stormen van haat.

Als Saddam de inspecteurs van de VNna de bombardementen eindelijk toelaat, is er dan wel de zekerheid dat ze niet worden misleid en de Iraakse obstructie binnenkort op dezelfde voet wordt voorgezet? In dat geval heeft het vraagstuk-Irak in politieke zin, zich eerder uitgebreid. Het verwijt dat Bush zeven jaar geleden is gemaakt - niet doorzetten - hangt Clinton boven het hoofd. Dat is dan nog min of meer zijn persoonlijk risico. Een gevaar van algemener betekenis is dat Saddam uit de afstraffing sterker tevoorschijn zal komen.

De andere vraag ontstaat uit een situatie - ook niet onvoorstelbaar - waarin Kofi Annan triomfantelijk uit Bagdad zal terugkomen: Saddam heeft de vrede gered! De inspecteurs van de VN mogen weer inspecteren. Dat doen ze een paar maanden en ook daarna begint in Irak hetzelfde spel dat de Iraakse dictator al zeven jaar met succes heeft gespeeld. Zullen de Amerikanen dan weer mobiliseren; is er dan nog iets over van het gevoel van noodzaak, de bereidheid die op het ogenblik al niet zo groot is? Dit is het tweede risico dat na de door Clinton afgekondigde periode van respijt dreigt.

Het derde risico ligt in het respijt zelf, want respijt geven is een voorzichtiger, diplomatieker manier om een ultimatum te stellen - en een ultimatum stelt men niet alleen aan de tegenpartij. Men dwingt ook zichzelf. In de eerste Golfoorlog heeft daarbij louter de parate aanwezigheid van de enorme militaire macht een niet geringe rol gespeeld. De ervaring, niet van vandaag of gisteren, heeft geleerd dat vechtklare strijdkrachten een 'druk naar voren' op hun bevelhebbers uitoefenen. Ook daardoor is een militaire actie heel dichtbij als Kofi Annan uit Bagdad terugkomt zonder iets te hebben bereikt.

Er zijn Amerikaanse politici en commentatoren die zich afvragen - nu, en in ieder geval laat - waarom tegenover Saddam niet is gekozen voor de beproefde politiek van containment, het beperken van zijn macht en invloed tot de Iraakse grenzen. Containment heeft in de Koude Oorlog bewezen het beste beleid te zijn. Toen was een supermacht de tegenstander, nu een geïsoleerde natie met gevaarlijke wapens en weliswaar een onberekenbare leider, maar geen partij voor de 'internationale gemeenschap' onder aanvoering van de Verenigde Staten. Containment, de consequente politiek van de lange adem, had misschien een betere kans geboden om de dictator zonder geweld op de knieën te krijgen. Maar voor deze optie heeft de 'internationale gemeenschap' zichzelf voorlopig afgesloten.

Afgezien van de gevolgen die de nu gekozen opties - welke dan ook - zullen hebben, krijgt het vraagstuk Saddam een noodlottig aspect. Hij heeft zijn land geïsoleerd van een wereld, een industriële beschaving die zeer snel verandert en die, hoe dan ook, hechter in de wereldeconomie geïntegreerd raakt. In het 'grote ontwerp' van de Iraakse leider, dat, wat het ook mag zijn, sowieso op een mislukking uitdraait, deelt hij zijn toenemende achterstand mee aan de Arabische wereld. Die heeft toch al veel in te halen, ook bijvoorbeeld in Libië en Algerije. Het noodlottige schuilt in het feit dat door culturele, godsdienstige, geopolitieke en economische omstandigheden - dus niet alleen de olie - de stagnerende Arabische wereld en de veranderende rest op elkaar aangewezen blijven, terwijl ze zich van elkaar verwijderen.

Dit is het grote vraagstuk in de verhoudingen van de Arabische wereld met het Westen, maar ook met de Zuidoost-Aziatische, de Russische, Chinese en andere meer en meer verweven sectoren van een wereldeconomie in ontwikkeling. Saddam zou daarin een lastig geplaatste pion kunnen zijn. Door een jarenlange samenloop van omstandigheden wordt hij, zijns ondanks, tot een van de belangrijke stukken op het bord. Het probleem is groter dan hij zelf.