Océ kan zich vertraging supercopier permitteren

Océ, dat gisteren definitieve jaarcijfers publiceerde, boekt sinds enkele jaren forse winst- en omzetgroei. Het Limburgse concern introduceerde in 1997 onder meer een supersnelle kopieermachine. “Dat is zo'n hoogstandje dat je op dat terrein geen enkele concurrentie hebt.”

OCÉ IN 1997

Hoofdvestiging: Venlo

Aantal werknemers: 18.000, van wie 4000 in Nederland

Nettowinst: 237 miljoen gulden

AMSTERDAM, 18 FEBR. Met een weids armgebaar introduceerde bestuursvoorzitter J. Pennings twee jaar geleden de nieuwe kleurencopier van Océ. Na afloop van de bekendmaking van de jaarcijfers mocht het reusachtige apparaat even zijn kunnen tonen: de afdrukken met Van Goghs 'Zonnebloemen' die in hoog tempo van de 3125 C rolden waren inderdaad schitterend van kleur. Meer dan twaalf jaar hadden specialisten van Océ aan het apparaat gesleuteld.

Tijdens de persconferentie gisteren was 'de wereldprimeur' niet aanwezig, maar het apparaat was wel onderwerp van gesprek. Door “de complexe combinaties van diverse technologieën” is het nog steeds niet gelukt de kopieermachine op grotere schaal te produceren, zo bracht Pennings de pijnlijke boodschap. De introductie is nu pas eind 1999 te verwachten.

Het Océ-bestuur tilt niet al te zwaar aan de vertraging. “Wemaken ons er niet zo druk om”, aldus Pennings, die begin mei plaatsmaakt voor Stork-topman J. Hovers. “Niemand heeft ons in welk segment dan ook ingehaald. Noch links, noch rechts.”

Wie de sterke winstcijfers en torenhoge marges van Océ beziet moet aannemen dat Pennings gelijk heeft. Over het afgelopen jaar werd een winstgroei van 40 procent gemeld tot 237 miljoen gulden. Mede door overnames (16 procent) en valutaeffecten (8 procent) steeg de omzet met 30 procent tot 5,4 miljard gulden. De brutomarge steeg in 1997 tot bijna 42 procent. Met andere woorden: een apparaat dat voor 1000 gulden wordt verkocht heeft Océ (gemiddeld) slechts 580 gulden aan materiaal en mankracht gekost. Pennings: “Verder nemen de inkomsten uit service en advieswerk toe, omdat de kopieerapparaten steeds meer deel gaan uitmaken van computernetwerken. Sommige bedrijven besteden zelfs de gehele documentstroom uit aan ons.”

De positie van Océ is in bepaalde delen van de sterk versnipperde markt voor kopieerapparaten en printers zeer dominant. Zo is het bedrijf wereldleider in hoogvolume-kopieerapparaten (meer dan één kopietje per seconde) voor de zogenoemde tekenkamermarkt (architecten, reclamebureaus). Drie van de vier afnemers in dit marktsegment kiest volgens Pennings voor Océ's supersnelle Océ 9800. “Dat is zo'n hoogstandje dat je op dat terrein geen enkele concurrentie hebt”, zegt hij.

De digitalisering die de afgelopen jaren menige branche op zijn kop heeft gezet heeft ook op het werkterrein van Océ toegeslagen. Volgens Pennings is de digitale techniek in alle opzichten superieur aan de oude analoge processen. Digitalisering betekent ook dat het onderscheid tussen printer en kopieerapparaat vervaagt. Met gepaste trots citeerde Pennings gisteren een Amerikaans onderzoek waaruit blijkt dat Océ wereldwijd tot de top-100 bedrijven in de informatietechnologie is doorgedrongen. “We zitten natuurlijk ergens aan de rand [van die branche]”, zei hij. Maar Océ kruipt steeds dichter tegen de automatiseringswereld aan.

