Eerste keer

Tien uur. Nico gooide zijn tas over zijn schouder. Vermoeid liep hij naar de bushalte. De zon scheen af en toe door de wolken, maar het was koud, en nat. Maart. Klote dus.

Hij keek of de bus al kwam, de weg was leeg. Alleen een rode Audi reed gestaag op hem af. Verbaasd keek hij op toen deze stopte en er een deur openzwaaide.

“Kom! Stap in!” zei de vrouw achter het stuur.

Nico keek de straat op, of de bus al kwam, naar de auto, aarzelde, en stapte toen in. De vrouw was rond de veertig. Haar haar was geblondeerd, en ze rook naar een dure parfum en naar juwelen.

Ze zei niets, maar reed, en Nico zei ook niets.

“Ik moet naar school”, zei hij na een tijdje, en hij keek opzij. Ze glimlachte. Daarna ging hij er verder niet op in.

De vrouw reed de snelweg op.

“Je hebt me nog niet verteld hoe je heet!” zei ze, terwijl ze over haar linkerschouder keek en een vrachtwagen inhaalde.

“Nicolas”, zei Nico. Hij keek verlegen weg toen ze hem aankeek, en rond haar mondhoeken verscheen een mysterieuze glimlach. “Ik ben Sandra”, zei ze.

Enige tijd reden ze stilzwijgend verder.

“Vind je dit lekker?” vroeg ze toen, en ze legde haar hand op zijn dij en gleed langzaam naar boven.

Nico slikte.

“Ja”, zei hij. En hij kreeg een rood hoofd.

Daarna sloeg Sandra af en parkeerde ze op een verlaten carpoolplaats tussen de weilanden. Toen ze klaar waren en de rode Audi weer op de snelweg reed liet Nico het landschap aan zich voorbijglijden, gedachteloos en tevreden.

Pas na twee keer hoorde hij dat Sandra tegen hem sprak, en werd hij wakker uit zijn dromen.

“Welke school?” vroeg ze.

“Oh...”, zei hij verstoord, “Maasvlakte.”

“Maasvlakte”, herhaalde Sandra.

Nico merkte dat een beschrijving niet nodig was, want na een kwartiertje parkeerde ze om de hoek.

“Stap maar uit, Nicolas!” zei ze.

Even wilde hij haar bedanken, maar hij zweeg en deed wat ze bevolen had.

“Dag!” zei hij alleen.

Hij keek haar na, hoe ze de hoek om verdween.

Plotseling klonk er een stem van achteren.

“Hey!”

Nico schrok.

“O, hey!” antwoordde hij toen hij Erik zag. Erik was zijn beste vriend.

Erik keek verbaasd. “Wat deed Olafs ma hier nou?” vroeg hij.

“Oh niets”, antwoordde Nico, en hij grijnsde. “Ze heeft me een lift gegeven, verder niets. Olafs ma?” vroeg hij.

Erik knikte. “Ja. Ken je haar dan niet?”

“Nee”, antwoordde Nico.

En ze liepen naar school toe.