Pechiney vecht voor stroom en overleving

De aluminiumsmeltfabriek Pechiney Nederland draait op volle toeren met 850 werknemers en is in prima conditie. Dat kan alleen dankzij een voordelig energiecontract. Het bedrijf zal vanaf volgend jaar niet meer investeren als er niet snel duidelijkheid komt over een nieuw contract.

VLISSINGEN, 17 FEBR. In het Sloegebied in Vlissingen-Oost maakt Pechiney Nederland in volle continuproductie 'extrusiepalen' van aluminium - 135.000 ton per jaar - voor de markten in Noord- en West-Europa. Een halffabrikaat met hoge toegevoegde waarde, waarvan de klanten in een handomdraai profielen voor raamkozijnen, auto-onderdelen en allerlei andere attributen maken.

De aandeelhouders, het Franse concern Pechiney en de Nederlandse fabrikant van zonweringsmiddelen Hunter Douglas, zijn er trots op. Want de meeste van de Pechiney-aluminiumsmelters in de wereld maken “simpele aluminiumbroodjes” die allerlei voorbewerkingen moeten ondergaan voor ze in producten verwerkt kunnen worden. Ook de provincie Zeeland, waar de industrie een moeilijke periode doormaakt, hecht aan behoud van de fabriek in Vlissingen met zijn 850 werknemers. “Het zou een harde aanslag op onze werkgelegenheid betekenen als die plant dicht moet”, weet de afdeling Economische Zaken van het Provinciehuis in Middelburg.

Maar het vooruitzicht voor Pechiney Nederland is lang niet rooskleurig, blijkt uit het relaas van algemeen directeur J.H. de Back. Orders zijn er genoeg, de vraag stijgt door het toenemend gebruik van aluminium in de bouw en de fabricage van auto's. In 1996 wist het bedrijf een winst van 19,5 miljoen gulden te boeken op een omzet van 426 miljoen. Voor 1997 zal het cijfer “aanzienlijk beter” zijn, aldus De Back, en ook dit jaar zijn de vooruitzichten goed. Volgende maand moet dat blijken als de resultaten van het moederconcern in Parijs over 1997 bekendgemaakt worden, tegelijk met de jaarrekening van Pechiney Nederland.

“Toch reikt onze horizon nu niet verder dan 2001, want tot dat jaar weten we precies wat onze elektriciteitsprijs is. Ons contract met de Sep (Samenwerkende elektriciteits productiebedrijven) loopt weliswaar tot 2006, maar vanaf 2001 is er geen enkele duidelijkheid over de prijs die we moeten betalen. In de loop van dit jaar, uiterlijk in het vroege voorjaar van 1999, moeten we zekerheid hebben over een nieuw contract tot 2011, en liever nog tot 2013. Anders kunnen we noodzakelijke investeringen niet doen en zullen we onze nieuwe strategie voor een bedrijfsperiode tot 2015 niet kunnen uitvoeren”, zegt De Back.

Hij acht het “bijna onvoorstelbaar” dat de fabriek dan gesloten moet worden. “Pechiney Nederland heeft alleen maar pluspunten: sociaal gezien, we maken een kwaliteitsproduct, we hebben een ideale ligging, dichtbij de markt en op een industrieterrein aan diep water met perfecte verbindingen, en ons moederconcern is wereldleider op het gebied van smelten en gieten van aluminium. Ik wil absoluut geen dreigement uiten, ik verwacht dat we een nieuw stroomcontract krijgen. Maar in het slechtste geval moeten we vanaf begin volgend jaar stoppen met investeren. Als een onderneming niet meer investeert gaat het snel bergafwaarts. Dan sterft ze af.”

Kern van Pechineys strategie is completering van het lopende reorganisatieproces Challenge, vermindering van het aantal werknemers tot 760 in het jaar 2001 en investeringen in de komende jaren tot een totaal van 78 miljoen gulden in modernisering van de aluminiumsmelter.

Met die laatste ingreep wordt zowel een verbetering van de milieuprestatie bereikt (drastische vermindering van de uitstoot van broeikasgassen) als een forse energiebesparing. De investering kan zichzelf terugverdienen door minder verbruik van stroom in het elektrolyseproces voor het smelten van aluinaarde.

Hoe hoog het aandeel van de elektriciteitsrekening in de productiekosten is, wil De Back niet kwijt, en nog geheimzinniger doet hij - uit concurrentieoverwegingen - over de prijs per kilowattuur die hij betaalt. Het laagste tarief in deze sector is onder de 2,5 cent, maar die geldt alleen voor smelters die vlak naast een waterkrachtcentrale staan, bijvoorbeeld in de Canadese provincie Québec. “Onze huidige prijs is aanzienlijk hoger, we zijn er niet helemaal tevreden mee maar ze is marktconform voor West-Europa. We hebben dit contract kunnen krijgen omdat we het verbruik op verzoek van de stroomleverancier tijdens piekuren kunnen verlagen en dat doen we ook geregeld”, zegt De Back.

Pechiney bekijkt allerlei mogelijkheden voor de toekomst, zoals import van goedkope elektriciteit van Franse kerncentrales of de bouw van een eigen warmtekrachtcentrale. “Maar wij werken bij voorkeur met ons regionale distributiebedrijf hier, Delta Nutsbedrijven.”

Financieel gezien is Pechiney een opmerkelijk bedrijf, met een balanstotaal van slechts 150 miljoen gulden waardoor het rendement op geïnvesteerd vermogen onwaarschijnlijk hoog is: 30 procent in 1996. “Op het ogenblik hebben we een goede wereldmarktprijs voor aluminium en een gunstige hoge dollarkoers”, aldus De Back. “Maar in deze cyclische business kennen we jaren met een verlies van 50 miljoen gulden tot winsten van 30 miljoen. In goede jaren moet je reserves kweken voor slechte periodes. Zo bouwen we financiële veerkracht op. We denken met onze strategie in slechte jaren op een winst van nul uit te komen en in goede jaren 80 miljoen gulden te kunnen verdienen.”

Daarbij wordt Pechiney Nederland geholpen door het feit dat zijn installaties financieel voor het grootste deel zijn afgeschreven. De Back: “De onderhoudstoestand is uitstekend, de techniek is zo goed dat we nog twintig jaar vooruitkunnen en we investeren heel veel: 50 miljoen in de afgelopen twee jaar in verbetering van de arbeidsomstandigheden, de procesbesturing en onderhoud. Een paar jaar geleden moesten onze mensen hier nog met drilboren de koolstofanodes te lijf gaan, dat is nu gelukkig voorbij.”