Kabinet wil functie korpsbeheerder politie afschaffen

DEN HAAG, 18 FEBR. De functie van korpsbeheerder van de regionale politie moet worden afgeschaft. Het regionaal college van burgemeesters zal gezamenlijk het gezag over de politie voeren. Dit college zal een dagelijks bestuur kennen, waarin de burgemeester van de grootste gemeente en de hoofdofficier van justitie zitten. De korpschef wordt belast met het dagelijks beheer van de politie.

Het kabinet heeft deze maatregelen vanochtend in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd. De ministers van politie Dijkstal en Sorgdrager reageren daarmee op een evaluatie van de Politiewet door het Instituut van Toegepaste Sociale Wetenschappen in Nijmegen en het Universitair Consortium Politieonderzoek.

Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) zei vanochtend bij de presentatie van de evaluatie dat de democratische controle op de politie moet worden versterkt. De positie van gemeenteraden moet daartoe volgens hem sterker worden. Het nieuw te vormen dagelijks bestuur zal de huidige regionale driehoek, met daarin korpsbeheerder, korpschef en hoofdofficier, vervangen. De minister zal ook overleg voeren met de korpsen over 'landelijke prioriteiten' als meer agenten op straat, en jeugd- en zedenpolitie. “Weigert een korps, dan kunnen we onze goedkeuring aan delen van de begroting onthouden”, aldus Dijkstal.

Het kabinet wil niet het hele politiebestel wijzigen. Dat leidt volgens Dijkstal tot te veel onrust binnen de politie. Het politiebestel veranderde in 1994 ingrijpend. De circa 148 gemeentekorpsen werden vervangen door 25 regionale politiekorpsen. Deze kwamen onder leiding te staan van een korpsbeheerder, vaak de burgemeester van de centrumgemeente in de regio.

Dijkstal noemde de korpsbeheerder een “vreemde eend in de bijt” en een ,superburgemeester”. “Het is normaler dat alle burgemeesters bepalen wat de politie in hun regio doet.” In het kabinetsvoorstel zal de korpschef verantwoording afleggen aan de gezamenlijke burgemeesters.

De onderzoekers constateren dat de bevoegdheden op het regionale niveau nu te veel zijn verspreid. Gezag en beheer over de regionale korpsen lopen te veel door elkaar en de democratische controle op de politie is te beperkt.

Daarnaast spelen persoonlijke verhoudingen een te grote rol. “Sleutelpersonen zijn vaak belangrijker dan sleutelfuncties”, zegt onderzoeker U. Rosenthal onder verwijzing naar de situatie in Rotterdam. Korpsbeheerder Peper botste daar vorig jaar met korpschef Brinkman. Deze vecht momenteel via de rechter zijn ontslag aan. Ook in Tilburg en Groningen hebben zich onlangs conflicten voorgedaan in de verhouding korpsbeheerder-korpschef en binnen de zogenoemde driehoek van justitie en politie. In Groningen leidde dit tot het vertrek van de drie betrokkenen.