Den Haag kant zich tegen EU-commissaris Fischler; 'Hennepboeren subsidiëren'

BRUSSEL, 18 FEBR. De subsidie voor boeren die hennep telen dient vooralsnog ongewijzigd te blijven. Dat heeft ir. E. Pierhagen, directeur internationale zaken van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gesteld tijdens de raad van ministers van landbouw in Brussel. Pierhagen, die minister Van Aartsen verving wees het voorstel van Europees commissaris Fischler (Landbouw) om de steun met een kwart terug te brengen van de hand.

De hectare-steun werd vorig jaar al met 7,5 procent gekort. De Commissie wil de steun aan henneptelers op termijn geheel laten verdwijnen, 'gezien de mogelijke illegale aanwendingsvormen'. Het gaat bij de reguliere hennepteelt om rassen waaruit geen marihuana kan worden gemaakt, maar uitsluitend vezels. Nu bedraagt de subsidie nog 1.800 gulden per jaar per hectare.

Voor subsidiëring van de hennepteelt is indertijd gekozen om boeren er toe te krijgen niet-consumeerbare producten te gaan kweken om de Europese overschotten terug te brengen. Een alternatief voor deze zogeheten agrificatie-gewassen is de landbouwgrond tegen een vergoeding braak te laten liggen.

Het afbreekbare natuurproduct hennep wordt gebruikt als vervanging van kunststoffen in bijvoorbeeld dashboards en deuren van auto's. In Nederland is de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in de kennis omtrent teelt en verwerking van hennep. In Nederland wordt inmiddels door zo'n 200 boeren op 1.328 hectare hennep gekweekt. Het areaal is in alle lidstaten bij elkaar van 10.000 tot 23.000 hectare gegroeid sinds de subsidiëring van kracht werd. De subsidiemaatregel ten aanzien van hennep maakt deel uit van het zogeheten prijzenpakket 1998-1999 van de Commissie waarover de raad maandag en gisteren in eerste aanleg heeft vergaderd.

Er is sprake van een bevriezing van garantieprijzen voor agrarische producten. Dat heeft te maken met de toetreding van een aantal Midden- en Oost-Europese landen in de komende jaren. Die bevriezing leidt volgens een aantal landbouworganisaties echter wel tot een inkomensachteruitgang van de boer, omdat de inflatie in de verschillende lidstaten niet wordt gecompenseerd.