Groot-Brittannië is het enige land dat zich voegt naar Amerika's culturele overheersing; Steun van Blair voor Clinton is niet van risico's ontbloot

Die ene Europese munt mag dan in het verschiet liggen, de Irak-crisis maakt duidelijk dat een gezamenlijk Europees optreden niet eens met de mond beleden wordt. Alleen Groot-Brittannië spreekt duidelijke taal. Maar mocht een eventuele operatie mislopen in het Golfgebied dan krijgt Blair zijn trekken thuis, denkt Jonathan Eyal.

Vrijwel ongeacht hoe de Iraakse crisis zich verder ontwikkelt, zijn twee conclusies nu al zonneklaar: de Europese Unie heeft (weer eens) niet met één stem gesproken, en de 'bijzondere relatie' tussen Londen en Washington is een strategisch essentiële trans-Atlantische schakel geworden. De ironie van dit diplomatieke proces is moeilijk te overtreffen. De vorige Britse regering had een tamelijk slechte relatie met president Clinton: geschillen over het beleid ten aanzien van Noord-Ierland en Clintons verdenking dat de Britten zijn Republikeinse tegenspelers in de Amerikaanse verkiezingen steunden, leidden tot onmin. Bovendien werd Washington geïrriteerd door Londens weigering om deel te nemen aan een gezamenlijker Europees defensiebeleid: anders dan zijn voorganger moedigde president Clinton een meer vastberaden Europese veiligheidsinspanning juist aan, en Groot-Brittannië beschouwde hij als een van de grootste obstakels op dat punt.

De nieuwe Labour-regering die vorig jaar mei aantrad, leek een radicaal nieuwe werkwijze voor te staan: premier Tony Blair beweerde dat Londen geen betere bijdrage kon leveren aan de transatlantische betrekkingen dan door een Britse toenadering tot Europa. Meer eenheid in Europa stond helemaal niet haaks op de handhaving van zeer hartelijke betrekkingen tussen Europa en de VS, integendeel. In tal van opzichten naderde het standpunt van de Britten na het aantreden van het Labour-kabinet zeer dicht het standpunt dat Nederland al sinds jaar en dag inneemt. Maar nu is duidelijk geworden dat dit voor premier Blair slechts leuzen waren: zodra de Iraakse crisis ontstond, keerden de oude Britse instincten terug.

De huidige confrontatie met Irak is de eerste internationale crisis sinds de Koude Oorlog, een tijd waarin Europa al helemaal geen poging deed om gecoördineerd te reageren. En Groot-Brittannië, dat toevallig nu ook nog voorzitter van de EU is, steunt het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten zo krachtig als geen ander Europees land ooit zou overwegen. Maar belangrijker is dat de 'bijzondere relatie' op het ogenblik de belangrijkste doelstelling van het Britse buitenlands beleid is - premier Blairs recente bezoek aan Washington eindigde in een vloedgolf van felicitaties aan Clintons adres die sterk deed denken aan de intense persoonlijke verstandhouding van Margaret Thatcher met president Reagan in de jaren '80.

Zoals ieder land beweert een 'brug' tussen twee werelden te zijn, maakt haast iedere regering aanspraak op een 'bijzondere relatie' met de Verenigde Staten. Een land als Amerika, met zijn heterogene immigrantenbevolking en zijn ongeëvenaarde gewicht in de wereld, heeft met geen enkel land 'normale' betrekkingen. In dat opzicht is de speciale positie die de Britten in Washington zeggen in te nemen niet zo heel opmerkelijk - iedere Europese staat beschouwt zijn band met Washington als uniek. Toch bestaat de indruk dat de band tussen Washington en Londen anders is. Ten eerste lijken de twee leiders qua mentaliteit sterk op elkaar. Ze hebben beiden in Oxford gestudeerd (hoewel Clinton met minder enthousiasme dan Blair). Ze behoren tot dezelfde generatie en beiden zien zichzelf als moderniseerders van hun eigen politieke partij. Maar veelzeggender is dat beiden aanhangers zijn van een tegenwoordig hoogst populaire, typisch Angelsaksische gedachteschool die stelt dat de oude politieke verdeling in links en rechts niet langer zinvol is sinds de val van het communisme, en dat de staatkundige instituties opnieuw moeten worden uitgevonden.

