Rechtszaak tegen Nuis; Conflict over Nederlandse muziek verhard

AMSTERDAM, 17 FEBR. De Nederlandse orkesten vrezen dat staatsscretaris Nuis (OCW) met het onverkort vasthouden aan een minimum van zeven procent Nederlandse muziek de bodem heeft weggeslagen onder het overleg met de orkesten. Het Koninklijk Concertgebouworkest heeft over de regeling een rechtszaak aangespannen tegen Nuis.

Volgens directeur R. Wolfensberger van het CNO, het Contactorgaan van Nederlandse orkesten, lijkt het na de brief die Nuis daarover gisteren stuurde aan de Tweede Kamer, erop dat de staatsseceretaris niet meer echt geïnteresseerd is in een gesprek over het Nederlandse repertoire. “Wij zijn buitengewoon teleurgesteld dat hij zijn opstelling heeft verhard. Vorig jaar liet hij nog weten dat bij een positieve beoordeling van onze plannen, de zeven-procentmaatregel van tafel zou gaan. Nu zegt hij dat die norm altijd voor alle orkesten het minimum zal blijven.”

Volgens Wolfensberger heeft Nuis niet serieus gekeken naar het 'plan' dat de orkesten hebben ingediend. “Nuis vraagt ons nu dat in minder dan anderhalve maand te verbeteren. Wij kregen voor het opstellen daarvan maar twee maanden, terwijl de Raad voor Cultuur en Nuis daarover nu drieëneenhalve maand hebben kunnen nadenken. Uit ons plan blijkt dat de orkesten een substantiële Nederlandse programmering hebben. De staatssecretaris heeft geen idee wat wij doen. Alle Nederlandse muziek wordt gespeeld of opgenomen.”

Wolfensberger vindt ook dat Nuis, bewindsman op het ministerie van Onderwijs, op het gebied van educatie meer greep heeft op het beleid dan de orkesten. “Het zicht op de praktijk laat hem in de steek. We moeten maar hopen dat het Nederlandse repertoire daardoor niet al te veel schade oploopt.”

Het Koninklijk Concertgebouworkest is inmiddels bij de Amsterdamse rechtbank in beroep gegaan tegen het besluit van staatssecretaris Nuis om de orkesten ten minste zeven procent Nederlandse muziek te laten spelen, op straffe van subsidievermindering. Minstens drie procent van de tijd die het orkest op het podium zit, moet worden besteed aan muziek van levende Nederlandse componisten.

Volgens het Concertgebouworkest is de maatregel van Nuis, die 1 januari 1997 is ingegaan, in strijd met de Nederlandse grondwet, die de uitingsvrijheid garandeert, en met de anti-discriminatiebepalingen van de Europese Unie. Hoewel het EG-verdrag een beleid toestaat dat de culturele verscheidenheid van de lidstaten bevordert, zou Nuis door een verplicht minimum aan muziek van Nederlandse componisten voor te schrijven, de belangen schaden van componisten uit andere lidstaten, omdat hun werk dan minder zou worden uitgevoerd.

De Raad voor Cultuur nam onlangs stelling tegen de zeven-procentregeling, door Nuis te adviseren de orkesten geen boetes op te leggen maar juist financieel te stimuleren om meer Nederlandse muziek te spelen.