Zelfs Lüpertz' glaskunst heeft religieus thema

Tentoonstelling: Lichtblicke. Glasmalerei des 20. Jahrhunderts in Deutschland. T/m 13 april. Deutsches Glasmalerei-Museum, Rurstrasse 9-11, Linnich, Duitsland. Di t/m zo 10-16u. Inl. 00 0246299170. Catalogus DM 43,-.

Ondoordringbaar en zwart buldert het snelstromende water van de Rur onder het pas geopende Deutsches Glasmalerei-Museum in het Duitse Linnich door. Elke associatie met kristalhelder water wordt hier geloochenstraft. Dat maakt de oude graanmolen boven die woedende kolkende stroom zo'n toepasselijke locatie voor een glasmuseum. Helderheid, glans en schittering zijn immers de bedriegelijkste kenmerken van glas.

Het ontmantelen van die schone schijn is dan ook de voornaamste overeenkomst tussen de werken op de tentoonstelling Lichtblicke, een overzicht van de Duitse glasschilderkunst van deze eeuw, waar het nieuwe museum zich mee presenteert. In chronologische volgorde zijn ruim vijftig glaspanelen tegen lichtbakken of daglicht geplaatst. Van het expressionisme van Johan Thorn Stikker tot de abstracte werken die de glaskunst van de rest van deze eeuw heeft voortgebracht. De grillige glas-in-lood-vormen lijken op scherven, flinterdunne etslijntjes suggereren splinters en meanderende verfsporen lopen als barsten over het glas. Glaskunst mag dan kunst om doorheen te kijken zijn, tegenlicht, zonnestralen, mist en schemering zijn de onberekenbare tegenspelers van de glaskunstenaars die door het brandschilderen van glaspanelen duisternis onthullen en lichtflikkeringen verhullen. Met grissaille, emailverf, etspennen, graveerstiften of gesmolten glas gaan zij het transparante materiaal te lijf totdat het substantie krijgt.

Markus Lüpertz deed dat allemaal tegelijk. In Männer ohne Frauen - Parsifal (1997), een paneel uit de gelijknamige serie waar hij in 1993 mee begon, verwerkte hij gekleurd glas, glas-in-lood-technieken, onesthetisch aandoend draadglas, ondoorzichtig matglas en ruige verfstreken tot een manshoog portret dat wel op het starre glas gekwakt lijkt. Ladders klimmen omhoog uit de hals en langs de wangen en bestijgen als littekens het ongenaakbare gelaat.

Deze karakteristieke Lüpertz blikt ongemeen woest te midden van de ingetogener werken rondom, want hoeveel glasscherven, staven, klonterige loodlijnen en zwarte tonen glaskunstenaars als Georg Meistermann, Wilhelm Buschulte en Johannes Schreiter ook gebruiken, hun werken blijven even verheven en sereen als de klassieke gebrandschilderde kerkramen. Het zijn bovendien vaak ontwerpen voor kerken, kathedralen en kloosters waarin - hoe abstract en expressionistisch ook - religieuze motieven zijn verwerkt. Zelfs Lüpertz' serie heeft een religieus thema (Parsifals zoektocht naar de Graal) en kwam voort uit een eerder ontwerp voor de kathedraal van Nevers.

De meeste glaskunstenaars voeren hun eigen werken niet uit. Ze zijn óf als ambachtsman geschoold en van daaruit met de grenzen van het vak gaan experimenteren of ze hebben een achtergrond als schilder en laten hun ontwerpen door een glaswerkplaats uitwerken. In het eerste geval ligt de nadruk op het trouw testen en beproeven van het materiaal, zoals in de driedimensionale glasconstructies van Lukas Derow, waarin de grens tussen glaskunst en kunstobject geheel is vervaagd. In het andere geval maken ze glasgeworden schilderijen, die mooi kunnen zijn en zelfs virtuoos, maar zelden echt gaan sprankelen. De grens tussen uitvoerder en bedenker blijft over het algemeen te groot.

In een enkel geval staat de beheersing van het ambacht artistieke zeggingskracht níet in de weg. Het drieluik Postdamer Platz (1989-1997) van Hella Santarossa bestaat uit drie grof gerasterde zeefdrukken op nauwelijks doorzichtig vensterglas. Een grauwblauwe afbeelding van de Berlijnse Muur, een vuilrode foto van de sloopwerkzaamheden na de val van de Muur, zo diffuus dat de hijskranen wel kruisen voor de gevallenen lijken en tot slot een goorgele mensenmenigte - feestvierders? soldaten?

Santarossa doorliep weliswaar een opleiding aan een glasvakschool, maar je kunt je ook echt niet voorstellen dat ze een ander achtergrondmateriaal zou hebben gekozen voor haar foto's. Doordat ze die beelden van de Berlijnse Muur op glas liet afdrukken, riep ze daguerreotypes in de herinnering of oude glasnegatieven, wazig geworden door de tijd. Zo gaat het ook met de geschiedenis, lijkt Santarossa te betogen. Iets wat eerst helder en onderscheiden leek, vervaagt door onze - gekleurde - blik tot een onduidelijke vlek.