Krijgt het Limburgse concern zo niet te maken met nieuwe concurrenten en de lagere marges voor computeraparatuur? “Een kopieermachine is natuurlijk geen pc”, reageert Pennings op enigszins neerbuigende toon. “Voor onze producten is tien, twaalf jaar geleden de basis gelegd en we hebben daaromheen enorme octrooien gebouwd.”

De sterke marktpositie van Océ is vrij recent. Eind jaren tachtig vroegen veel mensen zich af of het bedrijf uit Venlo zich ooit zou kunnen redden temidden van buitenlandse concurrenten als het Amerikaanse Xerox en het Japanse Canon. Toch zijn sinds 1988 omzet en winst meer dan verdrievoudigd. De beurskoers is zo gestegen dat het aandeel dit voorjaar in vieren wordt gesplitst, waardoor het gemakkelijker te verhandelen is. Na de toelichting op de resultaten sloot Océ gisteren ruim 7 gulden hoger op 259,50 gulden.

Behalve aan technologische expertise dankt het bedrijf zijn sterke financiële positie ook aan het feit dat producten veelal niet worden verkocht maar verhuurd of geleast. De apparaten kosten vaak tienduizenden guldens of meer en dergelijke bedragen leggen de meeste klanten liever niet ineens op tafel. “Zoals elke leasemaatschappij leggen wij zo'n 5 tot 6 procent op de marktrente”, aldus financieel adviseur F. Meijer van Océ. “Voor ons is alleen het voordeel dat wij na afloop van een standaardcontract van vijf jaar het apparaat uit elkaar halen, opknappen en weer in de markt kunnen zetten.”

De leaseportefeuille van Océ bedroeg in 1997 bijna 3,5 miljard gulden, waarop een gemiddelde rente van bijna 11 procent wordt berekend. Door de opslag op de marktrente (van circa 5 procent) incasseerde het bedrijf in 1997 maar liefst 163 miljoen gulden rente. “Daarbij lopen we weinig risico, omdat het bezit van copiers over het gehele bedrijfsleven is verspreid”, stelt Meijer. “De leasemaatschappijen van Daf en Fokker financierden hun eigen bedrijfskolom en dat is natuurlijk veel gevaarlijker.”

De resultaten van Océ leiden wel tot hogere claims van de fiscus. De gemiddelde belastingdruk bedroeg in 1997 ruim 25 procent. “Voor het lopende jaar denken we zelfs 30 procent van de winst te moeten afdragen”, aldus financieel directeur J. Meertens. “De compensabele verliezen zijn verdwenen en we maken veel winst in landen met hogere tarieven”.

Van de omzet wordt 61 procent in West-Europa en 32 procent in de Verenigde Staten gerealiseerd. Met name om dat laatste aandeel te vergroten sluit Pennings overnames ter versterking van het verkoopnet niet uit. De gevolgen van de Aziatische crisis vallen mee. “Uit die regio halen we slechts 3 procent van de omzet”, zegt Meertens. “In Maleisië en in Taiwan hebben we nadrukkelijk een probleem, maar onze aanwezigheid is daar zo klein dat het voor het gehele concern nauwelijks van betekenis is.”

Van groter belang is de gevoeligheid van Océ voor valutarisico's. Slechts 8 procent van de omzet wordt in Nederland gerealiseerd, terwijl de gehele productie in eigen land tot stand wordt gebracht. “De zwakkere gulden heeft dit keer in ons voordeel gewerkt”, aldus Pennings. Vooral wat betreft de dollar en het Engelse pond blijft Océ kwetsbaar.

De resultaten van Océ maken het bedrijf tot een populaire werkgever in de Limburgse regio. Problemen om in de provincie aan goed personeel te komen - zoals Philips die zegt te hebben - zijn in Venlo onbekend. Volgens Pennings komen er jaarlijks 3000 open sollicitaties binnen voor de slechts honderd beschikbare onderzoeksfuncties. Voor een verhuizing naar Amsterdam hoeft niemand bang te zijn.