Vervalsingen van Man Ray zijn echte Man Ray's; Foto's zijn er om gereproduceerd te worden

De ophef die eind januari ontstaan is over de 'vervalste' foto's van de Amerikaans-Franse fotograaf Man Ray (1890-1976) roept de vraag op wat in de fotografie eigenlijk een 'origineel' is.

Het verzamelen van werk van grote fotografen is de laatste twee decennia uitgegroeid tot een geliefde bezigheid van kunstverzamelaars en geldbeleggers. Daarbij wordt één essentiële eigenschap van het medium fotografie - haar technische reproduceerbaarheid - nogal eens miskend. Te gemakkelijk worden in deze handel criteria die bij het verzamelen van schilderijen horen, zonder meer op de fotografie overgeplant.

Van een schilderij bestaat normaal gesproken één uniek exemplaar. Foto's worden daarentegen gewoonlijk met het oog op reproductie gemaakt. Dia's vormen dan nog een aparte kwestie, maar die zijn bij verzamelaars minder populair. De tweede, tiende of honderdste afdruk van een en hetzelfde negatief is gelijkwaardig aan de eerste. En of een print twee weken of twintig jaar na de opname is gemaakt, maakt bij een gaaf negatief niets uit.

Het begrip vintage-print dat nu wordt gebruikt, is dan ook voor een deel mystificatie. Natuurlijk heeft elk collectioneren, of het gaat om het sparen van voetbalplaatjes of om kattenboeken verzamelen, zijn eigen codes. Wie een foto-afdruk meer ruilwaarde wil toekennen, alleen maar omdat deze vroeger is gemaakt, moet dat zelf weten.

Het wordt echter bezwaarlijk wanneer aan deze mystificatie het idee wordt verbonden dat nu ook de kunstwaarde van een vintage-print groter is. En dit is nu net de tendentie die zichtbaar wordt in de onnodige aanschaf van deze vintage-prints door musea.

Vooral bij negentiende-eeuwse foto's komt het uiteraard nogal eens voor dat platen of negatieven verloren zijn gegaan, dat het soort papier waarop een afdruk is gemaakt niet meer bestaat of dat er een uitzonderlijk, niet meer te herhalen ontwikkelprocédé is gevolgd. Dat zijn bijzondere omstandigheden die een bestaande afdruk uniek maken. Maar zolang het negatief beschikbaar is en er vergelijkbaar papier is, kan een getalenteerde laborant, zeker wanneer hij een bestaande print als voorbeeld heeft, een nieuwe afdruk maken. Deze doet dan in artistieke waarde in geen enkel opzicht voor de eerste onder.

Een print van een negatief van Man Ray, al is deze na zijn dood gemaakt, is nog altijd een foto van Man Ray. En daar komt dan nog bij dat hij zijn foto's bij leven al niet zelf afdrukte. Man Ray liet dit doen door een laborant.

Vreemd is ook het vaak gebruikte argument dat een oude afdruk door de tand des tijds een grotere authenticiteit krijgt. De daarmee gepaard gaande slijtage brengt de foto juist verder weg van de oorspronkelijke bedoeling van de maker. Het is vermakelijk om te zien hoe nu toch gepoogd wordt rond Man Ray's foto's het ware van het bedrog te onderscheiden. Als bijzonder verwijtbaar zou dan gelden dat de vermoedelijke dader, Man Ray's vroegere secretaris Lucien Treillard, de oorspronkelijke negatieven heeft gebruikt! Dat zal inderdaad niet gemogen hebben, maar tegelijk betekent het dat hier geen valse maar echte Man Ray's in het spel zijn. Of wordt de echtheid van een foto bepaald door de stempels en de handtekening van de maker, alsof het een schilderij betreft?

Nu is het wel zo, dat Man Ray's handtekening zou zijn vervalst door Treillard. Maar dat is vooral vervelend voor een handtekeningenverzamelaar. Met de echtheid van de foto heeft het niets van doen.

Nog iets. Sommige van de verdachte foto's laten naar verluidt ook een grotere uitsnede uit het negatief zien dan andere van Man Ray bekende afdrukken. Hier is de oplossing allereenvoudigst. Men vergelijke de afdrukken met elkaar en snijdt dat wat op de latere print teveel staat af om een afbeelding naar Man Ray's zin te krijgen.

Het gedoe dat zich rond de foto's van Man Ray voordoet, past vooral bij een handel waarin een bedrieglijk beroep wordt gedaan op de wens van kopers een uniek kunstwerk te bezitten. Aan dit verlangen kan de fotografie door haar aard alleen bij uitzondering voldoen. Wie dat niet kan aanvaarden, wil bedrogen worden.