Zalm staat op EU-geld voor 'arme' regio's

De Europese Unie staat op het punt om grote bedragen te vergeven voor de arme tot zeer arme gebieden in de lidstaten. Met zijn goed gespreide welvaart zit Nederland in een lastig parket. Minister Zalm vindt dat Nederland zijn deel moet krijgen.

BRUSSEL, 17 FEBR. Nederland moet een “fair share” krijgen van de Europese structuurgelden voor de ontwikkeling van achtergebleven gebieden.

Die eis uitte minister Zalm (Financiën) gisteren na afloop van een bijeenkomst met zijn collega's van de Europese Unie in Brussel.

Zalm zei te denken aan geld voor de ontwikkeling van Nederlandse binnensteden en voor gebieden met noodlijdende varkensfokkerijen. Vrijdag buigt het kabinet zich over de Nederlandse inzet bij de verdeling van de structuurgelden voor de periode 2000-2006.

Nederland ijvert al enige tijd voor een gunstiger netto-positie: het verschil tussen wat wordt betaald aan en wat wordt ontvangen uit Brussel.

Minister Zalm zei gisteren dat Nederland uit de structuurfondsen verhoudingsgewijs eenzelfde bijdrage moet krijgen als Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië.

Gevraagd of dit neerkomt op 5 miljard ecu in de periode 2000-2006, zei Zalm: “Dat zou best wel eens kunnen, ja.” In 1994-1999 ontvangt Nederland 2,6 miljard ecu structuurgeld.

Volgens de ambassadeur bij de Europese Unie, B. Bot, zal Nederland er een zware klus aan krijgen om 5 miljard ecu uit de structuurfondsen binnen te krijgen. “Dat wordt geweldig hard knokken.”

Uit nog niet officieel bekendgemaakte voorstellen van de Commissie voor de verdeling van het structuurgeld, blijkt dat dit vooral blijft gaan naar de armste gebieden in de Europese Unie. Omdat in Nederland de welvaart relatief gelijk is verdeeld, pakt dat nadelig uit. De Europese Commissie zal haar voorstellen op 18 maart officieel presenteren, waarna de lidstaten ze na eventuele aanpassing moeten goedkeuren.

Verwacht wordt dat de onderhandelingsruimte voor een andere verdeling van het structuurgeld dan de Commissie voorstelt, klein is. Nederland heeft weinig medestanders voor het pleidooi om niet alleen te kijken naar regio's waar het slecht gaat, maar ook of het geld er goed wordt besteed.

Duitsland bijvoorbeeld, dat ook een punt maakt van zijn hoge nettobijdrage aan Brussel, zal volgens de Commissievoorstellen wel veel structuurgeld krijgen voor zijn armere gebieden in het voormalige Oost-Duitsland. Alleen Zweden en Oostenrijk zitten in eenzelfde positie als Nederland, maar dat zijn zelf ook 'kleine' landen.

De Europese Commissie stelt voor 210 miljard ecu uit te trekken voor de structuurfondsen in 2000-2006. Daarvan zou 140 miljard gaan naar de meest achtergebleven, zogeheten doelstelling 1-gebieden. Op doelstelling 1-steun, zoals die nu naar Flevoland gaat, hoeft Nederland niet meer te rekenen. Wel krijgt Flevoland een 'afkickperiode' tot 2006.

De Commissie wil 40 miljard ecu besteden aan doelstelling 2-regio's. Ook dit geld moet volgens de Europese Commissie gaan naar “de meest getroffen gebieden”. Van de huidige doelstelling 2-gebieden zou alleen Oost-Groningen kans maken op voortzetting van het structuurgeld. Daarnaast maakt Brabant kans in verband met de noodlijdende varkensfokkerijen en doordat Philips op het punt staat te vertrekken. Verder kan ingezet worden op grotestedenbeleid.

De meeste kansen voor Nederland liggen bij doelstelling 3: opleiding en werkgelegenheid. Maar hiervoor wordt in totaal slechts 30 miljard ecu uitgetrokken, dat verdeeld moet worden onder vijftien lidstaten.

Tot slot zou Nederland geld kunnen krijgen uit de 21 miljard ecu die de Commissie opzij wil zetten om regio's te belonen die hun geld goed besteden.

Nederland is niet alleen slachtoffer van zijn succes bij het gelijk verdelen van de welvaart, maar ook van zijn imago. Het land waar het poldermodel zijn vruchten afwerpt en dat zo succesvol de werkloosheid bestrijdt, hoeft toch geen steun te ontvangen, luidt een veelgehoorde mening in Brussel. “Jullie zijn toch al rijk”, meent een Spaanse Commissie-ambtenaar. “Structuurgeld is voor de ontwikkeling van arme regio's”, beaamt een diplomaat uit Griekenland, dat in zijn geheel onder doelstelling 1 valt.

Lobbyisten uit de Nederlandse regio's en Europarlementariërs vrezen dat Nederland te laat is met het uitwerken van plannen voor de verdeling van het geld uit Brussel. “Nederland is te laat begonnen met lobbyen voor provincies en regio's die in aanmerking komen voor fondsen uit de nieuwe budgetlijn voor plattelandsvernieuwing”, meent Europarlementariër Johanna Boogerd (D66). “Door politieke laksheid van de ministeries van Financiën en Landbouw en de geringe interesse van minister Zalm en staatssecretaris Patijn loopt Nederland de kans veel geld te laten liggen in Brussel.”

Volgens minister Zalm is er nog voldoende ruimte om geld uit de structuurfondsen te reserveren. “Het vaststellen van de criteria is een politieke zaak”, zei hij gisteren. “Dit is geen technocratisch onderwerp. Hierover kan gedeald en gewheeld worden.”