'Lunchpauze schiet erbij in'

In Oost-Nederland hebben leraren op middelbare scholen vandaag gestaakt uit protest tegen de hoge werkdruk. Als een van de oorzaken noemen leraren de vele taken die zij ook buiten de lesuren hebben. Zijn leraren die klagen over de werkdruk eigenlijk wel geschikt voor hun vak? Die suggestie werpen de leraren verre van zich.

HOOFDDORP, 18 FEBR. N. Kramer (36), leraar Handel, heeft besloten zijn boterham vandaag tijdens de pauze op te eten. Eigenlijk moest hij binnen het tijdsbestek van deze twintig minuten een proefwerk 25 keer kopiëren, drie mensen bellen en een voorlichtingsverhaal bedenken voor het 'openhuis' van donderdagavond wanneer ouders en scholieren van de basisschool zijn school kunnen bezoeken.

Maar hij gaat te vaak met een volle boterhamtrommel naar huis, vindt Kramer. “En na drie uur voor de klas wil je soms even rust.”

Een paar duizend leraren in Oost-Nederland hebben vandaag de hele dag het werk neergelegd uit protest tegen de hoge werkdruk. Gisteren deden leraren in Zuid-Nederland dat, eergisteren in Noord-Nederland. Door te staken willen de onderwijsbonden afdwingen dat de schoolbesturen het aantal lesuren per week verminderen van 28 uur naar 26. De scholen zeggen dat ze dat wel willen, maar ook dat ze er geen geld voor hebben. Volgens leraren staat de kwaliteit van het onderwijs op het spel, omdat ze zoveel moeten doen buiten de 28 uur die ze lesgeven.

Op het Hoofddorpse Solyvius College is Kramer mentor van een Havo-4 klas. Anders dan veel collega's vindt hij dat de leukste leerlingen. “Ze zijn open en sociaal.” Maar gedwongen door tijdgebrek moet hij kiezen met wie hij een persoonlijk gesprek voert, zoals nu na de rapportvergaderingen, vertelt hij. “Ik kies voor de leerlingen die er het zwakst voor staan, hoewel ik de goeden ook een keer aandacht zou willen geven. En ook toen Fokker failliet ging, bijvoorbeeld, wilde ik dat bespreken omdat de ouders van veel leerlingen daar werkten.” Hij voert die gesprekken tijdens tussenuren of in de pauze. “Na schooltijd wil niemand, want dan hebben ze een baantje.”

Behalve lesgeven, twintig proefwerken per leerling per jaar nakijken en het mentoraat onderhoudt Kramer namens de school contacten met andere middelbare scholen en met hogescholen, zodat de aansluiting met het hoger beroepsonderwijs (HBO) wordt verbeterd. Nog steeds haakt eenderde van de schoolverlaters in het eerste jaar van het HBO af.

Zoals alle leraren surveilleert ook Kramer wekelijks tijdens de pauze. Gooit iedereen zijn troep wel in de prullenbak, hangen er geen ongenode gasten op het schoolplein rond en wordt er niemand in elkaar getimmerd? “Dat is officieel belangrijker dan de onderwijsvragen van mijn leerlingen, maar vaak geef ik mijn leerlingen voorrang”, zegt Kramer.

Toch beantwoordt hij 90 procent van de vragen tijdens de les niet. Dat is in pedagogisch opzicht juist goed, legt hij uit. “Ze vragen: 'hoeveel punten krijg ik voor die vraag?' Maar het antwoord staat in het proefwerk. Of: 'Wat is het antwoord hierop?', terwijl er een antwoordenboek voor hun neus ligt.” Voor het meisje dat na de les wil onderhandelen over haar onvoldoende, maakt hij wel een minuut vrij. “Een enkele leerling staat nu eenmaal te schreeuwen om aandacht.”

Zijn leraren die over werkdruk klagen eigenlijk wel geschikt voor hun vak? Sommigen niet, zegt Kramer, maar hij en vele anderen wel. “En ook wij lopen altijd achter de feiten aan.”

Tijdens het wekelijkse 'locatie-overleg', waar zes coördinatoren van het Solyvius College die ook leraar zijn, belangrijke kwesties doornemen, beginnen ze met de staking. Hoeveel leerlingen zijn er gisteren ongeoorloofd weggebleven? Daarna komen aan bod: het 'openhuis', parkeerbeheer, schone lokalen, het vermeende dealen in illegale CD's en sigaretten op school, het tekort aan docenten voor bijles, de prijsvraag voor de benaming van een nieuw gebouw, de leerlingen die brugklassers begeleiden en de behoefte aan een soort naschoolse opvang. En dat allemaal binnen drie kwartier.

Een paar straten verderop in de vestiging van het voorbereidend beroepsonderwijs (VBO) zijn leerlingen en leraren 's middags bezig stellages en presentatieplateaus te bouwen voor het openhuis dat hier vanavond wordt gehouden. Krijgen ze daarvoor betaald? Laat ze niet lachen. Twee uur per week krijgen ze betaald voor activiteiten die buiten het curriculum vallen. In zware weken zijn ze er twintig uur aan kwijt. De leraar aardrijkskunde en geschiedenis, Th. Jaspers, die voorlichtingsborden in elkaar aan het zetten is, vertelt wat hij jaarlijks organiseert: een driedaagse wandeltocht, de stages, het milieuproject 'Code Named Future' en de Energiedagen samen met het Energiebedrijf.

Deze jonge, enthousiaste leerkrachten zijn ook het snelst verdwenen als de school moet inkrimpen, verzucht coördinator Peter Hofstede. Voor hen geldt het arbeidsrechtelijke principe: last in first out.

Zelfs de leraar Nederlands G. Gerrits op de andere vestiging, die bekendstaat omdat hij goed orde kan houden, komt altijd tijd tekort. “Voor een goed gesprek met een leerling over zijn problemen met de grammatica heb ik nauwelijks tijd. Uiteindelijk is dat slecht voor de kwaliteit van het onderwijs.”