Toegegeven, haast iedere politieke partij in Europa worstelt met dit probleem. Maar alleen in Amerika en Groot-Brittannië is dit gedachtegoed verheven tot de status van een nieuwe ideologie: Blair en Clinton zien zichzelf als uitvinders en tegelijk uitvoerders van deze 'nieuwe' politieke conceptie. Tijdens zijn lange jaren in de politieke jungle hebben Blair en zijn adviseurs beleidscongressen in de Verenigde Staten bijgewoond die werden georganiseerd door de man die nu de Amerikaanse ambassadeur in Londen is. De Labour-regering in Londen staat dus niet alleen ideologisch dicht bij die van Clinton, maar heeft er ook hoogst persoonlijke bindingen mee.

Taal en geschiedenis spelen een rol, maar dat doen ook gelijkgestemdheid en het wederzijdse gevoel dat men elkaars politieke systeem begrijpt. Uit een recent gehouden opinie-onderzoek komt naar voren dat bijna tweederde van de bevolking van Groot-Brittannië militair optreden tegen Irak steunt. Maar er bleek ook uit dat haast evenveel mensen ongezien hun steun verlenen aan alles wat Amerika in het Midden-Oosten doet, iets dat in welk ander Europees land ook onmogelijk zou zijn. De bijzondere relatie gaat dus veel dieper dan alleen een bijzondere verstandhouding tussen twee leiders. Groot-Brittannië is ook het enige Europese land dat zich moeiteloos voegt naar Amerika's culturele overheersing, terwijl van de Europese programma's die tot Amerikaanse tv-stations weten door te dringen de meerderheid Brits is.

Het lijdt nauwelijks twijfel of de transatlantische schakel is versterkt door een zekere frustratie binnen de regering-Blair over het tempo waarin de Europese integratie zich voltrekt. Dat Londen op de Luxemburgse topconferentie in december niet mocht meestemmen over het beheer van de Europese munt, was waarschijnlijk de druppel die de emmer deel overlopen. Anders dan zijn voorgangers is Blair niet tegen Europa als zodanig. Maar zomin als enige andere Britse premier gelooft hij dat Europa het verlies van ook maar één stem in eigen land waard is. De band met de VS is populair, wordt instinctief door iedereen aangevoeld en is volstrekt onomstreden: ook de Conservatieve oppositie is ervoor. Elke Europese demarche - als Blair er al voor had gevoeld - zou hem in eigen land echter aanzienlijke moeilijkheden hebben opgeleverd.

Is de relatie tussen Londen en Washington dus een rotsvast gegeven? Niet helemaal. Ondanks de liefdesbetuigingen waarmee premier Blair Clinton onlangs overlaadde, maken Britse functionarissen zich binnenskamers zorgen over hun steun aan een president die nog aldoor in persoonlijke schandalen verwikkeld is. Blair maakt wellicht dezelfde fout die premier Thatcher tien jaar geleden maakte door een al te nauwe ideologische relatie aan te gaan met één man en zodoende moeilijkheden te riskeren bij een machtswisseling in Washington. Misschien is dat een van de redenen waarom Sir Christopher Meyer, de Britse ambassadeur in de VS, vorige week de moeite heeft genomen naar Texas te reizen voor een ontmoeting met gouverneur George Bush, de zoon van de ex-president en over twee jaar potentieel Republikeins kandidaat voor het presidentschap. Achter de rooskleurige façade willen Britse diplomaten wel op alles voorbereid zijn.

Van meer belang echter is het besef bij de Britten dat hun onbeperkte steun aan de Amerikanen wel degelijk grote risico's met zich meebrengt. Want als de operatie mislukt en diplomatiek onderhandeld moet gaan worden, zal de nauwe band met Londen de Amerikanen slecht van pas komen: ze zullen dan de steun behoeven van landen als Frankrijk en Duitsland. Als premier Blair de mogelijkheid om in overleg tot een gezamenlijk Europees standpunt te komen nu negeert, kan hij zich daarmee dus grote narigheden op de hals halen. Voorlopig geniet Blair echter van het licht van de schijnwerpers en zijn goede persoonlijke contacten met Clinton. Maar hij moge zich de woorden van Winston Churchill in herinnering roepen, die eens opmerkte dat het vervelende van een gezamenlijke taal is dat geen diplomaat naderhand kan beweren dat hij in vertaling verkeerd begrepen is. Groot-Brittannië heeft ervoor gekozen de VS te steunen in hun optreden in het Golfgebied. Blijkt men te hebben misgegokt, dan zal de zittende regering in Londen haar trekken van het tegenstrijdige Britse buitenlandse beleid thuis krijgen.