Tommel gehoord over rol bij lekken

DEN HAAG, 17 FEBR. Staatssecretaris D. Tommel (Volkshuisvesting) is vanochtend door de rechter-commissaris in Den Haag gehoord over zijn rol in het lekken van informatie aan de pers in de zogenoemde WBL-affaire in april 1995. Eerder al hadden ambtenaren van zijn ministerie verklaringen afgelegd.

De hoorzitting was aangevraagd door W. Schepers, voormalig bestuurslid van de Woningbouwcorporatie Limburg.

Hij meent door het lekken bij VROM benadeeld te zijn en eist een schadevergoeding van honderdduizend gulden van de staat. Schepers zegt te kunnen bewijzen dat het ministerie verantwoordelijk is voor het doorspelen van informatie aan de Limburgse pers.

Een onderzoekscommissie van het ministerie onderzocht begin 1995 de bestuurlijke structuur en de financiële situatie bij WBL.

De woningcorporatie had grote schulden. De commissie zou haar werk in beslotenheid verrichten, maar al voordat het onderzoek was afgerond, verschenen er in de pers berichten over WBL.

De hoofdconclusie was dat het bestuur niet of onvoldoende functioneerde. Met name de rol van Schepers werd scherp bekritiseerd.

De advocaat van Schepers, T. Hiddema uit Maastricht, stelde dat vooral het feit dat Tommel tijdens de hoorzittingen over de WBL-affaire - die in april 1996 door de parlemetaire enquêtecommissie werden gehouden - in het openbaar heeft gezegd het “te betreuren dat het openbaar ministerie geen verdere aanleiding ziet Schepers te vervolgen”, een schadevergoeding rechtvaardigt.

Tommel, die in november had geprobeerd onder de getuigenis uit te komen, hield zich in zijn verklaring grotendeels aan verklaringen zoals afgelegd tijdens het onderzoek van de parlementaire enquêtecommissie. Volgens hem was het nog steeds niet duidelijk hoe het rapport destijds zijn ministerie heeft kunnen verlaten.

“De verantwoordelijke heeft na het uitlekken van het rapport direct te horen gekregen dat dat niet kan”, verklaarde Tommel. Of er contact is geweest tussen de directie Recherche Zaken en Juridische Zaken van VROM, zoals de regels voorschrijven, kon de staatsscretaris niet melden. “Daar is nog steeds geen duidelijkheid over”, aldus Tommel.

Schepers overweegt nu alsnog een civiele procedure tegen de staat, omdat staatssecretaris Tommel hem in zijn goede naam zou hebben aangetast.