Tien jaar geëist voor smokkelen van cocaïne

ROTTERDAM, 17 FEBR. Voor de invoer van 530 kilo cocaïne uit Venezuela en doorvoer naar België is gisteren voor de rechtbank in Rotterdam tien jaar geëist tegen de 41-jarige C.A.L. uit Utrecht en de 51-jarige W.B. uit Arnhem.

De douane trof bij een controle met een speurhond op 11 februari vorig jaar de harddrugs aan in een container met hardhout bij het overslagbedrijf ECT in de Rotterdamse haven.

De Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) volgde de container naar Antwerpen waar de Belgische politie acht Belgische verdachten aanhield. Drie van deze verdachten wezen de twee Nederlandse verdachten aan als opdrachtgevers voor het transport.

Bij een inbraak bij de Antwerpse gerechtelijke politie werd het volledige strafdossier gestolen, dat later in Nederland is teruggevonden. Eén van de Belgische verdachten is na zijn vrijlating ontvoerd en gemarteld. Hij had voor de Nederlanders belastende verklaringen afgelegd. Volgens officier van justitie mr. P. Notenboom toont dit aan dat achter de drugssmokkel een grote organisatie zit.

De Nederlanders, die beiden eerder lange celstraffen uitzaten wegens hun aandeel in grootscheepse smokkel van drugs, behoren volgens de officier van justitie tot het “middenkader”.

De Rotterdamse rechtbank wijst 2 maart vonnis.