Kok kon gerust gaan slapen

Aspirant-biografen van Wim Kok zullen zich erbij moeten neerleggen: een meeslepend boek zit er niet in. Wat zijn sociaal-democratische voorganger Den Uyl aan pathos en passie te veel had, heeft Kok te weinig.

Het wordt een degelijk, maar nogal saai boek omdat de lezer weinig verrassingen te wachten staan. Geen kuiperijen in het Catshuis, geen smeuïge verhalen over nachtbrakerijen, geen pikante relaties met nieuwslezeressen. Kok zit op zondagavond thuis en schilt de aardappelen.

Ziedaar de onmogelijke opgave waarvoor Marc Josten, de nieuwe redacteur van KRO's Reporter, zich had gesteld toen hij besloot onder de titel Voorzitter van Nederland een biografische film over Kok te maken. Het resultaat was gisteravond te zien, maar ik vrees voor Josten dat velen het niet hebben uitgekeken. Niet omdat het een slechte film was, maar omdat je als kijker voortdurend met een déjà vu-gevoel zat te worstelen.

Zijn afkomst uit een arbeidersmilieu? Zijn Nijenrode-periode? Zijn snelle opkomst in de vakbeweging? Zijn warme plek in het hart van Den Uyl? Zijn aanvankelijk omstreden positie als partijleider? We wisten het in grote lijnen allemaal al.

Een biografie hoeft niet per se onthullingen te bevatten, maar in je hart hoop je er als lezer-kijker (en ongetwijfeld ook als maker) wél op. Zo zaten er destijds in de film van Reporter over Bolkestein een aantal zeer relevante ontdekkingen, zoals over diens matige optreden voor Shell in Indonesië. Bolkestein was zeer ontstemd over die film, omdat hij zaken aan het licht bracht waaraan de media tot dan toe voorbijgegaan waren.

Kok kon zich daarentegen gisteravond ontspannen naast Rita neervlijen - naast wie anders - in de geruststellende wetenschap dat hij zich nergens voor hoefde te schamen. Er waren hooguit drie momenten waarop hij zich ongemakkelijk zal hebben gevoeld.

Zo was er enige milde kritiek - vooral van opvolger Stekelenburg - op zijn functioneren als FNV-voorzitter. “Zijn grote kracht was niet de aandacht voor de interne organisatie”, zei Stekelenburg. “Het gevolg was dat we als FNV achteruit boerden. De FNV is zakelijker geworden sinds hij weg is.” (In de periode-Kok verloor de FNV 100.000 leden.)

Ook Piet de Visser, ex-Kamerlid voor de PvdA, spaarde Kok niet. Hij noemde hem als politicus een opportunist die het innemen van een standpunt zo lang mogelijk uitstelt.

En dan was er ex-voorzitter Marianne Sint die in de persoonlijke sfeer een waarneming verwoordde die Kok misschien nog wel het meest geraakt heeft: “Sinds ik weg ben uit de politiek, vind ik het moeilijk om met hem te praten. Hij kan dat niet. Het komt omdat ik hem niks meer te bieden heb. Het is een soort schutterigheid.”

Daar stond veel lof tegenover, ook van buitenlandse zijde. Het was opvallend hoezeer Belgische en Luxemburgse collega's hem prezen om zijn bereidheid tot compromissen. Ze waren overduidelijk blij dat ze van Lubbers af waren. “Lubbers deed superieur”, zei iemand, “Kok luistert beter.” Kohl zou Kok beschouwen als een van zijn belangrijkste gesprekspartners in de Europese Unie. (Als je nu deze kritiek op Lubbers hoort, wordt het steeds minder verbazingwekkend dat hij later gepasseerd werd voor belangrijke internationale posten.)

Grote onthullingen kregen we eerder op de avond evenmin te horen van Klaas Langendoen, de voormalige Haarlemse CID'er, die te gast was bij Paul Witteman. Langendoen had eindelijk zijn scooterhelm afgegooid: “Ik neem eventuele bedreigingen op de koop toe.”

Hij bleek vooral gekomen om zijn straatje schoon te vegen, maar ik betwijfel of hem dat in de ogen van de kijker gelukt is. Daarvoor is de IRT-affaire te gecompliceerd. Wie zijn zus in het criminele milieu aan een baantje helpt, zoals Langendoen deed, moet niet verbaasd zijn als hij voorlopig de schijn tegen heeft. Daar redt hij zich niet met talkshows en een autobiografisch boek uit, hoe interessant zijn beschrijving van de criminele wereld ook was: “Het hangt van de verklikkerij aan elkaar. Hoe zwaarder de crimineel, hoe makkelijker hij praat.”