Sinn Fein kwaad om dreigende uitsluiting

LONDEN, 17 FEBR. Sinn Fein, de politieke vleugel van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA), heeft gisteren met woede en verontwaardiging gereageerd op de dreigende uitsluiting van de partij bij het Noord-Ierse vredesoverleg.

Bij het begin van de besprekingen in Dublin liet de Britse regering gistermiddag weten dat Sinn Fein haar plaats aan de onderhandelingstafel verspeeld heeft. De Britse minister voor Noord-Ierland, Marjorie Mowlam, is het eens met het oordeel van de Noord-Ierse hoofdcommissaris Ronnie Flanagan dat de IRA vorige week in Belfast twee moorden gepleegd heeft. Eén van de spelregel bij het vredesoverleg is dat elke deelnemer zich onthoudt van agressie. De Ierse regering heeft nog niet verklaard dat ze het Britse verzoek om uitsluiting van Sinn Fein ondersteunt, al heeft ze dat wel gesuggereerd.

Sinn Fein zou binnen enkele weken weer tot het vredesoverleg kunnen worden toegelaten als de IRA zich rustig houdt. Sinn Fein-voorzitterGerry Adams zou dan nog op tijd van zijn paria-status zijn verlost om te kunnen meedoen aan de viering van St. Patrick's Day op 17 maart in het Amerikaanse Witte Huis. Maar Adams liet gisteren doorschemeren dat de partij niet meer in een terugkeer geïnteresseerd is als Sinn Fein wordt weggestuurd. Wat dat zou betekenen voor het vredesproces is nog onduidelijk. Onzeker is ook of de IRA weer naar de wapens grijpt als Sinn Fein wordt geweerd.

Sinn Fein zei gisteren dat ze zich “met hand en tand” tegen een uitsluiting zal verzetten. Hij zei het “meer dan beu” te zijn te proberen van de besprekingen te laten slagen “terwijl degenen die daar niet in geïnteresseerd zijn twee doden aangrijpen om het vredesproces onderuit te halen”. De IRA heeft vorige week verklaard dat haar zeven maanden oude staakt-het-vuren nog steeds intact is.

Zijn rechterhand Martin McGuinness noemde de veroordeling van Sinn Fein “een lachertje” omdat Londen weigert met bewijzen te komen dat de IRA verantwoordelijk is voor de twee moorden. Hij sprak van een “volksgerecht van Ulster Unionisten, geleid door de Britse regering.”