Poëtisch

'Poëzie is overal', zo luidt een onder dichters geliefd adagium. Het zegt niet dat alles poëzie is, maar dat alles tot poëzie kan worden gemaakt. Poëzie (Gr.) betekent 'maakwerk' en de nadruk moet dan ook liggen op het woordje 'kan'.

Nu is, zelfs vóór dat er enige dichter aan te pas komt, het ene van nature poëtischer dan het andere. Romantiek, schoonheid, liefde, ontroering zijn, zelfs zonder literaire bemoeienis, stemmingen met een hoge poëtische waarde. Veel meer dan bijvoorbeeld: boosheid, onmacht, lelijkheid, verveling en allerlei andere negatieve dingen in het leven. Maar zou ook daarin, tóch nog, poëzie te ontdekken zijn?

Ik ben geneigd te denken van wel. Het is bekend: iets kan mooi zijn van lelijkheid. En wat vandaag mooi is, bijvoorbeeld de mode in kleding en kunst, architectuur met name, kan morgen afschuwelijk worden gevonden. Schoonheid is wat je kunt noemen een cyclische kwaliteit. Mogelijk dat ook andere negatieve zaken hun positieve kant hebben. Ik denk, ons adagium volgend, dat de dichter daarin een handje kan helpen. De dichter die boosheid kan verheffen tot toorn, verveling tot de kunst van het wachten of onmacht tot overgave - die heeft daarmee een goed gedicht geschreven.

Poëzie is niet alleen overal, ze is ook: zeldzaam. En niet alleen overal, maar vooral daar waar je haar niet verwacht.

Een gedicht is mooier naarmate je meer leest dat je versteld doet staan. Schoonheid wordt opgespannen door twee duidelijk te onderscheiden coördinaten: herkenning en verrassing. Daardoor kon de poëtische beschrijving van een romantisch kabbelend beekje het in schoonheid wel 's afleggen tegen de poëtische beschrijving van een onromantisch kanaal.

Poëzie is om herlezen te worden. Maar kun je dan nog worden verrast? Hoe word je verrast door iets dat je al eerder gelezen hebt? Ik denk dat je de eerste keer wordt verrast, en de tweede, de derde, en de n-de keer - ontroerd.

Ik loop langs de melkfabriek X in Assen en denk, in een bevlieging: welke dichter beschrijft mij nou 's deze melkfabriek.

Ik zie een auto die wegrijdt en ik denk, wie beschrijft mij deze auto, zoals hij wegreed.

Of een hond. Is een hond potentieel niet romantischer dan een auto?

Waarom is een schip doorgaans romantischer dan een fiets? Ik zie een man die de krant leest en denk, welke dichter beschrijft mij deze lezende man.

Ik heb 's een stukje geschreven over een treinreis. Een goed stukje. Maar waar was de poëzie? Waarom was het eigenlijk ook weer niet zo'n héél goed stukje?

Wat ontbreekt er als je zegt, het is geen poëzie?

Ik heb 's een stukje geschreven over het zgn. ironieteken. Een leuk stukje. Maar geen poëtisch stukje. Wat leuk is, is maar zelden poëtisch. Hoe komt dat?

Poëzie is niet alleen voorbehouden aan gedichten. Ook een verhaal kan poëtisch zijn. En een essay dan? Een essay zal niet gauw poëtisch genoemd worden.

Een verhaal of een essay is poëtisch als het, net als een gedicht, in zich een ruimte heeft waar het kan klinken. Een inwendige ruimte zoals een kerkklok heeft die tot luiden wordt gebracht. Iets is poëtisch als je graag de woorden hoort om nog 's het beeld te zien of het beeld voor ogen haalt om nog 's de woorden te horen.

Wat kan romantisch zijn, als het niet poëtisch is?

Hoeveel romantiek zit er in een eenzame boom? Zit de romantiek van die boom niet vooral in zijn eenzaamheid?

Hoe romantisch is een eenzame auto?

Is het woord 'auto' wel romantisch, vergeleken met 'boom', of 'avond'?

Vraagt daarom het dichten over een auto niet groter vakmanschap dan het dichten over een boom? Of over de avond?

Hoe poëtisch is iets nog, als je er geen woorden voor hebt? Kan iets poëtisch zijn zonder te zijn geschreven?